Leo Kramer
* 10 februari1928 + 26 november 2006
Priester zijn tussen gisteren en morgen. Zo mogen we met respect en eerbied het leven van Leo Kramer als basispastor karakteriseren. De jaren na zijn afscheid van Uithoorn op 70-jarige leeftijd zijn heel moeilijk voor hem geweest. Zijn gezondheid liet na op wezenlijke punten en maakte hem sterk afhankelijk van medische behandelingen en zorg. De bijzondere aandacht hem gegeven op het Berchmanianum maakte hem open voor de diepere lagen van zijn verbondenheid met zijn Heer. Dierbaar waren hem toen woorden uit psalm 139: Door U ben ik gekend, mijn ziel en mijn gebeente. Gij peilt mijn hart. Op mij hebt Gij Uw hand gelegd. Daarin resoneerde mee de religieuze toewijding waarmee hij, tezamen met zijn tweelingbroer Frans, in 1947 intrad in de Orde. Zij kwamen als jongsten voort uit een groot Amsterdams gezin. Rustend op die diep religieuze boog tussen begin en einde heeft zich zijn leven voltrokken. Aanvankelijk werd zijn zending via studie van Indonesisch en wiskunde MO in het perspectief gezet van missiearbeid op Java in een college. De weigering van een visum doorbrak deze plannen. Na zijn priesterwijding in 1961 stond zijn leven in dienst van het basispastoraat. Een studie Sociale Academie was daarop een aanvullende voorbereiding. Hij werkte achtereenvolgens aan de Krijtberg en de Zaaier in Amsterdam, hij werd teamlid, pastor of pastoor in Zwijndrecht en Hendrik Ido Ambacht, in Zeist, Lisse en Uithoorn, telkens voor een kleine tien jaar. Medewerkers en gelovigen in de parochies hadden waardering voor de inspirerende manier waarop hij pastor was. Hij bleef proberen hen te overtuigen van de waarheid van Gods boodschap. Met zijn sonore stem gaf hij een extra dimensie aan zijn voorgaan in de vieringen. Mensen prezen hem omwille van een duidelijke en heldere samenwerking met collega-pastores van andere kerken. Oecumene stond bij hem hoog op de aandachtslijst. ‘Wat je samen kunt doen moet je samen doen, wat niet kan moet je niet forceren’. Bij iedere overgang naar een nieuwe parochie werd ook onzekerheid zijn deel. ‘Als het maar goed gaat…’. ‘Pastoor, maak je maar geen zorgen’ was dan het antwoord. En zijn eigen gedachte: ‘Ik hoop dat niet alleen de werkgroepen er zo over denken, maar ook de rest van de parochie. Kop, op, met vertrouwen verder’. Een goede en trouwe herder is Leo geweest. Geen koploper. In allerlei opzichten heeft hij onder de mensen een priester proberen te zijn tussen gisteren en morgen.