Niels Steensens Gymnasium vormt hart en verstand
Jezuïetenpedagogiek in lutherse context

Denen zijn schoolplichtig van hun zevende tot ze vijftien zijn. Na die basisvorming gaan ze naar een gymnasium, technisch- of beroepsonderwijs. Al vormen de katholieken een kleine minderheid in Denemarken, toch zijn er 22 katholieke basisscholen en één college, het Niels Steensens Gymnasium in Kopenhagen. Dat jezuïetencollege telt 640 leerlingen.

Het ‘mission statement’ van het Niels Steensens Gymnasium spreekt over de ignatiaanse pedagogiek en waarden, maar hoe vul je die in als er geen jezuïeten lesgeven? “Nieuwe leerkrachten volgen daartoe een cursus. Vooral de niet-katholieken voelden zich tweederangsleerkrachten. Ook daarom is die inleiding in de jezuïetenspiritualiteit goed”, verduidelijkt Richard Sprengers sj, jezuïet en rector van de school. “Vanuit een voor leerkrachten herkenbare ontwikkelingspsychologie stoten we door naar een godsdienstpedagogiek. De evolutie van egoïsme naar altruïsme zit in ons opvoedingsproject. Niet onbelangrijk is de Bijbelse antropologie. Welke mens willen wij? Voorts krijgen nieuwe leerkrachten uitleg over het katholicisme, over de eucharistie, over de jezuïetenorde. Enkele leerkrachten nemen ook deel aan internationale cursussen over leiderschap en opvoeding volgens de jezuïetenspiritualiteit, omdat in Denemarken dergelijke katholieke vorming niet bestaat.”

De directeur van het college, Dorthe Enger, geeft toe dat het niet makkelijk is katholieke leerkrachten te vinden. “We zouden het liefst katholieke leerkrachten hebben, maar bij vacatures zoeken we allereerst degelijke leerkrachten. Een slechte katholieke leerkracht voortrekken doen we niet. We moeten onze kwaliteit bewaren. Hoe weet je trouwens of iemand een goede katholiek is? Het belangrijkste is dat leerkrachten willen werken met onze waarden.” Centraal in de pedagogische aanpak van de jezuïeten staat de band tussen het hart en het verstand. “Reflectie is belangrijk, maar ze wordt met empathie verrijkt. Je moet jezelf leren zien in relatie met anderen”, zegt Enger. “Jongeren tussen vijftien en achttien jaar ontwikkelen zich tot volwassenen. De school draagt een grote verantwoordelijkheid in hun vorming tot sterke persoonlijkheden. We willen hen leren verder te kijken dan eigenbelang en carrière. We vormen geen narcisten, van hen zijn er al voldoende in onze verwende samenleving. Daarom stimuleren we onze leerlingen in het nemen van maatschappelijke engagementen. Sociale stages zijn een onderdeel van ons programma. Zo leren de leerlingen er te zijn voor anderen. We zien het als onze taak actieve, kritische, dialogerende en verantwoordelijke jongvolwassenen te vormen voor de Deense samenleving.”

Het gymnasium verbergt zijn katholieke identiteit niet. Tijdens een intakegesprek met nieuwe leerlingen en hun ouders wordt daar duidelijk naar verwezen. Staatsscholen bieden een uur per week religie aan, maar op het gymnasium krijgen leerlingen twee uur godsdienst. Verder heeft elke klas jaarlijks een retraite, is er elke dinsdagmiddag een eucharistieviering met aansluitend een maaltijd voor leerlingen die dat wensen, vindt zes keer per jaar voor alle leerlingen een eucharistie plaats en richt de school vier protestantse diensten in. “Omdat we merkten dat conservatieve protestanten onze school kozen om vrouwelijke dominees te vermijden, vragen we voor die protestantse diensten telkens een vrouwelijke pastor. Wie voor onze school kiest, moet dat doen uit positieve overwegingen en niet uit negatieve. Bovendien maakt dat het verschil met de eucharistievieringen duidelijker zichtbaar”, grijnst Sprengers.

Zowel wat leerlingen als wat leerkrachten betreft, is de school internationaal. “Omdat de katholieken zelf een minderheid zijn, kunnen wij niet te veel moslims aannemen, want ze zouden ons snel overdonderen. Vergeet niet dat de katholieken vaak migranten of bekeerlingen zijn die zelf niet zo sterk staan in hun identiteit”, merkt de jezuïet op. Onder invloed van de Vlaamse sinoloog Nicolas Standaert sj, met wie Sprengers samen in het jezuïetennoviciaat zat, begon de school met lessen Chinees. “Niet alleen economisch is dat interessant, ook de cultuur, de geschiedenis, de muziek en de kalligrafie van die taal zijn boeiende onderwerpen”, zegt Sprengers.

Emmanuel Van Lierde

Met dank aan TERTIO


IHS > activiteiten