Frans Kramer
* 10 februari 1928 + 28 september 2007
In onze medebroeder Frans Kramer, geboren en getogen als op één na jongste uit een groot katholiek Amsterdams gezin, hebben we mogen samenleven met een trouw en edel mens. Deze grondhouding, verrijkt met gaven naar geest en hart, heeft het hem in zijn jezuïetenleven mogelijk gemaakt als medebroeder en overste, als leraar en parochiepastor, gestalte te geven aan de roeping die hij als leerling op het ‘Ig’ in zich ontwaarde. In zijn eigen woorden en heel klassiek:: ’om beter te zorgen voor mijn eigen heil en dat van anderen’. En op een later tijdstip in zijn leven: ‘om vol te houden uit trouw aan de Kerk, gekoppeld als deze is aan Jezus Christus’. In zijn levensgeschiedenis kwam dat ten aanzien van zijn broer Leo op een heel eigen wijze naar voren. Reeds voor het ter wereld komen in 1928 was hij als tweeling broer met hem verbonden. Gedurende geheel zijn leven was Leo zijn steun en toeverlaat. Over trouw gesproken! Intens stil en verdrietig was Frans dan ook bij het heengaan van Leo vorig jaar. In de studies van filosofie, theologie, en van natuurkunde en electrotechniek aan de TU in Delft (’53 ’59) heeft Frans hard moeten aanpakken. En dat deed hij ook wanneer hij als pastor in Groningen (’87-’98), als leraar wis- en natuurkunde in het Aloysiuscollege in Den Haag (’71-’87) en op de Breul in Zeist (’64-’71) dienstbaar wilde zijn aan gelovigen en leerlingen. Om hen kwaliteit te bieden waarop ze voor hun eigen leven en dat van anderen zouden kunnen voortborduren. Hij zette zich volledig voor hen in; of het nu de voorbereiding van lessen of proeven betrof, de zorg als overste in Den Haag voor medebroeders, of de studie van de H. Schrift met het oog op een te houden preek. Hij was niet ’n man die kon leven van routine. Daarin bracht hij zijn respect tot uitdrukking jegens de gelovige mens die om raad vroeg in nood, zijn respect jegens de diepere betekenis van de materiële wereld, of jegens de leerlingen als mensen met een toekomst. Over trouw gesproken! In zijn jonge jaren voelde hij zich een verlegen jongetje, en tegelijk trok hij de aandacht als rechtsbuiten in het eerste van R.K.VIC. Toch werd hij jezuïet. Zijn eerste aandacht lag niet bij: hoe kom ik zelf tot mijn recht. Hij wilde mensen dienen, en besefte dat de eerste voorwaarde voor een goede leraar is: to love your pupils respect opbrengen voor iedere leerling. Ook al boette hij gedurende de laatste jaren sterk aan gezondheid in, we hebben in Frans een trouw en edel mens ontmoet. De Heer heeft Frans als trouwe knecht verwelkomd, en hem tezamen met Leo aan tafel genodigd en bediend (Lk 12, 37)