Tom Jacobs
13 juli 1929 - 5 april 2008
In nagenoeg 60 levensjaren heeft Tom Jacobs, lid van de Provincie Indonesia, zich letterlijk met hart en ziel toegewijd aan de uitbreiding en ontwikkeling van deze SJ-Provincie en aan de groei en verdieping van de Katholieke Kerk op Midden-Java en in geheel dat land. Voor een groot gedeelte deed hij dat vanuit zijn positie als professor aan het Ignatius College voor Theologie in Yogyakarta, het opleidingshuis voor de orde(1961 1994). Van daaruit is hij langs vele wegen de lokale kerk, dichtbij en verder af, nabij geweest. Hij deed dat op een diep menselijke wijze vanuit zijn opgebouwde deskundigheid in de Exegese (Rome 1963-1966, de jaren van het Vaticanum II), en vele andere theologische vakgebieden waarin hij les heeft moeten geven. Dat was tijdens de na-oorlogse periode van opbouw van het Groot-Seminarie en het bovengenoemde S.J.-Theologaat. Datzelfde mogen we vaststellen aangaande nieuw opgerichte Hogere Scholen voor Katechetiek (vanaf 1971 1992) waar hij vele generaties zusters, broeders, en leken werkend in r.k.onderwijs, heeft ontmoet en geïnspireerd. Dat begon al vóór zijn priesterwijding (1959) toen hij zelf nog theologie studeerde. Hij wist onder de jonge medebroeders een enorme belangstelling op te wekken voor de studie van de theologie. Hij schreef in vele tijdschriften, en publiceerde over Paulus en over ‘Jezus Christus in het Nieuwe Testament’. Daarnaast droeg hij veel bij aan de ontwikkeling van de Zusters Dominikanessen (O.P.) en van de Zusters J.M.J. De uitvaartdienst in de SJ-parochiekerk te Yogyakarta werd op 6 april 2008 gecelebreerd door mgr Ign. Suharyo, aartsbisschop van Semarang. De begrafenis vond de volgende dag plaats op het SJ-kerkhof in Giri Sonta. Vele honderden, ja meer dan duizend, lieten metterdaad blijken hoe zij zich door Rama Tom Jacobs op vele manieren voelden aangesproken. Vooral ook omdat hij hen naar vermogen zeer nabij was, en de gave had om met zijn hart te spreken. Die gave had hij al vanaf zijn vroege jeugd. Geboren in Zevenbergen (* 1929), getogen in Breda als oudste zoon uit een katholiek middenstand milieu, begiftigd met goede hersens, gymnasium A, en vele menselijke gaven, trad hij in 1948 in bij de Jezuïeten. Reeds na een jaar werd hij naar Indonesië gezonden en voltooide daar eerst 10 jaar opleiding. Vanaf 1966 werd hij deel van de generatie medebroeders aldaar, welke op een ‘na-conciliaire’ wijze gestalte gaven aan een duidelijk aanwezige katholieke gemeenschap. Daarin werd getracht om een natuurlijk religieus aanvoelen, binnen de r.k.gemeenschap zich uitend in devotionele vormen van vroomheid, te verbinden met een meer uitdrukkelijk catechetische vorming op het gebied van geloof, liturgie en moraal. Vanuit zijn theologische deskundigheid heeft Tom zich daarvoor helemaal ingezet. Op vele momenten en over een veelvoud van zaken, verbonden met de groei van de Indonesische S.J.-Provincie, gaf hij eveneens positieve bijdragen. Hij was bovendien heel ver gevorderd met de vertaling in het Indonesisch van de Constituties en Documenten van de 34e Algemene Congregatie van de S.J.-Orde in 1995. Teleurstellingen zijn hem gedurende die vele jaren niet bespaard gebleven. In zichzelf moest hij, als traditioneel gelovend persoon, ruimte scheppen voor de diepte, aanwezig in zijn eigen hart. Onder leken en priesters moest hij gaan ervaren, hoe de kwaliteit en de diepte van ons geloven minder aandacht kreeg dan de uiterlijke vormen ervan, en de daarmee verbonden status binnen een minderheidsgroepering in hun samenleving. Zijn gezondheid was nooit optimaal. Maar begin 2008 openbaarde zich bij hem een ernstige ziekte. Op verzoek van de aartsbisschop kon hij die laatste maanden van hart tot hart spreken over voor hem belangrijke wensen ten aanzien van de Kerk in Indonesië. Hij legde die ‘samenvatting van geheel mijn geloofsleven’ neer in een testament, dat hij, met het oog op het 27 29 juni 2008 te houden Eucharistisch Congres in Semarang, de titel meegaf van: ‘Voorbereiding van het Eucharistisch Congres’. Onder de mensen, welke zijn uitvaart bijwoonden, ging deze tekst van hand tot hand. De laatste woorden ervan luiden: ‘De Eucharistie is het hoogtepunt van de Goddelijke barmhartigheid’.