Zelfontplooiing en zelfvervulling worden tegenwoordig hoog in het vaandel gedragen. Elke gezonde geest weet zich van binnen uit geroepen om zijn leven in vrijheid te boetseren, binnen de grenzen van het menselijk bestaan. De meest voor de hand liggende weg daarnaartoe is de eenzame zelfontplooiing. Toch is er ook een andere weg: de voortdurende mogelijkheid om verbonden te leven met een persoonlijke God, dat onvoorstelbaar overlopend ´vat´ van liefde, of beter gezegd de van liefde overlopende Persoon.
Dit is wellicht één van de ontroerendste kenmerken van onze levensbeschouwing: te beseffen dat God geen zwijgende God is maar niets liever wil dan met ons in communicatie te treden, om zichzelf aan ons mee te delen. Ik weet niet hoeveel tijd het vergt om op het spoor te komen op welke manier God elk van ons aanspreekt, maar ik ben er steeds meer van overtuigd dat God daarvoor met ieder een heel unieke wijze heeft. Wij hebben enkel de juiste oren en ogen nodig. Maar die kun je oefenen. Wat beklaag ik mensen die hun zintuigen niet in deze zin oefenen! Wellicht is er geen sprake van echte ontplooiing en vervulling wanneer ze, in plaats van van God te spreken, slechts eenzame vanzelfsprekendheden zijn.
In zijn mooie contemplatie om te groeien in liefde, die als kostbare parel aan het eind van zijn Geestelijke Oefeningen gevoegd is, schrijft Ignatius over God die in alle dingen voor ons aanwezig is en werkt. Is het leven geen grote geestelijke oefening om God in alle dingen op het spoor te komen? Hoe spreekt God míj dan aan? Waarschijnlijk is de eenvoudigste manier om dat te achterhalen, te gaan kijken naar wat mij het meest aanspreekt. Want wat goed is voor de mens, is God voor de mens.
Persoonlijk werd ik altijd sterk aangesproken door schoonheid, in de natuur en vooral in de kunst. Aangegrepen worden door de ongelooflijk prangende eenvoud van een kunstwerk is iets wat je van je adem beneemt. Je laten beroeren door een stuk veelbetekenend mensenwerk kan je behoorlijk beroerd achterlaten. Zalig zijn zo´n momenten. Niet zozeer omdat ze je helemaal op jezelf zouden plooien, maar precies omdat ze uitnodigen tot verder, ruimer, hoger en dieper dan jezelf. Meesterwerken zijn in staat deuren te open op het oneindige, op het mogelijke. Het zijn die werken die je bewust maken van de immense mogelijkheden van de mens, van de onstuitbare, onklopbare overvloed van leven en van zin. Ik weet niet waarom, maar kunst is een geliefkoosde manier van God om mij goddelijk aan te spreken.
Toen ik jezuïet werd, was dat mijn eigen keuze om gelukkig te worden, mezelf te ontplooien, te vervullen. Ik was mij heel bewust dat het ´slechts´ één mogelijkheid was te midden van zoveel mooie dingen die een mens kan en mag doen. Dat mijn keuze door God begeesterd was neemt mijn co-auteurschap niet weg. Dat is precies onze heerlijke menselijke vrijheid en waardigheid! In werkelijkheid beleef ik de verbondenheid met God niet steeds bewust. Maar er zijn wondere momenten dat zij zich als ´mogelijkheid´ toont, als niet-aflatende uitnodiging tot verder, hoger, dieper en ruimer dan mezelf. ´Magis´... voor God is niets onmogelijk.
Dit is geen wishful thinking maar wordt werkelijkheid in de allerkleinste dagdagelijkse dingen, die waarvan je op het eerste gezicht niet zou zeggen dat ze met God te maken hebben. Dit zijn mijn bezitsdrang, mijn afgunst, mijn zelfgenoegzaamheid: drie bekoorlijke en voor de hand liggende maar eenzame wegen naar zelfvervulling en zelfontplooiing. Maar juist wanneer zij er weer eens in geslaagd zijn om mij op mezelf terug te plooien word ik paradoxaal genoeg die innerlijke roep tot verder, dieper, hoger en ruimer gewaar, die zachte uitnodiging die ont-plooit. Tegenover die drie impulsieve, krachtige gezellen, reikt de traditie mij drie geloften aan die mij helpen verder, hoger, dieper en ruimer te leven. Mijn armoede geeft mij ruimte. Het opent mijn ogen voor mijn afhankelijkheid en tegelijkertijd voor een rijkdom in en rondom mij die verrassend voldoet. Mijn celibaat houdt mij bewust hoezeer ik liefde nodig heb en wil geven. Het opent een bijzondere diepte in mijn relaties, een diepte die heel veel voldoening geeft. Het geeft mij ook een nieuwe nauwe, bijna familie-, band met diegenen, waar ook ter wereld, die eenzelfde keuze hebben gemaakt. Mijn gehoorzaamheid doet mij de vreugde ontdekken van het gezonden zijn en van het vertrouwen. Het opent mijn wereld en het maakt mij vreemd genoeg vrij, om hier en nu te leven, en daarin God te herkennen.