Jezuïet op Vinkenslag

Pater Koen Meens sj is sinds 1988 pastor bij de bewoners van “Vinkenslag” (Maastricht). Hier kan je uittreksels lezen uit een interview met hem, afgenomen door Wim Swüste F.I.C.

Het volledige interview vind je hier >>

“In de nachtmis van Kerstmis 1989 mocht ik voor het eerst in mijn leven voor woonwagenbewoners preken. Sindsdien ben ik er aan het werk en ik moet zeggen dat dit heel eigensoortige apostolaat bij tijd en wijle wel heel ‘heftig’ kan zijn. Maar wellicht ben ik mij mede daarom heel nauw verbonden gaan voelen met ‘mijn’ mensen, en zij ook met mij”.

Mijn allereerste nadere kennismaking met de woonwagenbewoners vond plaats op een zondagochtend in november. Bij de kerkdeur werd ik door een oma met haar kleindochter, gevraagd wie ik was. Ik maakte me aan hen bekend als de nieuwe pater. Tijdens de stilte daarna bekeek de dame mij aandachtig van top tot teen. Enige ogenblikken later nodigde zij mij uit in haar wagen voor een kop koffie. Onderweg daarheen, dwars over het centrum, zwaaiden her en der de raampjes van enkele woonwagens open en klonk de vraag in koor: “Betje, wie is die man?” Haar antwoord ‘ónze nieuwe pater’ was meteen mijn introductie en installatie tegelijk.

“De mensen hier leven in grote solidariteit. Naar buiten toe hebben zij echter het gevoel dat de wereld rondom hen met argwaan bejegent. Ik probeer vooral goed naar hen te luisteren en dan blijkt dat de meesten van hen een gouden hart hebben. Ze stellen het hogelijk op prijs dat er aandacht voor hen is en dat je hen vooral serieus neemt. Communicatie met hen verloopt over het algemeen op een emotioneel niveau. Hun reageren is vooral gevoelsmatig en direct. De kambewoners leven bij de dag en dat is eigenlijk heel evangelisch, in de trant van Jezus’ gelijkenis over de vogels in de lucht en de lelies op het veld…”

 “Ik ben onder de mensen werkzaam als diaken. Het onderscheid tussen een priester en een diaken speelt voor hen geen al te grote rol. Sommigen verwoorden dat verschil aldus: ‘U bent geen echte pater, hé.’  Ik moet daar altijd weer om lachen en besef dan hoe ontwapenend hun doorgaans traditionele visie op de Kerk en ook hun geloofsbeleving is. Werken als diaken acht ik immers een functie met soortgelijke ontwapenende eenvoud. Van de Kerk heb ik de zending gekregen om zoals de Heer temidden van deze mensen dienstbaar te zijn en bij hen te blijven en zo voor hen de Kerk als een levend Sacrament van menslievendheid en persoonlijke aandacht tegenwoordig te stellen.

Ik ga veel op huisbezoek en praat met de bewoners, met jong en oud. Als er problemen zijn, weten zij mij te vinden. Ik bedien de sacramenten, voor zover dat van mij als diaken wordt verwacht. Verder bereid ik kinderen voor op hun Eerste Communie. Ik ga voor in Woord en Communievieringen en breng maandelijks ons Heer naar zieken en ouden van dagen.

Een essentieel onderdeel van mijn dienstwerk is de stervensbegeleiding.  Bij de uitvaart komt hun eigen cultuur van leven en vieren uitbundig tot uiting. Vooral de kwaliteit van de lijkkist en de veelal overdadige bloemversieringen vallen in het oog. Tijdens de dienst treden er vaak solisten op, zangers met een populair repertoire of instrumentalisten. Op het kerkhof haal je hun grafmonumenten er meteen uit. Veel ‘zuidelijke’ invloed. De grafplaats met soms nog een extra rustbank is overdekt met opsmuk.  Alles vindt nog een geanimeerd vervolg tijdens een uitvoerige koffiemaaltijd voor de doorgaans talrijke aanwezigen. Het is niet ongewoon dat nabestaanden een tijd lang rouw dragen of zelf een jaar lang geen tv kijken, noch mee gaan naar een café voor vertier of zelfs thuis alcohol drinken gedurende een langere periode.