Frans Schuurmans
* 11 november 1911 + 23 maart 2004
Wie nu, na de voltooiing, het leven van Frans Schuurmans overziet, kan beter verstaan waarom Nederland voor hem een te kleine leefomgeving zou zijn geweest. Bovendien helpt het om te begrijpen, waarom hij als ‘novicius inter scholasticos’ tijdens het junioraat de orde weer achter zich liet. Hij was niet in aanmerking gekomen om gedurende het noviciaat naar Java in Nederlands Indië uitgezonden te worden. Na een half trad hij opnieuw de orde binnen, nu in het noviciaat van de SJ-provincie van Toulouse, Frankrijk. Ruim een jaar later vertrok hij vandaar naar Madagascar. Vanaf zijn eerste geloften in 1938 tot 1973 is hij daar onafgebroken geweest. Hij was er een tijdje leraar engels en koordirigent op het college. Maar onder de medebroeders kreeg hij niet voor niets de bijnaam van broussard man-uit-de-rimboe, werkend in de moeilijkste districten ten Noorden van de hoofdstad Tananarive. Gedurende bijna 20 jaar kreeg hij er successievelijk de verantwoording voor 5 staties. In nagenoeg alle werd hij er bouwheer van huis en kerk. Dat is hij ook geweest van het SJ-studiehuis en van een huishoud- en landbouwschool. Toen hij 62 jaar was kwam hij weer naar Nederland en werd hij opnieuw lid van de Nederlandse Provincie. Maar wat een overgang voor deze man: aalmoezenier en conrector van de R.K.Ziekenverpleging In Hilversum! Lang kon dat niet duren. Hij keerde terug naar Zuid-Frankrijk. Daar leefde hij nog 20 jaar als operarius. In een brief uit 1982 gunt hij ons ook een blik in zijn innerlijk. ’t Mooiste in het Zuiden ligt hierin, dat ’t sacrale niet vreemd staat op de natuurlijke levensdrang, ja, dat ’t er bij hoort, als de witte kam op ’n onstuimige golf, om tezamen blij en eensgezind ’t overdadige van Gods levenskracht in de natuur weer te geven. Hier voel je zo diep en zo innig aan met je gelovige hart, dat ’t leven één is, en maar één bron kent: de Vader!, die vol goedheid zit en ’t breed laat hangen. Bij die Vader heeft hij nu zijn tehuis gevonden.