Ruud Sonnen
* 21 november 1923 + 24 januari 2004
Goede God, wil U mij geven dat niet ik leef maar dat U leeft in mij. En dat U werkt door mij voor het welzijn van de mensen en voor een gelukkige toekomst van onze wereld, Uw instrument, zoals Jezus dat was. Dank U wel, goede God.
Dat zijn de laatste zinnen in het voltooide manuscript van zijn tweede boek, dat hij bij zijn sterven achterliet. Zinnen ook, die uitdrukking zijn van De smaak van God, de titel van zijn eerste boek. Zij geven ook iets weer van de geschiedenis van Ruuds bestaan, dat aanvankelijk in de diepte overschaduwd bleek door een diepe angst. Begonnen na de middelbare school als toekomstig arts, vanuit een kinderrijk katholiek gezin, werd hij na noviciaat en filosofie gevormd in de natuurkunde aan de Technische Universiteit van Delft. Na afsluiting van de studie voor het priesterschap raakte hij tijdens de na-conciliaire periode verbonden met de niet aflatende veranderingen in theologie en catechese als medewerker aan het Hoger Katechetisch Instituut in Nijmegen. Ruud is een mens geweest in wiens leven zich een tweede levensfase aandiende, die mede gekenmerkt werd door een kwetsbare gezondheid. De nabije aanwezigheid in het dagelijks leven van dierbare medemensen, het levensechte klimaat in de parochie van zijn woonplaatsen Odijk en Voorhout, waarmee hij pastoraal verbonden mocht zijn, zijn trouw vasthouden aan een ‘dwarsverband’ met medebroeders in de regio Utrecht, hebben hem geholpen om in een diepe geloofscrisis Gods aanwezigheid in zijn eigen binnenste te mogen gaan ervaren. Ik zocht U buiten mij, maar Gij waart in mij! Het werd voor hem een bron van vreugde en vrede. Levend water, ook om uit te delen aan anderen. Je kunt eruit putten zoveel je wilt! Die bron van diepe vrede heeft Ruud geholpen zijn angstigheid de baas te blijven. Die vrede liet hem ook niet in de steek toen zijn lichamelijke conditie ernstig begon te wankelen. Voor hem is nu De smaak van God eindeloos nieuw.