Theo Helsloot (IDO)
1926 - 2006
Terugkijkend in het leven van Pater Theo Helsloot, verliep zijn eerste periode binnen de orde ‘in haast’. Drie maanden na het einde van de hongerwinter en de definitieve bevrijding in 1945 trad hij in de orde met een gratis eindexamendiploma gymnasium B onder zijn arm. Nog geen 3 jaar later is hij bezig met het leren van Javaans in Giri Sonta, Indonesië en met de studie filosofie. Weer 3 jaar later haalt hij kandidaats Biologie in Utrecht. Nog 3 jaar later de priesterwijding in Maastricht en afronding van de SJ-opleiding in Midden-Java onder leiding van Mgr. P.Willekens s.j. Hij kon er blijkbaar tegen! Hij werd later door velen met respect in herinnering gebracht omwille van zijn geordende wijze van leven.
Twintig jaar heeft hij zich vervolgens met hart en ziel mogen wijden aan het onderwijzen, vormen en geestelijk begeleiden van de leerlingen op het Klein-Seminarie van Mertojudan, Magelang, een gezamenlijk project van het aartsbisdom Semarang en de Sociëteit. Op vele plekken in Midden Java, en ook in het wijdere Indonesië, denken priesters aan hem terug als een uitstekend leraar, een heilig man van gebed, en een hartelijke en warme mens.
In het volgende deel van zijn leven begon zijn dienstbaarheid zich meer te richten op het kader van de zich ontwikkelende kerkprovincie, van de Congregaties van met name vrouwelijke religieuzen, en ook van de groeiende eigen SJ-Provincie. Een kort verblijf op een seminarie in de Molukken, namens de bisschoppenconferentie een visitatie-ronde langs de 23 Klein- en 3 Grootseminaries, en meer dan 10 jaar secretaris van de SJ-provinciaal in Semarang. Zijn nauwgezetheid en toewijding kwam hem in deze taken goed van pas, ook wanneer het lastige dossiers betrof. Hij nam zijn werk zeer serieus en werkte zaken tot algemene tevredenheid af. Maar wie hem een bezoek bracht kreeg nooit de indruk dat hij met zijn hartelijkheid geen tijd voor je had. Ook toen hij opnieuw verhuisde naar Giri Sonta, alwaar hij met lessen het noviciaat ondersteunde, bleef hij nog werk afmaken op het niveau van de Provincie. Hij probeerde, waar het de recente geschiedenis betrof van de apostolische werken van de Indonesische Provincie, onder andere een aanvulling samen te stellen op het oudere werk van pater Gerard Vriens s.j.. Dit was een uiting van zijn grote toewijding aan de Sociëteit. Tot zijn teleurstelling bleek echter het resultaat onder de maat te blijven.
Temidden van dit soort werkzaamheden heeft hij daarenboven vele jaren aandacht en energie geïnvesteerd in de zich ontwikkelende Congregaties van met name vrouwelijke religieuzen door het geven van retraites, lessen en geestelijke begeleiding, en door te functioneren als buitengewone biechtvader of adviseur van menige overste. Bijzondere ondersteuning heeft hij daarbij verleend aan de twee Trappisten-abdijen. Het feit dat temidden van vele religieuzen ook nagenoeg alle Trappistinnen bij zijn uitvaart en begrafenis aanwezig waren moge voldoende bewijs zijn voor wat hij in dit opzicht voor dat kader binnen de kerkgemeenschap van Indonesië heeft betekend. Van dit deel van zijn dienstbaarheid werd het hoogtepunt zijn benoeming als 78-jarige tot staflid van het prestigieuze retraite- en vormings-huis ‘Roncalli’ van de Broeders van Maastricht in Salatiga.
Een aantal keren in zijn leven heeft Theo te maken gekregen met een ernstige aanslag op zijn gezondheid waarbij de nabijheid van de dood dreigde. Tegen verwachtingen in kwam hij er weer bovenop. Zo niet bij de laatste ziekte en het verblijf in het ziekenhuis in Semarang.
Toen hij het levenslicht aanschouwde, ruim 80 jaar geleden, gaven zijn ouders hem de naam Theodorus. Bij het verkrijgen van de Indonesische nationaliteit in 1984 mocht hij een Javaanse naam aannemen. Hij koos voor Nugroho Nucahyo waarmee hij zijn doopnaam vertaalde: ‘geschenk van God’. Nu dit aardse levensverhaal met zijn dood ten einde is gekomen mogen we in dankbaarheid met velen beamen: De genade van Gods Geest heeft in zijn levensverhaal rijke vrucht gedragen.