Ignatius van Loyola

op bedeltocht

in Brugge en Antwerpen

Toen Ignatius 37 jaar was, hij heette toen nog Iñigo, zag hij het in Spanje niet meer zitten. Hij werd er gepest en verdacht gemaakt omdat hij mensen geestelijk wou helpen terwijl hij geen priester was. Nog erger : men dacht dat hij bij de 'Alumbrados' aanleunde en de Inquisitie had hem daarom al tweemaal opgesloten om hem op de rooster te leggen. 'Alumbrados' waren verlichte mystiekers die met goede bedoelingen begonnen waren maar later vogelvrij werden verklaard omdat men hen beschuldigde de leer van Luther in Spanje binnen te brengen.

Jezuïetenwandelingen >>
164 jaar jezuïeten in Turnhout >>
Calvijn en Ignatius >>
De Latijnse preken van Francisco de Estrada sj >>
De Canadese martelaren >>
Ignatius op bedeltocht in Vlaanderen >>
De Markies van Pombal >>
Nadal, Ignatius’ rondreizende spreekbuis >>
Jezuïeten en mariaverering >>

Begin 1528 vertrok Ignatius naar Parijs om er te studeren en priester te worden. Studeren kost geld en Ignatius, die armoedig wou leven, moest dus bedelen. Het zoeken naar geld in Parijs vroeg veel tijd en daarom kreeg hij de raad om tijdens de zomervakantie te Brugge en Antwerpen te gaan bedelen bij de rijke Spaanse kooplui. Hij kon dan genoeg samenleggen om het een jaar vol te houden. De bedeltocht tijdens de zomer van 1528 was een succes en de twee volgende jaren zou Ignatius dit nog overdoen. In 1530 trok hij zelfs naar Londen. Die Spanjaarden waren wel vriendelijk want ze stuurden daarna hun bijdrage naar Parijs zodat voor Ignatius de lange reis bespaard bleef.

Brugge en Antwerpen houden tradities in eer die vertellen wie de Spanjaarden waren die Ignatius hielpen en waar ze woonden. Zuiver historisch is dit echter moeilijk te bewijzen. Voor Brugge wordt  Gonzalves de Aguilera vermeld en die zou in het hof 'Den Pynappel' gewoond hebben in de Spanjaardstraat. Toevalligheden zijn nooit uitgesloten want het huidige jezuïetenhuis Iñigo in de Korte Winkel is slechts door een muur gescheiden van dit hof. Met zekerheid is toch de ontmoeting gekend tussen Ignatius en de Spaanse humanist en opvoedkundige Juan Luis Vives (1492-1540). Hij was hoogleraar te Leuven, vriend van Erasmus en ging te Brugge wonen. Van hem zijn de profetische woorden over Ignatius : 'Je zal het zien, hij zal nog een religieuze orde stichten'.

Voor de stad Antwerpen bestaat er een sterkere traditie. Ignatius zou zijn intrek genomen hebben in een woonst tegenover het zuiderportaal van de Sint-Jacobskerk, dat is op de hoek van de Lange Nieuwstraat en de Eikensstraat. Daar woonde de Spaanse edelman don Juan de Cuellar, gehuwd met de Antwerpse Clara Pels. Toen Ignatius in 1622 heilig werd verklaard kwam zijn beeld op de hoek van de woning te staan met een inscriptie die aan het verblijf van Ignatius herinnerde. De naam van het huis werd veranderd van 'Den Roozenkrans' in 'Sint-Ignatius'. In 1738 werd de Amsterdammer baron de Stier eigenaar van de woonst. Als overtuigde calvinist liet hij het beeld en het opschrift verdwijnen. In 1904 werd het gebouw met de grond gelijk gemaakt.


IHS > geschiedenis > thematisch