Alexander Briant sj (1553-1581)

Welbeschouwd is Alexander Briant maar enkele maanden jezuïet geweest. Tijdens zijn gevangenschap schreef hij een brief aan de Engelse jezuïeten waarin hij om toelating vroeg tot de Orde. Deze werd hem meteen verleend. Niet lang daarna werd hij er dood veroordeeld en terechtgesteld.

Alexander was afkomstig uit Somersetshire waar hij rond 1553 was geboren. In 1574 begon hij zijn studies in Hart Hall, Oxford. Maar omdat de nieuwe godsdienst van koningin Elisabeth i hem niet beviel, stak hij het Kanaal over en begaf zich naar het Engelse college te Douai, waar hij zich verzoende met de katholieke kerk. Hij studeerde theologie en werd op 29 mei 1578 priester gewijd.

In augustus van het jaar daarop keerde hij terug naar Engeland en deed clandestien priesterlijk werd in zijn geboortestreek. Maar reeds na twee jaar werd hij het slachtoffer van priesterjagers. En dat terwijl ze niet naar hem op zoek waren, maar naar pater Robert Persons, een jezuïet die sinds juni 1580 in Engeland was. Deze pater Persons was destijds docent geweest toen Alexander nog in Oxford studeerde. Ook hij had zich bekeerd tot de katholieke kerk, was ingetreden bij de jezuïeten en  priester gewijd. Nu deed hij clandestien zijn werk. Intussen was het Alexander Briant gelukt om ook de vader van Pater Persons terug te brengen tot de katholieke kerk. Zodoende hadden de beide geestelijken grote waardering voor elkaar opgevat. Ze hadden afgesproken elkaar in Londen te ontmoeten. Priesterjagers waren getipt door een verrader waar pater Persons logeerde en meldden zich nu op dat adres om hem te komen arresteren. Zij doorzochten het huis van onder tot boven, maar pater Persons was er niet. Dat klopte, want hij was voor een paar dagen de stad uit. Zij meenden echter dat hij ondergedoken was bij de buren, en daar troffen zij een andere priester: Alexander Briant.

Trots op hun buit gooiden de priesterjagers hem in de gevangenis en lieten hem daar om te beginnen een week zonder voedsel en met een scheutje water achter, in de hoop dat zijn moraal zou verzwakken, en dat hij hun kostbare informatie in handen zou spelen. Zo werd hij voor ondervraging overgebracht naar de beruchte gevangenis in de Tower. En of hij wist waar pater Persons was, waar hij geregeld logeerde, waar hij de mis deed, wie daar naartoe kwamen, wie er bij hem biechtten, en noem maar op. Maar Briant deed er consequent het zwijgen toe.

Voor straf begonnen zijn beulen naalden onder zijn nagels te steken. Waarop de priester reageerde met het opzeggen van psalm 51 ‘Genade God, ik doe een beroep op uw goedheid…’ Nu probeerden ze het met de pijnbank. Twee dagen lang. “Als u blijft zwijgen zullen we eens zien of we u niet twee voet langer kunnen maken,” grijnsde de beul. “Ik daag u uit het te proberen, “ glimlachte Briant. Nu werd hij acht dagen lang opgesloten in een bedompte kelder. Daarna begon de foltering van de pijnbank overnieuw. Hijzelf heeft in zijn brief aan de Engelse jezuïeten weergegeven hoe hij zich op dat moment voelde: “Zodra ik op de pijnbank werd gelegd, haalde ik mij Christus in zijn lijden voor de geest. Ik ging daar zo in op – noem het gerust een wonder – dat ik op het moment van de marteling zelf geen centje pijn voelde. Die kwam pas achteraf. Ik schrijf u – zo vervolgde hij – omdat ik tijdens die tweede pijnbanksessie besloten heb toelating te vragen tot uw Sociëteit van Jezus, en jezuïet te mogen worden. Maar omdat ik betwijfel of ik ooit nog vrijkom, doe ik mijn verzoek per brief.” De Engelse jezuïeten namen hem onmiddellijk vol vreugde op in hun gelederen.

Op 21 november 1581 moest pater Briant voor de rechter verschijnen. Hij had een zelf gesneden houten kruisje in zijn hand waar hij tijdens de rechtszitting onafgebroken naar keek. Een protestantse geestelijke rukte het hem uit handen, waarop pater Briant reageerde: “U kunt het kruis wel uit mijn handen rukken, maar niet uit mijn hart. Ik zal sterven voor Hem die het eerst voor mij is gestorven.” De beschuldiging luidde dat hij tijdens zijn verblijf in Rome en Reims mee had gedaan aan de eed tegen de koningin; deze hield in – aldus de beschuldiging – dat ze een aanslag beraamden tegen de vorstin. Hoewel pater Briant van geen eed wist, en bovendien nog nooit in Rome of Reims was geweest, werd hij schuldig bevonden en ter dood veroordeeld.

Op 1 december werd hij voor de terechtstelling overgebracht naar de Tyburn Hall. Hij bevond zich in gezelschap van twee andere ter dood veroordeelde priesters: zijn medebroeder pater Edmund Campion en de wereldheer Ralph Sherwin. Die werden voor zijn ogen opgehangen en gevierendeeld. Toen was het zijn beurt. Moedig beklom hij het schavot waarop de galg stond, beleed in het openbaar zijn katholieke geloof en sprak zijn vreugde uit over het feit dat God hem uitgekozen te mogen sterven in gezelschap van twee zulke grote martelaars. Na te zijn gehangen, werd hij onmiddellijk losgesneden; hij leefde zelfs nog. Vervolgens werd hij onthoofd en gevierendeeld; achtentwintig jaar oud.

Tegelijk met Edmund Campion en Ralph Sherwin werd hij op 29 december 1886 door paus Leo XIII  zalig verklaard, de heiligverklaring door paus Paulus VI  vond plaats op 25 oktober 1970.

Ralph Ashley >>
Edmund Campion >>
Canadese martelaren >>
Pedro Claver >>
Roberto Bellarmino >>
Jan Berchmans >>
Alexander Briant >>
Petrus Canisius >>
Johannes de Britto >>
Pierre Favre >>
M. Grodziecki, I. Pongracz en M. Körösi >>

Alberto Hurtado >>

Stanislas Kostka >>
Aloysius van Gonzaga >>
Miguel Augustin Pro >>
Jean-François Régis >>
Alfonsus Rodriguez >>
Franciscus Xaverius >>