Weer een schuldencrisis

Eduard Kimman sj is hoogleraar ethiek en onderneming aan de R.U. Nijmegen en de V.U. Amsterdam. In deze bijdrage analyseert hij de huidige financiële crisis en ziet hij een actieve rol voor jezuïeten.
Kort na de eerste oliecrisis in 1973 moesten bepaalde ontwikkelingslanden geld lenen om olie te importeren. Dat betrof sommige Zuid-Amerikaanse landen, Afrikaanse landen en ook enige Aziatische landen. Olie-exporterende landen daarentegen, zoals bijvoorbeeld Indonesië, verdienden door de gestegen prijzen zoveel meer dat zij oude schulden konden aflossen. De rijke olie-exporterende landen rond de Perzische Golf waren in staat zoveel te verdienen dat zij miljarden dollars naar Westerse banken konden brengen. Die banken konden dat geld weer aanwenden voor kredieten aan de olie-importerende landen. Dat was de eerste schuldencrisis. Veroorzaakt in het Zuiden, in landen met weinig geld, maar met relatief grote oliebehoeften. Openbaar vervoer gaat er dikwijls per bus. Het arme gezin is afhankelijk van busvervoer en dus indirect van niet te dure olie. Lange tijd was schuldenvraagstuk en armoede in het Zuiden synoniem. Er is al vele jaren een jezuïetennetwerk actief dat dit probleem bespreekt en argumenten aandraagt om tot schuldkwijtschelding of tot schuldverlichting te komen.
Voor armere Amerikanen
We beleven nu een nieuwe schuldencrisis. Niet begonnen in het Zuiden, maar in de buitenwijken van de grote steden van de Verenigde Staten, waar circa tien miljoen Amerikaanse gezinnen zich in de schulden hebben gestoken om een huis te kunnen kopen. De bisschoppen aldaar noemden het eigendom van een huis een grondrecht voor de Amerikaanse gezinnen. Ook ten aanzien van de huur van huizen door arme gezinnen spraken zij zich uit: 30% van het inkomen was de grens. Parochies hebben zich de laatste tien, vijftien jaren ingespannen om gezinnen aan huizen te helpen, om de doorstroming van de huizenmarkt te vergemakkelijken door bijvoorbeeld aanleunwoningen en tijdelijke woningen te sponsoren, door tijdelijke slaapplaatsen voor daklozen te organiseren. Niet alleen de Amerikaanse bisschoppenconferentie, maar ook de conferentie van Amerikaanse jezuïetenprovinciaals en andere religieuze instanties oefenden druk uit op het Huis van Afgevaardigden en de Senaat voor wetgeving ten behoeve van de armere Amerikanen. In de tweede helft van de Clinton-jaren was er een federaal budget van ca $ 30 miljard per jaar voor allerlei projecten voor volkshuisvesting. Er kwam een huursubsidieregeling met vouchers, waardoor arme gezinnen zich kunnen vestigen in iets betere wijken. Er werd ca $ 3 miljard vrijgemaakt om bestaande sociale woningbouw te verbeteren. Er kwamen opvangregelingen voor daklozen. Ca $5 miljard voor wijkverbetering tezamen met locale overheden en de particuliere sector. En er kwam een zeer belangrijke financiële regeling om arme gezinnen die normaal gesproken niet voor een hypotheek in aanmerking zouden komen, toch aan een lening te helpen. In november 1999 ondertekende president Clinton de Gramm-Leach-Bliley-wet waardoor er een verwevenheid van banken, verzekeringsmaatschappijen, spaarbanken en beleggingsmaatschappijen tot stand kon komen om de risico’s van deze “subprime” hypotheken zo breed mogelijk uit te kunnen smeren.
Verantwoord?
Jaarlijks werden er wel opmerkingen gemaakt in allerlei commissies van het Huis van Afgevaardigden en van de Senaat, maar even zovele brieven en verklaringen van ethici en allerlei religieuze autoriteiten drongen er op aan om deze zeer speciale hypotheekmarkt voor gezinnen die nooit een normale hypotheek zouden kunnen krijgen, voort te laten bestaan. Surfend over het internet bezocht ik sites van de 24 Amerikaanse jezuïetenuniversiteiten, van de vele business schools waar jezuïeten aan zijn verbonden, van het Jesuit Volunteer Corps en van andere instellingen met de orde verbonden. Zes of vijf jaar geleden werd deze “subprime” hypotheekmarkt gezien als een voorbeeld van verantwoord maatschappelijk ondernemen. Inmiddels is het tij gekeerd. De internationale geld- en kapitaalmarkten zijn in anderhalf jaar getroffen door de haperende “subprime” hypotheekmarkt van de Verenigde Staten. Op zich vormden die haperingen slechts een aanleiding tot een globale financiële crisis en reuzendalingen van aandelenkoersen in de tweede helft van 2008. Het kan allemaal niet liggen aan die “subprime”-markt. Er is meer aan de hand. Het is nog te vroeg om de echte oorzaak van de globale brand aan te geven, maar het blussen is wel alvast begonnen.
Ethiek en overredingskracht
Hoe gaat het verder met die tien miljoen huishoudens die een voorwaarden, met een hypotheek die de eerste twee tot drie jaren maar weinig rente vroeg? Sommige banken weten een oplossing. De Washington Mutual bijvoorbeeld meldde over het derde kwartaal van dit jaar dat ze onder scherpere voorwaarden nog steeds hypotheken in de “subprime”-markt verschafte, alhoewel aan een aanzienlijk kleiner aantal gezinnen. Ook deelde de bank mee dat hypotheekaanvragers volledige opgave dienden te doen van hun inkomen. Tenslotte maakte de bank $ 2 miljard vrij om wanbetalers te helpen met een herfinanciering van hun hypotheekschuld. Zo zijn er meer banken in de USA. Nee, de “subprime”-crisis is maar een betrekkelijk kleine schok van de aardbeving van het mondiale geldstelsel. De diepere oorzaken liggen bij de consumptieve, nauwelijks duurzame, geldverslindende karaktertrekken van de markteconomie. Er is veel economische kennis nodig om de geologie van deze financiële aardbeving bloot te leggen. Er is veel politiek vernuft nodig om eruit te raken. Er is veel ethiek en overredingskracht nodig om de getroffen huishoudens bij te brengen dat elke geldlening vergezeld moet gaan met de discipline van rentebetaling en schuldaflossing. Op de middelbare scholen en universiteiten waar de jezuïetenorde wereldwijd mee verbonden is, studeren 2,5 miljoen leerlingen en studenten. Ik hoop over een paar jaar op de websites van de economische, bedrijfskundige en juridische faculteiten van onze onderwijsinstellingen een hoeveelheid gedegen analyses aan te treffen, reële hulpprogramma’s en succesverhalen van gelukkige bezitters van huizen gekocht in de “subprime”- markt.
Eduard Kimman SJ