In memoriam

Frits de van der Schueren

3 november 1925   -   28 december 2007

Wanneer we vanuit de verte het leven van Pater Frits de van der Schueren, lid van de Provincie Indonesia,  zouden moeten typeren dan bestaat de neiging om je af te vragen of hij ooit wel de kans heeft gekregen om ergens ter wereld echt thuis te zijn. Van de andere kant: hij had gaven van een open hartelijkheid, van stijlvol optreden. Hij beschikte over een uitgesproken fijngevoeligheid gecombineerd met een duidelijke charme. Allemaal eigenschappen die hij als jezuïet zijn leven lang in dienst heeft willen en mogen stellen om mensen in contact te brengen met de Heer van alle leven. In de directe ontmoeting met parochianen, studenten, leerlingen en medebroeders, daar lag zijn kracht. In Nederland geboren (1925), in Engeland opgegroeid uitlopend op een studie geschiedenis tijdens de oorlog, begon hij in 1946 zijn noviciaat in Grave (N.B.). Tot verrassing van zijn jaargenoten vertrok hij na de filosofie in 1952 naar Indonesië. Het Engels, zijn tweede moedertaal geworden, kwam erg van pas in die aanvangstijd van de Indonesische Republiek: hij als leerling in het Indonesisch, de jongens op het klein-seminarie en later de studenten van de Hogere Opleiding voor Leraren als leerlingen in het Engels. Intussen studeerde hij theologie in Yogyakarta en werd hij in 1958 tot priester gewijd. Na een aantal jaren werd echter duidelijk dat hij toch geen echte aanleg had om docent te zijn op Sanata Dharma. Hij was er zelfs enige tijd directeur van de Engelse sectie. Weliswaar is hij gedurende een groot gedeelte van zijn leven her en der leraar Engels gebleven, maar ondanks het feit, dat het hem nauwelijks lukte iets van het Javaans onder de knie te krijgen, ging zijn verlangen toch helemaal uit naar het apostolaat in direct contact met de mensen. Aanvankelijk tot 1974 in parochies op Midden-Java, vanaf 1974 tot 2000 op allerlei plekken in Jakarta. Op zijn scooter doorkruiste hij de stad. In die vorm van evangelisatie kon hij zichzelf helemaal kwijt. Met zijn fijngevoeligheid kon hij voor hen die hem opzochten een wijze raadgever zijn. Zelf heeft hij altijd uiterst sober en arm geleefd ofschoon hij van huis uit wel anders gewend was geweest. ‘Het is mijn bekommernis om armen te helpen in materieel en geestelijk opzicht. We doen wat we kunnen in deze gouden jaren!’. Ondanks de rusteloosheid van zijn manier van leven lieten hem zijn charme en toegewijde zorg niet in de steek. De laatste jaren van zijn actieve leven, toen ook zijn gezondheid geleidelijk aan begon na te laten, had hij de pastorale zorg voor de vele ‘expats–vreemdelingen’ in deze wereldstad. Hij nam het zoals het kwam. ‘Take it all and be thankful, it has made me as I am now!’ waren zijn woorden. Tot een fijn mens is hij geworden waar ieder graag mee van doen had, maar die zelf onopvallend bleef.


IHS > gezellen van Jezus > In memoriam