VERHULST-VAN EECKHOVENPRIJS

VOOR PALLIATIEF ARTS MARC DESMET SJ

‘We moeten weer leren elkaar tot last te zijn.’

Voor zijn jarenlange inspanningen op de palliatieve eenheid van het Virga Jesseziekenhuis in Hasselt en zijn talrijke publicaties over palliatieve zorg kreeg arts-jezuïet Marc Desmet onlangs de driejaarlijkse Verhulst -Van Eeckhovenprijs.

Palliatief arts en jezuïet Marc Desmet mocht onlangs de driejaarlijkse Verhulst-Van Eeckhovenprijs in ontvangst nemen. Die prijs is bestemd voor artsen die wetenschap combineren met sociaal engagement. Dokter Desmet is de grote bezieler van de palliatieve zorg in het Virga Jesseziekenhuis in Hasselt en voor zijn jarenlange harde werk, veelal in stilte, is hij ditmaal beloond. “De mensen die de prijs voor mij hebben gekregen, zijn allemaal medici die zich meer in hun element voelen tussen de mensen dan tussen de boeken, ook al zitten ze wel eens in die boeken of schrijven ze er zelf,” meent Desmet. “Het is het type mensen dat wel eens te vinden is in de media, maar die niet expliciet opzoekt en er zelfs een zeker weerstand tegenover voelt, ook al onderkennen ze het belang daarvan wel. Ik sta daarom graag mee in dat rijtje. Ik weet me met deze prijs ‘gezien’ in mijn inspanningen die vaak een eenzaam karakter hebben en waarvoor ik af en toe een mentale prijs betaal.”¨

¨¨

Jezuïeten en geneeskunde >>
Jesuits in science >>
Jezuïeten en theologie >>

UCSIA >>

De Bollandisten >>
Ruusbroecgenootschap >>
Jezuïetenbibliotheken >>
Theologie en ecologie >>
Jezuïeten en sterrenkunde >>
Doctoraat Georges Ruyssen sj >>

Kreeg u al ‘gedoodverfde katholiek’ in een pluralistisch ziekenhuis voldoende ruimte om uw ding te doen?

“Ja, ik heb altijd de ruimte en het vertrouwen van de artsen en de directie gekregen. Ik voel me eigenlijk heel goed in een pluralistisch milieu. Ik denk dat jezuïeten sowieso veeleer geroepen zijn naar de rand van de kerk dan naar het centrum. Ik ben met erg geseculariseerde dingen bezig en heb geen heimwee naar vroeger. Wel draag ik zelf de beelden en woorden van Jezus van Nazareth met me mee, let ik op de geestelijke bewegingen die in mij leven, en probeer ik voortdurend dat verhaal van Jezus op mijn eigen leven te leggen. Ik voel me dus thuis in die geseculariseerde wereld, maar ik ga uit van de geest van Christus die in mij waart, en ik probeer het ‘onderscheiden van de geesten’ toe te passen in mijn werk als arts.”

Volgens Carlo Leget hebben we nood aan een nieuw soort stervenskunst met meer aandacht voor de spirituele dimensie. Bent u het met hem eens?

“Ik denk dat hij gelijk heeft, al zie ik wel al evoluties in die richting. In de opvoeding van kinderen is er al veel meer ruimte voor het sterven dan pakweg vijftien jaar geleden. Ik probeer op de palliatieve eenheid ook altijd een ruimte te creëren waarbinnen ‘zin’ kan worden ervaren. Dat kan door een goede pijn - en symptoomcontrole - met minder angst en pijn ontstaat er immers ruimte voor iets van een ‘andere orde’ –door rituelen, familiale gesprekken, eerlijke antwoorden op vragen die tijd nodig hebben om binnen te sijpelen, enzovoort. Mensen zullen die momenten niet meteen als diepe religieuze ervaringen definiëren, maar op zulke momenten gebeurt wel iets diepmenselijks. Ik merk dat ik de laatste jaren erg ‘incarnatorisch’ ben geworden. Het christendom gaat toch vooral om de menswording van God. Wat me vooral interesseert, is die menselijkheid.”

Marc Desmet sj en zijn team

In een tijd waarin de zelfbeschikkings- en autonomiegedachte erg hoog in het vaandel staat, pleit u voor een zelfbeschikking-in-verbinding.

“Ja, we moeten volgens mij opnieuw leren elkaar tot last te zijn. Een mens bestaat uit verbindingen: een persoonlijke verbinding met een grotere gemeenschap. Ik vind dat we ons ook moeten verbinden met de wereld van de armen. De armen in onze maatschappij zijn vaak de mensen die wilsonbekwaam zijn. Door je te realiseren dat er zulke mensen zijn en je met hen te verbinden – in gedachten en in concreet engagement -, ben je beter gewapend tegen tegenslagen, lijden en pijn. Mensen die zich verbinden met armen, putten daar ook iets positiefs uit voor zichzelf. Althans, dat is mijn intuïtie. Dat is een mooie uitdaging voor een christengemeenschap. Zinnen als ‘Christus heeft ons verlost door zijn lijden’ klinken heel wat minder abstract als je jezelf verbindt met die lijdenden en merkt dat dit ‘verlossend’ werkt.”

U hebt altijd geprobeerd uw werk als arts te verzoenen met de ignatiaanse spiritualiteit. Welke elementen uit de leer van Ignatius integreert u in uw job?

“Ik hou me vooral bezig met de spiritualiteit van de zorgverlener. Je kunt immers maar spirituele symptomen detecteren, als je hebt geleerd die dingen in je eigen leven te herkennen. In mijn boek Dag en Nacht. Een spiritualiteit vanuit de medische ervaring heb ik geprobeerd de dynamiek van de Geestelijke Oefeningen ter hertalen naar de context arts - patiënt. Ik kijk altijd naar de verschillende lagen in de ervaring van mensen. De fasen uit de Geestelijke Oefeningen - verlangen, kwetsuur, twijfel, worsteling met lijden, daarin toch opstaan en verdergaan – onderscheid ik evenzeer in het proces aan het levenseinde.

Wat ik ook van Ignatius heb geleerd, is ‘passiviteit in activiteit’, wat ik verbind met het ignatiaanse ‘contemplatief zijn in actie’. Dat is op drie manieren te begrijpen: het wil ten eerste zeggen dat je de patiënt tijdens de verzorging – actie – ook moet proberen volgen – passiviteit – in zin ervaring : zijn ontkenning, zijn kwaadheid, zijn verdriet. Het betekent ook dat je je niet mag laten misleiden door je eigen lijden. Je mag je eigen gevoelens niet projecteren op die van de patiënt. Goede compassie is ‘ik zie lijden, het doet me lijden, maar mijn lijden is niet hetzelfde als dat van de patiënt’. Passiviteit in activiteit betekent ten slotte ook receptiviteit: sereniteit, humor ontvangen en tot je laten doordringen.”

Wat zou u in de palliatieve zorg nog willen zien gebeuren?

“Nu palliatieve zorg stilaan niet meer zo ‘hot’ is, pleit ik voor een verder uitbouw en consolidatie van wat  er nu bestaat, vooral dan voor meer overheidssteun voor de Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen. We moeten oppassen dat er niet meer aandacht gaat naar euthanasie – dat uiteindelijk maar een van de vele levenseindebeslissingen is – dan naar palliatieve zorg. We moeten onze energie gelijkmatig verdelen.

Ik pleit ook voor het belang van ‘nursing’ in de geneeskunde. Een van de grootste ethische problemen is in mijn ogen het tekort aan verzorgenden en verpleegkundigen in ziekenhuizen en woon – en zorgcentra. Ook moet er meer aandacht gaan naar de niet – behandelbeslissingen. We krijgen jaarlijks een aantal euthanasievragen van mensen die (te) lang of zwaar zijn behandeld en er daarom een einde aan willen maken. Ook bij een mogelijke uitbreiding van de euthanasiewet naar dementerenden, minderjarigen, psychiatrische patiënten, moet de centrale vraag zijn : ‘mogen we elkaar vandaag nog tot last zijn?’.”

Katrien Verreyken

Met dank aan Tertio


IHS > activiteiten > wetenschap