Godfried van Voorst tot Voorst
* 12 oktober 1918 + 17 augustus 2004
Om Godfried van Voorst tot Voorst in meerdere opzichten te typeren met een niet-Nederlands woord: hij was een outgoing persoon. Letterlijk: een groot deel van zijn leven was hij dagelijks op tocht met zijn auto en onder de mensen. Als persoon: ingaande op wat de mensen met hem wilden delen. In de aard van zijn werk: een mengeling van allerlei vormen van priesterlijk en sacramenteel apostolaat naast uitingen van diaconie in nabijheid bij zieken, bejaarden en gehandicapten. Als raadgever en counselor. Outgoing ook in zijn gebedsleven en zijn meditatieve aandacht voor de natuur en de schepping. Wie hem binnen en buiten de Sociëteit van Jezus van meer nabij mocht leren kennen, ontmoette in hem een trouwe, optimisme uitstralende, hartelijke en eenvoudige mens die intens genoot van zoveel aardige mensen om hem heen’’. Hij vertelde zelf: Die mensen zijn jong en oud, religieus, priester, leek. Soms een eenling, dan weer een groep. Ze boeien je door hun luisterbereidheid; en door de gesprekken met hen groei je zelf naar God. Ze zijn getrouwd of dromen ervan alleen van God te zijn en dienstbaar aan de medemens. Je mag op bezoek bij mensen die ziek zijn of behoefte hebben aan een gesprek. Je kunt biechthoren en bemoedigen, en dan weer alleen maar luisteren. Je ontdekt hoezeer God werkelijk met zijn mensen bezig is. Het is een werk van genade. Achter zijn jovialiteit verborg hij hoe het leven soms hard is geweest voor hemzelf. Hij is in de 88 levensjaren als mens, als Jezuïet en priester gegroeid van ‘een verlangen om Christus naar de mensen te brengen’ naar ‘de mensen naar Christus en God te brengen’. Godfried is levenslang een reiziger geweest, vertrouwend op de boodschap die hij onder de mensen uitstraalde: Het Rijk Gods is nabij! Daar, zo hopen wij, is hij nu aangekomen.