KENNISMAKING met Walter CEYSSENS sj

  

Wanneer en waar heb je de eerste geloften afgelegd ?

Dat was op 16 september 2006, in de kapel van Godsheide. P. Generaal Peter-Hans Kolvenbach ging voor in de Eucharistieviering, een héél bijzondere ervaring.

Vertel eens iets over je leven vóórdat je intrad bij de jezuïeten.

C:\Users\Nikolaas\Pictures\Sociëteit\Medebroeders\@MAMVP_(2).jpg   Ik ben geboren in Hasselt, op 30 mei 1973, maar heb tot een jaar voor mijn intrede altijd in As gewoond. As is een relatief kleine gemeente -7000 inwoners-, in het hart van Belgisch Limburg. Landelijk, met veel groen, iets wat ik in de grootstad wel eens mis. Mijn middelbare school liep ik aan het Sint-Jan Berchmanscollege van Genk: de school hoort niet toe aan de jezuïeten, maar de naam is natuurlijk achteraf gezien bijzonder providentieel. Ik heb de studierichting Latijn-Grieks gevolgd, die toen nog volgens het oude type werd georganiseerd, d.w.z. met 9 uur Latijn in het eerste jaar. Blijkbaar was ik op mijn 18de de oude talen nog niet moe, want ik heb die studie verder gezet aan de K.U. Leuven: Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks. Ik ben afgestudeerd in 1996.

Mijn verhouding tot de Kerk en geloof heeft wel in de loop van die tijd wel enkele schommelingen gekend: ik kom uit een heel normaal, katholiek gezin, waar het geloof als vanzelfsprekend verweven is met het sociale leven – mijn moeder zit in het kerkkoor, mijn vader in de kerkfabriek, ik werd op een mooie tweede kerstdag door mijnheer pastoor uit de kerk gevist om de mis te dienen, iets wat ik de daarop volgende jaren nog met veel plezier gedaan heb.

   Ik vermoed dat het rond mijn 17e moet geweest zijn dat ik me geleidelijk aan, maar nogal bewust, van het geloof heb afgekeerd. Met de eigenwijsheid van een tiener, en, aan de universiteit, van een twintiger, meende ik rationeel wel te kunnen poneren dat God niet bestond.  De periode na de Leuvense jaren heeft me evenwel flink door elkaar geschud. Bij mijn terugkeer thuis kwam ik echt in een zwart gat terecht, maar gelukkig kon ik oude vriendschappen oprakelen, en een doel stellen in het leven: een goede leerkracht worden. Na de zomer van 1996 kon ik onmiddellijk aan de slag als leerkracht: eerst enkele vervangopdrachten in Tongeren, Bree, Hasselt en Genk, om ten slotte te belanden in Overpelt, WICO campus Mater Dei. Daar heb ik vijf jaar gewerkt op een onderwijscarrière van acht jaar, tot voor mijn intrede. Op enkele escapades in de kunstgeschiedenis na, heb ik uitsluitend Latijn gegeven aan alle leeftijden in de secundaire school, van 12 tot 18 jaar.

   Al die tijd was er nog een zijden draadje dat me nog verbond de Kerk: voor de lieve vrede thuis, ging ik tweemaal jaarlijks naar de mis, met Kerst en Pasen, en in die periode ging er in onze parochie een nieuwe priester aan de slag, P. Willy Laisnez. Hij was, denk ik, de eerste figuur binnen de kerkgemeenschap, die me kon inspireren: als hij preekte, was er altijd wel iets wat me aan het denken zette. Nooit zal ik de nachtmis van kerst 2000 vergeten, toen hij zo’n vurige homilie hield, dat ik het gevoel had dat ik moést weten wat deze mens bezielde. Ik nam me van toen af voor terug elke week naar de kerk te gaan, wat ik ook gedaan heb.

Hoe heb je de jezuïeten leren kennen ?

   De “bekering” van kerst 2000 was natuurlijk nog maar een begin: de groei naar een echt doorleefd geloof kwam pas tijdens de zomer van 2001. Enkele maanden daarvoor had ik een stapeltje folders gevonden in de wachtkamer van de dokter: er werd een pelgrimstocht aan-gekondigd, georganiseerd door de “jezuïeten”, waar ik wel eens vaagweg van gehoord had tijdens de geschiedenisles. Tijdens de Loyolatocht van dat jaar maakte ik dus kennis met de Sociëteit van Jezus –lévende jezuïeten!- en haar spiritualiteit. Het werd niet alleen een prachtige tocht, maar door de inleidingen ’s ochtends, ging een hele wereld voor me open: de Bijbel, het ignatiaanse gebed… Het innerlijk kreeg plots een woordenschat om zichzelf te beschrijven (vertroosting, troosteloosheid).  Op de laatste dag van die fameuze tocht was er dat éne woord van een begeleidende jezuïet –“Walter, je doet ermee wat je wilt, maar ik denk dat je een goed jezuïet zou zijn”-, dat me de mogelijkheid suggereerde van een religieus leven als jezuïet. De eerste reactie was er één van scepsis, wantrouwen zelfs, maar tegelijk had ik ook iets van “En waarom niet?”. De volgende jaren werden beheerst door de onderscheiding tussen deze twee sterke, tegengestelde gemoedsbewegingen. Uiteindelijk is de beslissing gevallen. Ik ben ingetreden in het noviciaat van Birmingham op 7 september 2004.

Wat is je meegevallen in je leven als jezuïet tot nu toe, en wat is tegengevallen?

   Ik zou niet graag het woord “tegengevallen” willen gebruiken –voor mij heeft het de connotatie van een negatieve, éénmalige en onomkeerbare ervaring-, maar ik zou liever spreken van “obstakels, hindernissen” die je met de genade, en veel gebed, kan overwinnen. Zulke moeilijke momenten zijn er tijdens het noviciaat zeker geweest. Anders zou het zijn vormende rol niet gespeeld hebben. Ik vermeld hier vooral de uitdagende experimenten: sociaal werk in Birmingham, werk met geestelijk gehandicapten in Brugge, jeugdwerk in Londen, en de pelgrimstocht in Spanje, met een hyperklein budget en nog minder Spaans.  Maar wat meeviel, is natuurlijk het feit dat je al die hindernissen kan overwinnen, met achteraf het gevoel dat je nog altijd op de juiste weg bent.

Wat voor studie doe je nu?

   Ik volg nu in Parijs, samen met Wiggert Molenaar, een gemengde opleiding van filosofie en theologie. Als alles meezit, zal de eerste cyclus vijf jaar duren.

Je hebt het verslag gelezen van de Provinciale Congregatie van de Noord-Belgische provincie. Je was er zelf niet bij. Wat valt je dan op?

   Ik vond de “Status” van de Vlaamse provincie bijzonder inspirerend: een realistisch beeld van de provincie, en toch concrete vernieuwende ideeën. Het hoeft niet alleen maar een lange terugtocht te zijn, we kunnen nog actief iets nieuws ondernemen, als we willen. Tegelijk bevatte de tekst elementen van onze spiritualiteit, die ons helpen dit allemaal in het juiste perspectief te plaatsen: de verkondiging van de gekruisigde en verrezen Jezus.  Ik vond ook de ideeën i.v.m. de samenwerking met leken inter-essant: de notie van een ‘apostolisch korps en -netwerk’, en het feit dat men vragende partij is om uit te wisselen over ons gemeenschappelijk ignatiaans engagement.

C:\Users\Nikolaas\Pictures\Sociëteit\Medebroeders\1_Octobre_2006.jpgJe woont in een studiehuis met scholastieken van veel andere provincies - geeft dat een andere blik op de thuissituatie?

   In deze internationale context krijg je natuurlijk een breder beeld van de Sociëteit, en van de Kerk als geheel. Niet overal is de situatie zoals in Vlaanderen, maar er zijn ook delen van de wereld die net als wij door een moeilijke periode heengaan. De internationale context geeft me vormingsmogelijkheden, een communauteit van jezuïeten studenten.  Het is wel opvallend dat van de 25 scholastieken in dit huis, rue Blomet, er meer dan twintig exacte vakken gestudeerd hebben (natuurkunde, wiskunde, ingenieur) en er zijn er maar twee, mijzelf ingesloten, die komen uit de hoek van de letteren. Een kwart van de scholastieken hier in huis is ouder dan ik. 

Welke communauteit – of welk apostolaat in Vlaanderen ken je het beste?

   Voor mijn intrede heb ik gedurende een schooljaar (2003-2004) in de gemeenschap van Godsheide gewoond, bij wijze van “experiment” zullen we maar zeggen. Zoals ik al zei, heb ik de Loyolatocht een eerste keer als pelgrim gestapt, maar daarna ook nog eens twee keer als lid van het organiserende team, dus ik denk dat ik het apostolaat in de sector spiritualiteit wel het beste ken. Als gevolg van het verblijf in het buitenland zijn er natuurlijk vele lacunes in mijn kennis van de eigen provincie: ik moet dringend eens op bezoek gaan bijvoorbeeld in de Leuvense huizen, en op andere plaatsen. Wat ook gaat gebeuren: beloofd!


IHS > gezellen van Jezus > Jezuïeten aan het woord