500e VERJAARDAG VAN de GEBOORTEDAG van  JEROEN NADAL

11 augustus 2007

Passages  uit een brief van pater Kolvenbach, algemene overste, gezonden aan alle jezuïeten bij gelegenheid van deze verjaardag

Jeroen Nadal heeft een belangrijke rol gespeeld in de beginjaren van de Sociëteit van Jezus. Dankzij zijn aandringen heeft Ignatius erin toegestemd ons zijn geestelijk testament na te laten in “Het Verhaal van de Pelgrim”. Pater Nadal zal schrijven: “heel het leven van de Sociëteit ligt in kiem in Ignatius’ geschiedenis samengevat en wordt erin voorafgebeeld.

Jesuitica >>

Nijs >>
De Markies van Pombal >>
Nadal, Ignatius’ rondreizende spreekbuis >>

Het is ook aan pater Nadal te danken dat geest en letter van de Constituties zich onder de eerste generaties van jezuïeten verspreid hebben, vaak met korte en krachtige gezegden zoals “Wij zijn geen monniken” of “de”wereld is ons huis” en “onze kamer dient tot  koor”; het zijn gezegden die tot op de dag van vandaag ons voorhouden wat de Heer van ons, zijn reisgezellen,  voor zijn Kerk en zijn volk verwacht.

Om uit te leggen waaruit de oorspronkelijkheid van de Sociëteit bestaat, schreef Jeroen Nadal: “ niets van wat men uit naastenliefde kan doen om de medemens te helpen,  is in ons Instituut  uitgesloten, maar wel op voorwaarde dat zulke dienst steeds een spiritueel karakter heeft, en dat we duidelijk inzien dat  hetgeen typisch bij ons hoort, het meest volmaakte, namelijk het geestelijk dienstwerk, is.

Pater Nadal staat bekend  als een groot geestelijk leidsman, maar ook als de eerste die op Sicilië de maatschappelijke hulp organiseerde in de vijf jaar die hij op het eiland doorbracht met het verkondigen van Gods woord. Maar terwijl hij zich bezighield met allerlei werken van barmhartigheid, wist hij  bij de keuzes die hij in zijn leven en in zijn apostolaat maakte, een zuivere balans te bewaren, “ in het midden, als de naald van de weegschaal”

[GO 15] , en gaf  hij de Heer de ruimte  om hem te laten doen wat meer tot Diens  dienst strekte. Vandaar dat hij niets wilde weten van een spiritualisme zonder concrete daden, noch van een geseculariseerde beroepsactiviteit.

Zo betekent lid zijn van de Sociëteit van Jezus dat men wordt uitgekozen en uitgezonden tot opdrachten die de apostelen hadden, dat wil zeggen, de Goede Herder volgen bij zijn zoeken naar het verloren schaap, “zich bekommeren om mensen voor wie niemand zorg draagt of voor wie alleen maar oppervlakkig wordt gezorgd. Voor hen is de Sociëteit van Jezus gesticht; dat is haar kracht, haar waardigheid in de Kerk”.

De eerste jezuïeten herkenden zich in de zending van de apostel Paulus – “Voor ons betekent Paulus  ons geestelijk dienstwerk” schrijft pater Nadal -, en wisten daarom dat hun zoektocht naar het verloren schaap hen  zou brengen naar de grenzen van de Kerk – natuurlijk ook naar haar  grenzen op de landkaart, maar daarnaast ook  naar die kruispunten  waar  de brandende vragen van de mensen geconfronteerd werden of worden met de verkondiging van de Heer - het echte antwoord  op deze vragen  Volgens Johannes Paulus II behoorde tot deze apostolische dynamiek “een sterke betrokkenheid op sociaal gebied en op de dienst aan de minsten in de samenleving”, maar hij benadrukte daarbij dat “dit aspect nooit mag worden losgemaakt van de alomvattende dienst aan de opdracht van de Kerk om het evangelie te verkondigen; zij draagt zorg  voor het heil van alle mensen en van ieder afzonderlijk mens, met diens bovennatuurlijke bestemming als uitgangspunt.

Juist  in dat werken op de wijze van de apostelen moeten de jezuïeten  contemplatief zijn, zo spoort  pater Nadal hen aan. Hoewel hij de formulering “contemplatief in  de actie” maar eenmaal in zijn geschriften gebruikt, is het overigens daaraan te danken dat Nadal bekend en nog steeds actueel is. Hij heeft geen spiritualiteitbeginsel willen formuleren, maar een kenmerkende trek van de H. Ignatius willen beschrijven, die bij alles, handelingen of  gesprekken, de actieve aanwezigheid van God voelde en beschouwde, en de aantrekkingskracht van geestelijke zaken, hetgeen hij gewoonlijk zelf aldus onder woorden bracht:”Men dient God in alles te vinden”.

Zonder de uitdrukking”contemplatief in de actie” te gebruiken , komt pater Nadal vaak terug op dit apostolisch gebed dat kenmerkend zou moeten zijn  voor iemand die in dienst staat van Christus’  zending.  Zo schrijft hij in zijn geestelijk dagboek: “Ik wil niet dat je alleen wanneer je de Mis opdraagt of onder het bidden, geestelijk en vroom bent; ik wil dat je vroom en geestelijk bent als je je aan een bezigheid wijdt, zodat in alles wat je doet ten volle de kracht schittert van de geest, van de genade en van de vroomheid”. De werkelijke reden hiervoor is dat “wij niet uit onszelf  handelen, maar in Christus, met zijn genade, met zijn kracht, alsof iemand zou zeggen: ik werk, neen, niet ik, het is Christus die in mij werkzaam is en ik in Hem. Bij alles aanvoelen wat Christus zou doen of beslissen”

Contemplatief zijn in de actie is voor pater Nadal geen eenvoudige praktische raad of vrome wens. Het gaat ook niet om een afwisseling tussen ogenblikken van activiteit en tijden van gebed. Pater Nadal stelt de vertrouwelijke omgang van een gezel van Jezus met God voor als een cirkelende beweging, die haar oorsprong vindt in het bewegen van de Geest, door ons hart gaat, en uitloopt op een concreet apostolisch handelen, om terug te keren naar haar bron in God. De scholastieken van Coïmbra die zuchtten onder de studielast en die weinig tijd voor gebed  hadden in hun leven, spoort hij in een toespraak van 1561 aan, te groeien, door “als in een cirkel”  van de contemplatie over te gaan tot actie, en van actie tot contemplatie, want “als in de praktijk een jezuïet  zich met grote ijver aan de studie wijdt, en in het gebed inspiratie vindt om erin verder te komen, zal hij vooruitgaan en God onze Heer zal hem helpen”.

 Maar, zo merkt pater Nadal op, hiermee is die cirkelbeweging niet voltooid, want het handelen kan aan apostolische kracht inboeten, en iemands gerichtheid op de grotere dienst van God kan een andere richting inslaan en scheefgroeien. Men moet dan, schrijft hij,, voortdurend weer het leven en de persoon van Christus gaan overwegen [GO 214]. Zo leeft in ons, dankzij deze cirkelbeweging waardoor we “in de Heer” overgaan van de contemplatie naar de actie, en van deze naar de contemplatie, het “gevoelen van Christus”, en worden wij daardoor geheel gegrepen, en het enige dat gedaan wordt is het bieden van de hulp die de Heer voor Zijn volk wil.

Om het te zeggen met pater Nadal's eigen woorden: “je moet ervoor zorgen dat je geloof niet louter een zaak van het redenerend verstand     is, zonder dat het weerklank heeft in je hart. Streef ernaar het concreet te maken, zodat je hart gaat branden van liefde jegens God en je naaste”. Want “als u zich in uw ambtswerk of in willekeurig welke functie ook aan de naaste en aan de dienst van God hebt gewijd, zal God u daarna meer daadwerkelijk helpen bij uw gebed. En deze meer effectieve hulp van God zal op haar beurt u helpen om moediger en met meer geestelijk profijt u te wijden aan uw naaste”.

Als de zending van Christus het vraagt, wordt dit al gauw een radicale spiritualiteit: "In deze Sociëteit kent men geen vrije tijd, want als ze niet doende zijn in hun kerken, zijn ze op zoek naar zielen die zij in het geestelijk leven verder kunnen helpen”, of ook: “ze lenen zich tot geen enkel gesprek, geen enkele handeling, als deze niet uiteindelijk gericht zijn op het hulp bieden aan de zielen en het verkrijgen van enige geestelijke vrucht”. Evenmin als zijn leermeester Ignatius kan pater Nadal zich een Sociëteit voorstellen, waarin het leven tot een routine zou worden, zonder geloof in de toekomst, noch dat er jezuïeten zouden zijn die tot nietsdoen zouden komen en kil worden. Als “de Sociëteit brandende ijver is”, zoals Nadal ergens zegt, dan is dat omdat zij “met brandende ijver het heil en de volmaaktheid najaagt van de evenmens”, in een hartstochtelijke liefde voor Christus, voor “Zijn plaatsbekleder hier op aarde”en voor Zijn Kerk.

Als we dus pater Nadal goed verstaan , blijft het belangrijkste “Christus op zulk een manier te vinden dat wij bij alles aanvoelen wat Christus zou doen of beslissen, als op Hij op dit moment hier zou zijn”.

Klik hier voor de volledige tekst van pater Kolvenbach.


IHS > geschiedenis > thematisch