In memoriam

Ton (At) de Waart

1936 – 2006

Nu het leven van broeder Ton (At) de Waart als gevolg van een korte maar ernstige ziekte zijn voltooiing heeft bereikt, schieten woorden voor mensen tekort om aan te geven, tot welk een krachtige en bij vele jongeren dierbare persoon hij in bijna 70 jaren is uitgegroeid. Een man met ’n haast onbeperkte creativiteit, met originaliteit en scheppingsdrang, ontsproten aan zijn begaafde, onconventionele geest, voortkomend uit ongekende geestdrift en vakkennis. Bovendien blijkt na zijn opleiding reeds bij zijn eerste bestemming op het internaat van Canisius, dat hij ook over uitstekende pedagogische kwaliteiten beschikt. Wie zou daaraan gedacht hebben toen hij, als jongen verbonden met de Krijtberg, zich als 17-jarige na het behalen van het Mulo A diploma aanmeldde als postulant om broeder Jezuïet te worden? Er moet toen al een ongerept en heel authentiek religieus aanvoelen in hem aanwezig zijn geweest dat hem tot deze keuze aanzette. Naast zijn werk op Canisius volgde hij de Lerarenopleiding Technisch Beroepsonderwijs Electrotechniek. Dat alles deed hem zich ontwikkelen tot een onderzoeker met pedagogische gaven, zodat hij in de niet conventionele jaren ’70 projectleider en later directeur werd van de Jonge Onderzoekers Nijmegen (DJON). Daar vonden zijn religieuze bezieling en die kennis en kunde elkaar.  ‘Als broeder van de Jezuïetenorde is er voor mij eigenlijk maar één opdracht en dat is: me dienstbaar maken aan de mensen. Ik wil de belofte aan mijn orde concreet invullen. Die opdracht is nooit teveel en ik zal ermee doorgaan zolang ik kan!’. Die concrete mensen werden  jongens van 8 jaar tot begin 20 en hun ouders. Later kreeg dit werk in de Club Eurèka in het sous-terrain langs de Graafseweg zijn hoogtepunt Jongelui bekwaamden zich onder zijn tomeloze en vernuftige toewijding in zowel technische als morele vaardigheden. Zijn door hem zelf opgebouwde kennis en kunde bereikte zulk een hoogte, dat hij volwassen gereedschapmakers en monteurs tot bewondering wist te brengen. Wat hem uiteindelijk in dit alles bewoog en boeide was de relatie tussen natuurkundig denken en geloven. Een van de jongelui uit Eurèka schreef onlangs aan wijlen At (Ton): ‘Een van de belangrijkste vraagstukken is nu opgelost: of er leven is na de dood (als het er is laat je ’t me dan even weten?). Een ding over de hemel weet ik zeker. Er was een hemel op aarde (voor wie van techniek houden). Dat was Eurèka’. De uiteindelijke verbondenheid van evangelie en kwantummechanica en techniek heeft hij zelf mogen ervaren. Dat hij nu gedragen mag worden door dat Licht!


IHS > gezellen van Jezus > In memoriam