In memoriam

Harrie Stolk

* 26 augustus 1928  + 13 oktober 2005

De vele honderden aanwezig bij de uitvaart van Harrie Stolk kijken met veel dankbaarheid en waardering terug op de contacten met hem. Zij mochten in hem een open en aandachtsvolle Jezuïet ontmoeten, die zich door en door heeft mogen geven aan zijn taak als ‘missionaris’. Daartoe werd hij totaal onverwacht geroepen op het einde van het noviciaat. Aan ‘naar de missie gaan’ had hij als enig kind thuis nooit gedacht bij zijn intrede in de Orde. In eerste instantie reageerde hij dan ook kritisch, zoals hij dat in vergelijkbare gevallen later eveneens zou doen. Maar eenmaal ‘de goede Geest’ in zoiets ontwarend, kon hij zich met hart en ziel aan zulke plotselinge veranderingen overgeven. Die overgave gold Gods wil en de mensen met wie hij in contact kwam. Hij was dan bereid persoonlijk ongemak te incasseren, net zoals zijn ouders dat deden toen hij begin 1949 vanuit Nederland vertrok. Gedurende de ruim 50 jaar die volgden werd hem vaak gevraagd nieuwe en belangrijke opdrachten te volbrengen, o.a. om overste te zijn in ons theologie-studiehuis in Yogyakarta en daarna in de communauteit van de universiteit Sanata Dharma aldaar. Gestoeld op geloof en optimisme kon hij deze oppakken en tot uitvoering brengen met voldoening en naar tevredenheid, met wijsheid en respect voor jezuïeten en medewerkers, met inspiratie en kritische bemoediging voor scholastieken en studenten. In de diepte waren zijn apostolische inspanningen gebaseerd op de Geestelijke Oefeningen van Ignatius. Die benadering van mens tot mens om de ander met God in contact te brengen heeft zijn geestelijke houding sterk bepaald. Gedurende een lange periode van 39 jaar was hij, al dan niet inwonend, verbonden met het instituut Realino in Yogyakarta. Dit instituut gaf in verschillende vormen ondersteuning aan studenten van diverse universiteiten. Langs deze wegen kon hij die houding van de Geestelijke Oefeningen temidden van jong-volwassenen doorzetten. Bij de sluiting toonde een drukbezette reünie hoe gewaardeerde contacten met oud-studenten verspreid lagen over het gehele land. Iets vergelijkbaars mocht hij de laatste 10 jaar van zijn werkzaam leven ervaren als geestelijk leidsman op de Filosofie in Jakarta, als Minister samenlevend met een groep scholastieken in een unit. Tussen dat alles door was hij een met goed verstand ‘self-made’ professor en docent in de liturgie. Hij diende vele jaren als secretaris de bisschoppelijke commissie voor liturgie. Zijn vol enthousiasme eigen voorgaan in vieringen en Eucharistie maakte vaak diepe indruk op Javaanse gelovigen. De ontwikkelingen van de jonge Indonesische SJ-provincie volgde hij met een positief-critische blik. En dat mocht hij, want met zijn ‘eeuwige, kromme pijp’ hoorde hij er helemaal bij! Terugkijkend op zijn leven verklaarde hij: Ik kan alleen maar zeggen: als de Sociëteit van Jezus, de orde, iets voor je verzint, dan komt er best iets goeds uit. Het is soms niet leuk; wel altijd de moeite waard … !


IHS > gezellen van Jezus > In memoriam