Koen Meens
15 april 1944 - 25 augustus 2008
In de persoon van diaken Koen Meens waren een groot aantal talenten aanwezig waarmee aan een waardevol menselijk leven gestalte gegeven kon worden. Zijn studie Gymnasium A in Merkelbeek en Sittard (1957-1964) gaf blijk van een ruime belangstelling en intelligentie voor talen, voor historie en cultuur, en voor het katholieke geloof. Geboren in het Zuid-Limbugse Beek (1944) en vanuit de katholieke achtergrond van het gezin met 3 broers en 3 zussen was het niet verwonderlijk dat Koen de levenskeuze maakte om Jezuïet te worden. Tezamen met 19 anderen begon hij het noviciaat in Grave (N.B.) in 1964. Twee jaar later begon zijn opleiding in filosofie en theologie, aanvankelijk in Nijmegen, maar daarna in Amsterdam aan de nieuwe Katholieke Theologische Hogeschool (1966-1971). Wat studie betreft keek hij daarnaar uit. Aan allen ermee verbonden stelde de nieuwe setting echter ook hoge eisen om een nieuw evenwicht te vinden. Sociaal gesproken zal Koen het niet gemakkelijk gehad hebben. Na zijn kandidaatsexamen mocht hij zich aan het Pauselijk Bijbel Instituut in Jeruzalem gaan verdiepen in het geloof en de cultuur van de joden uit het tijdvak rond de Tweede Tempel. Was hij uit eigen keuze voordien reeds begonnen met een cursus ‘5 Europese talen’, in Israël werd het nodig om er nog Hebreeuws en Aramees aan toe te voegen. Het totaal van de uitdaging bleek te hoog gegrepen. De volgende drie jaren vervolgde hij deze studie aangevuld met enkele andere onderdelen, maar nu aan de Universiteit van Strassbourg in Frankrijk. In 1974 behaalde hij een ‘maitrise en histoire’. Uit de ziekten en depressie van de daarop volgende vier jaar bleek, dat ook deze vorm van leven niet paste bij Koens aard en constitutie. Toen hij daarna zijn leven opnieuw in eigen hand kon gaan nemen leefde hij weer op. Hij vond opnieuw veilige levensomstandigheden waaraan hij zijn leven kon toevertrouwen, maar nu in Maastricht. Aan de kunstacademie deed hij ‘n beroep op zijn artistieke gaven en bekwaamde zich tot MO B handvaardigheid met specialisatie beeldhouwwerk. Hij had een eigen woning en deed geleidelijk aan pastorale assistentie in Heer en Gronsveld. Mgr J.Bomers wijdde hem in 1984 tot diaken. Als zodanig raakte hij vanaf 1989 verbonden met zielzorg voor de woonwagenbewoners rond Maastricht o.a. in het bekende centrum ‘De Vinkenslag’. Als zielzorger ging hij op een toegewijde manier met deze mensen om, leerde hun situaties te verstaan en in te schatten, en kon hij verstandige raadgevingen met hen delen. In dat kader begon hij ook nog met het leren van Pools. Rond het beleid van de burgemeester aangaande het centrum haalde Koen in 2004 nog het T.V.-Nieuws. Dat is niet iedere medebroeder gegeven. In deze jaren vanaf 1990 uitte hij zijn artistieke talenten vooral in het thuis vervaardigen van meest religieuze beelden in klei, die hij zelf bakte. Velen zullen zich zijn beeld van de naar omhoog kijkende Ignatius wel herinneren. Ook nam hij deel aan de tweejaarlijkse Europese Congressen van Jezuïeten-kunstenaars. Hij werd er zeer gewaardeerd. Zijn uiteenzetting over de geestelijk ervaring in hemzelf bij het maken van beelden in de Heraut van 1991 is het nog steeds waard gelezen te worden. Van vroegs af aan was Koen thuis in het gezin een bijzondere jongen met een enorme fantasie, muzikaal en creatief. Maar ook een ‘Einzelgänger’, vaak moeilijk te bereiken. Hij ging zijn eigen weg, in groot geloof dat zijn leven opgenomen was in Gods voorzienigheid. Dat geloof heeft hem zijn gehele leven gaande gehouden. Gij kent mij ! stond er op het Uitvaartboekje. Ook toen, naar menselijke maat te vroeg, het levenseinde snel naderbij kwam in een ongeneeslijke ziekte. Toen moest hij zijn leven uit handen geven en neerleggen in de handen van de Heer des levens en van lieve mensen, met name van zijn broers en zussen en enkele medebroeders. In geloof en hoop behoorde hij tot de uitverkorenen van God, die door de donkere nacht geleid worden naar een nieuwe wereld, welke als het ware van binnen uit wordt verlicht (Edith Stein).