Vijfhonderdste verjaardag van Jerome Nadal’s geboortedag

2007/12

AAN DE HELE SOCIËTEIT VAN JEZUS

Dierbare paters en broeders,

                                               De vrede van Christus!

Terwijl wij volop bezig zijn met de voorbereidingen voor de 35e Algemene Congregatie wordt de vijfhonderdste verjaardag herdacht van Jerome Nadal’ s geboortedag op 11 augustus 1507 te  Palma de Majorca in Spanje. Door terug te denken aan de rol die pater Nadal in de beginjaren van de Sociëteit heeft gespeeld,  en iets bijeen te zetten van zijn ervaring en geschriften, kan er licht geworpen worden op onze voorbereidingswerkzaamheden en op de Algemene Congregatie zelf.

Dankzij  Nadals aandringen heeft Ignatius erin toegestemd ons zijn geestelijk testament na te laten in “het Verhaal van de pelgrim”. Dit boek is daarom zo onmisbaar omdat, volgens pater Nadal, “in  Ignatius’geschiedenis heel het leven van de Sociëteit in kiem samengevat en voorafgebeeld wordt”.  Het is ook aan pater Nadal te danken dat geest en letter van de Constituties onder de eerste generaties van jezuïeten verspreid werden, vaak met korte en krachtige gezegden zoals “wij zijn geen monniken”, “de  wereld is ons huis” en “onze kamer dient tot koor” , gezegden die tot op de dag van vandaag ons voorhouden wat de Heer voor zijn Kerk en zijn volk van ons, zijn reisgezellen, verwacht.

Pater Arrupe die op 14 november honderd jaar geleden geboren werd, had de enigszins in het vergeetboek geraakte geschriften van pater Nadal weer ontdekt, en in zijn laatste exhortaties citeerde hij eruit. Bij de uitleg van de Constituties en de Geestelijke Oefeningen stelde pater Nadal kwesties aan de orde die ons nog steeds bezighouden bij ons gewetensonderzoek waarin we trachten het leven en de indrukwekkende apostolische activiteit van de Sociëteit van Jezus op hun waarde te schatten.

Als bijvoorbeeld bij ons biddend onderscheiden de vraag rijst naar onze identiteit, herinnert pater Nadal er ons aan dat  ongetwijfeld “niets van wat men uit naastenliefde kan doen om de medemens te helpen, in ons Instituut is uitgesloten, maar wel op voorwaarde dat zulke dienst steeds een spiritueel karakter heeft, en dat we duidelijk inzien dat hetgeen typisch bij ons hoort  het meest volmaakte ,namelijk het geestelijk dienstwerk, is”. Pater Nadal staat bekend als een groot geestelijk leidsman, maar ook als de eerste die op Sicilië de maatschappelijke hulp organiseerde in de vijf jaar die hij op het eiland doorbracht met het verkondigen van Gods woord.. Maar terwijl hij zich bezighield met allerlei werken van barmhartigheid, wist hij bij de keuzes die hij in zijn leven en in zijn apostolaat maakte, een zuivere balans te bewaren “in het midden als de naald van de weegschaal” [GO 15], en gaf hij de Heer de ruimte om hem te laten doen wat meer tot Diens dienst strekte. Vandaar dat hij niets wilde weten van een spiritualisme zonder concrete daden noch van een geseculariseerde beroepsactiviteit.

Zoals de 34e Algemene Congregatie zegt, neemt een gezel van Jezus  geen genoegen met onverschillig welke reactie op de noden van de tijd. De reactie moet in alle opzichten het initiatief  laten zien van Gods liefde en de daarin werkzame  wijze van handelen van de Heer. En deze reactie zal waarachtig zijn,  als wordt vastgehouden aan de drievoudige pastorale benadering waarin de bediening van het woord, van de sacramenten en van de werken van barmhartigheid besloten liggen, zonder dat ten onrechte de nadruk wordt gelegd op een bepaald aspect van de zending van de Heer, ten koste van de andere. De Sociëteit moet haar trouw aan deze drievoudige benadering beleven  ”in haar zorg voor mensen om wie niemand zich bekommert of voor wie niet voldoende wordt gezorgd. Voor hen is de Sociëteit van Jezus gesticht; dat is haar kracht, haar waardigheid in de Kerk”

Zo betekent lid zijn van de Sociëteit van Jezus  dat men wordt uitgekozen en uitgezonden tot opdrachten die de apostelen hadden, namelijk “ayudar a las almas”, de Goede Herder volgen bij zijn zoeken naar her verloren schaap. Als geestverwant  van Nadal, zijn vriend in de Heer, beschrijft Petrus Faber de volle betekenis van deze van de Heer afkomstige opdracht: “Moge ook ik in staat zijn velen te helpen, te troosten, te bevrijden, te bemoedigen , en niet alleen hun geest maar ook hun lichaam te verlichten, en aan mijn naaste , wie hij ook is,  naar lichaam en ziel vele andere vormen van hulp te bieden”

Deze korte terugblik op de bronnen van de Sociëteit herinnert ons eraan om welke reden precies de Geest voor het leven van zijn Kerk gebruik heeft willen  maken van jezuïeten, en bevestigt ons in een creatieve trouw aan deze goddelijke roeping. De eerste jezuïeten herkenden zich in de zending van de apostel Paulus  - “Voor ons betekent Paulus  ons geestelijk dienstwerk”, schrijft pater Nadal - , en wisten daarom dat hun zoektocht naar het verloren schaap hen zou voeren naar de grenzen van de Kerk – natuurlijk ook naar haar grenzen op de landkaart, maar daarnaast ook naar die kruispunten waar de brandende vragen van de mensen geconfronteerd werden of worden met de verkondiging van de Heer, het echte antwoord op die vragen. Volgens Johannes Paulus II behoort  tot deze apostolische dynamiek "een sterke betrokkenheid op sociaal gebied en op de dienst aan de minsten in de samenleving”, maar hij benadrukte daarbij dat “dit aspect  nooit mag worden losgemaakt van de alomvattende dienst aan de opdracht van Kerk om het evangelie te verkondigen; zij draagt zorg  voor het heil van alle mensen en van ieder afzonderlijk mens, met diens bovennatuurlijke bestemming als uitgangspunt” (AR XXI, 904).

Juist in dat werken op de wijze van de apostelen moeten wij contemplatief zijn, zo spoort pater Nadal ons aan. Hoewel hij  de formulering “contemplatief in actie” maar eenmaal in zijn geschriften gebruikt, is het overigens daaraan te danken dat Nadal bekend en nog steeds actueel is. Hij heeft geen spiritualiteitbeginsel willen formuleren maar een kenmerkende trek van Ignatius willen beschrijven die bij alles, handelingen of gesprekken, de actieve aanwezigheid van God voelde en beschouwde, en de aantrekkingskracht van geestelijke zaken, hetgeen hij gewoonlijk zelf aldus onder woorden bracht: “men dient God in alles te vinden” Zonder de uitdrukking “contemplatief in actie” te gebruiken, komt Nadal vaak terug op dit apostolisch gebed dat kenmerkend zou moeten zijn voor iemand die in dienst staat van Christus’ zending. Zo schrijft hij in zijn geestelijk dagboek: “ ik wil niet dat je alleen , wanneer je de Mis opdraagt of onder het bidden , geestelijk en vroom bent; ik wil dat je vroom en geestelijk bent als je je aan een bezigheid wijdt, zodat in al wat je doet ten volle de kracht schittert van de geest, van de genade en van de vroomheid”. De werkelijke reden hiervoor is dat “we niet uit onszelf handelen, maar in Christus, met zijn genade, met zijn kracht, alsof  iemand zou zeggen: ik werk, neen, niet ik, het is Christus die in mij werkzaam is en ik in Hem. Bij alles aanvoelen wat Christus zou doen of beslissen”.

Contemplatief zijn in actie is voor pater Nadal geen eenvoudige praktische raad of vrome wens. Het gaat ook niet om een afwisseling tussen ogenblikken van activiteit en tijden van gebed. Pater Nadal stelt de vertrouwelijke omgang van een gezel van Jezus met God voor als  een cirkelende beweging, die haar oorsprong vindt in het bewegen van de Geest, door ons hart gaat, en uitloopt op een concreet apostolisch handelen, om terug te keren naar haar bron in God. De scholastieken van Coïmbra, die zuchtten onder de studielast en die weinig tijd voor gebed hadden in hun leven , spoort hij in een toespraak van 1561 aan, te groeien door “als in een cirkel”van de contemplatie over te gaan tot actie, en van actie tot contemplatie, want “als in de praktijk (een scholastiek) zich met grote ijver aan de studie wijdt, en in het gebed inspiratie vindt om erin verder te komen, zal hij vooruitgaan, en God Onze Heer zal hem helpen”.

Dit leven van apostolisch gebed heeft als enige bron de Geest, - spiritu - die tot ons spreekt van hart tot hart. In zijn verlangen dat God in alles als eerste worde gediend onderzoekt en onderscheidt de gezel van Jezus  zorgvuldig wat de Heer van hem verwacht, met name door in de school van de Geestelijke Oefeningen de geheimen te overwegen van Christus’ leven, opdat niet alleen de keuze van ons apostolisch handelen van Hem uitgaat, maar ook de manier om dit in Zijn Geest te doen. Wanneer men vanuit het diepst van zijn hart – corde – aanvaard heeft wat als een  beweging  van de geest - spiritu – wordt ontvangen, wordt deze beweging in de praktijk  - practice – concreet gemaakt, dat wil zeggen, concreet ingezet om “de zielen te helpen” , door in navolging  van de Heer die het nieuwe gebod heeft gegeven, en in overeenstemming met alles waarnaar Diens voorkeur uitgaat,  de liefde voor de naaste actief   te beoefenen.

 Maar, zo merkt pater Nadal op, hiermee is die cirkelbeweging niet voltooid, want het handelen kan aan apostolische kracht inboeten,  en iemands gerichtheid op de grotere dienst van God kan een andere richting inslaan en scheefgroeien. Men moet dan, schrijft hij, voortdurend weer het leven en de persoon van Christus gaan overwegen [GO 214]. Zo leeft   in ons , dankzij deze cirkelbeweging, waardoor we “in de Heer” overgaan van de contemplatie naar de actie, en van deze naar de contemplatie, het “gevoelen van Christus” , en worden wij daardoor geheel gegrepen, en het enige wat gedaan wordt  is het bieden van de  hulp die de Heer voor zijn volk wil. Of met Nadals eigen woorden: “je moet ervoor zorgen dat je geloof niet louter een zaak van het redenerend verstand is zonder dat het weerklank heeft in je hart. Streef ernaar het concreet te maken, zodat je hart gaat branden van liefde jegens God en je naaste”. Want “als u zich  in uw ambtswerk of in willekeurig welke functie ook aan de naaste en aan de dienst van God hebt gewijd, zal God u daarna  meer daadwerkelijk helpen bij uw gebed. En deze meer effectieve hulp van God zal op haar beurt u helpen om moediger en met meer geestelijk profijt  u te wijden aan uw naaste”

Dit was de robuste spiritualiteit, zoals pater Nadal  die opmaakte uit het leven van de H. Ignatius. Daarvoor is een persoonlijke inzet vereist  - corde – door een intens leven in de Geest  – spiritu -,  dat geheel is opgenomen in een vruchtbaar samengaan met de apostolische activiteit  - practice -, en steunt op lange pauzes, gewijd aan persoonlijk apostolisch gebed, en aan onderscheiding of onderling delen in communauteitsverband (vgl. AR XVII, 577).

Als de zending van Christus het vraagt, wordt dit al gauw een radicale spiritualiteit: “In deze Sociëteit kent men geen vrije tijd, want als zij niet doende zijn in hun kerken, zijn ze op zoek naar zielen die zij in het geestelijk leven verder kunnen helpen” of ook “ zij lenen zich tot geen enkel gesprek, geen enkele handeling, als deze niet uiteindelijk gericht zijn op het hulp bieden aan de zielen en het verkrijgen van enige geestelijk vrucht”. Evenmin als zijn leermeester Ignatius kan pater Nadal zich een Sociëteit  waarin het leven  tot een routine zou worden , zonder geloof in de toekomst, noch dat er jezuïeten zouden zijn die tot nietsdoen  zouden komen  en kil worden. Als  “de Sociëteit brandende ijver is”, zoals Nadal ergens zegt, dan is dat omdat zij “met brandende ijver het heil en de volmaaktheid najaagt van de evenmens”, in een hartstochtelijke liefde voor Christus, voor “Zijn plaatsbekleder hier op aarde” en voor Zijn Kerk.

Het tamelijk log, abstract en ouderwets taalgebruik van pater Nadal kan een belemmering betekenen. Maar daarmee wordt ons niettemin “een grote zuiverheid van hart, geloof in de vereniging met Christus, en veel hoop op toename van Gods eer in de Sociëteit en in de Kerk” overgebracht. Hij spreekt ons over “de eerste liefde” van de eerste gezellen. Bij de voorbereiding van de 35e Algemene Congregatie wil de Sociëteit deze eerste liefde in onze tijd niet verloren laten gaan, maar integendeel  vernieuwen. En om ons te helpen achterhalen hoe we te werk moeten gaan onder de Generale Congregatie, herinnert pater Nadal ons eraan dat “het een buitengewone en goddelijke hulp is, om ons doen en laten te doen samengaan met de waarheid en het licht dat het geloof ons schenkt. God verlicht dit geloof met de gaven van de Geest op zodanige wijze  dat er niets is wat we denken of waarmee we bezig zijn dat niet voortkomt uit deze hogere, bovennatuurlijke en zeer milde waarheid  en licht, niets dat niet wordt voorafgegaan door dit licht, waardoor de geest wordt verlicht en het werken van God duidelijk wordt”.

Als we dus pater Nadal goed verstaan, blijft in deze tijd van voorbereiding op de Algemene Congregatie  het belangrijkste “Christus op zulk een manier te vinden dat wij bij alles aanvoelen wat Christus  zou doen of beslissen, als Hij op dit moment hier zou zijn”.

Het is natuurlijk waar dat bij de komende Algemene Congregatie het profiel geschetst moet worden van de nieuw te kiezen Algemene Overste, er een doeltreffender structuur gevonden moet worden voor de Conferenties van hogere oversten, die een verrijking waren voor het bestuur van de Sociëteit. Verschillende Provinciale Congregaties hebben gevraagd dat onze zending opnieuw zou worden bekrachtigd, rekening houdend met de globalisering en de ecologie, en met de problemen die gevolg zijn van migratie,  gedwongen verhuizingen en discriminatie. Ook zullen we ons moeten buigen over de licht- en schaduwkanten van het partnerschap met niet-jezuïeten in  dienst van de maatschappij en van de Kerk en ook van de zending van de Sociëteit. Zonder dit partnerschap zouden veel van onze werken nauwelijks toekomst hebben. Veel postulaten vragen om vernieuwing van het pastoraal werk, van het sociaal apostolaat en van het apostolaat van de massamedia.  En volgens de mening van de coetus praevius die al deze vragen uit de Sociëteit geordend heeft, zal het noodzakelijk zijn  minstens een gesprek te openen over de bevordering van de roepingen en over het jongerenapostolaat.

Om ertoe bij te dragen dat al deze uitdagingen voor onze apostolische activiteit diepgaand kunnen worden behandeld, is men bezig met voorafgaande studies.  Het bijzondere van een Generale Congregatie is echter dat de besprekingen niet beperkt blijven tot het doen van onderzoek dat leidt tot beslissingen, maar dat ze leiden tot een biddend onderscheiden om na te gaan wat de Heer verwacht van ons, zijn reisgezellen die in dienst staan van zijn zending. Voor onze gesprekken en werkzaamheden over al deze onderwerpen durft Pater Nadal ons aan te sporen “te verstaan door middel van  Zijn verstand , te willen door middel van Zijn wil , ons te herinneren door middel van Zijn geheugen, opdat alles in Christus gebeurt.”

Naast de hierboven vermelde onderwerpen die de Algemene Congregatie zou kunnen overnemen, is er ook door vergaderingen van hogere oversten voorgesteld  een decreet voor te bereiden over onze gehoorzaamheid, zoals vorige Algemene Congregaties deden over armoede en kuisheid. Omdat “de Sociëteit haar oordeel en wil volkomen onderwerpt  aan Christus onze Heer en Zijn plaatsbekleder” (Const. 606), heeft de Heilige Vader aan de Sociëteit  die bijeen zal zijn in de Algemene Congregatie, verzocht zich opnieuw uit te spreken over deze gehoorzaamheid  die de professen in hun vierde gelofte nader omschrijven, waarbij ze de betrokkenheid van het hele corps van de Sociëteit onder woorden brengen. Pater Nadal stond om zo te zeggen aan de wieg van deze speciale gehoorzaamheid; hij benadrukt  vooral de band van eenheid met de universele Herder, die juist omdat  hij algemeen is, boven elk band staat  met een bepaald werk,  land , groepering of particuliere Kerk. Pater Nadal schrijft: “In alles wat wij doen verenigen we ons zoveel mogelijk met de paus omdat hij als universele overste verantwoordelijk is voor alles  wat er in bepaalde situaties ontbreekt. Wij stellen ons in alle opzichten en onmiddellijk in zijn dienst. Dat is de oorsprong van de speciale vierde gelofte die aan Zijne Heiligheid gedaan wordt”.

Omdat de Plaatsvervanger van Christus op aarde vanwege zijn alomvattende verantwoordelijkheid de getuige en waarborg bij uitstek is van de apostolische koers en van de geestelijke behoeften van de Kerk voor de wereld, binden  de eerste jezuïeten zich vanaf het begin door de gehoorzaamheid “allereerst aan de Heilige Vader, vervolgens aan de oversten van de Sociëteit “(Const. 547). De reden daarvoor is de bekommernis niet op de weg van de Heer te verdwalen (Const. 605) en een leidsman te hebben bij de keuze van de bedieningen en de richting van onze verschillende vormen van apostolaat. De betrekkingen van de Sociëteit met de Plaatsbekleder van Christus op aarde mogen aangenaam zijn zoals met “papa Marcello” of stormachtig zoals met paus Paulus IV, dat verandert niets aan onze gelovige visie op de Apostolische Stoel, zoals die in de vierde gelofte tot uitdrukking komt. In alle kalmte beschrijft pater Nadal de geschiedenis van deze betrekkingen, en het enige wat hij doet is bidden en vragen om “licht  en duidelijkheid voor de paus et het college van kardinalen opdat er in hen niets gezien kan worden dat niet geestelijk en volmaakt is”.

Zoals pater Nadal de Sociëteit in de XVIe eeuw met zijn commentaren op de Constituties heeft kunnen bezielen, heeft deze brief bij de herdenking van zijn geboortedag trachten aan te tonen hoezeer hetgeen hij vertelt over zijn ervaring en vertrouwelijke omgang met de H.Ignatius en de eerste gezellen, voor ons een steun kan zijn bij de voorbereiding op de komende Algemene Congregatie. Wat hij in zijn geestelijk dagboek schreef lijkt geschreven te zijn voor onze Algemene Congregatie: “Een vernieuwing van geest en een nieuwe manier van leven en besturen zijn noodzakelijk, opdat in de Sociëteit in alles een nieuw begin wordt gemaakt. Dat is Gods wil en de wil van Vader Ignatius, maar we moeten uitgaan van de nederigheid in Christus.

Uw broeder in Christus

Peter-Hans Kolvenbach

Algemene Overste

Rome, 1 september 2007.

Vertaling uit het Frans door Felix van Voorst tot Voorst S.J.


IHS > geschiedenis > thematisch