Wil van Sprang
5 augustus 1920 1 februari 2008
In het ambtenaarsgezin te Rotterdam, waarin Pater Wil van Sprang geboren werd (1920), had hij wel een jongere broer, maar hij had geen zussen. Bovendien liet het vroege sterven van zijn moeder vlak vóór zijn diaken- en priesterwijding (1952) bij deze belangrijke gebeurtenissen een diep voelbare open plek achter. Maar, zo mogen we misschien overwegen, hij heeft in de vorm, welke zijn apostolische taak als jezuïet aannam, minstens een gedeeltelijke compensatie ontvangen. Aansluitend aan de jaren van theologiestudie en tertiaat (1949-1954) mocht hij gedurende 28 jaren moderator en leraar godsdienst en maatschappijleer zijn op de MMS / HAVO van het ‘Stella Maris’ College, aanvankelijk in Maastricht, later in Meerssen. Wie hoe dan ook Wil heeft leren kennen moet wel ontdekt hebben: hij had een zekere nuchterheid, een wat ingehouden afstandelijke relativerende humor. Hij leidde een uiterst geordend leven. Als mens, als vriend, als priester en leraar had hij dat nodig om zich happy te voelen. Niet altijd gemakkelijk voor hen met wie hij verkeerde. Maar eenmaal deze conditie vervuld, was hij hartelijk, gezellig, zorgzaam in de omgang, en, zoals het een Rotterdammer past, ondernemend. Hij had altijd wat om handen. Zijn intreden (1940) met HBS-B en aanvullende humaniora vond plaats vlak na het bombardement op zijn vaderstad, een diep ingrijpend gebeuren ook voor hem. Daarop volgde de traditionele vorm van de opleidingsjaren in de orde. Als leraar daarna zal het bij hem nooit zijn voorgekomen dat hij onvoorbereid voor de klas stond. Rond godsdienst en levensbeschouwing bracht hij zijn leerlingen op allerlei manieren in contact met wat het waard was om te weten. Daartoe bracht hij tweemaal een bezoek aan het Heilig Land en bezocht hij verschillende malen Rome. Hij was een degelijke en strenge leraar. In de opvoeding van jonge mensen maakte hij zijn roeping waar. Hij werd erom door ouders en collega’s gewaardeerd. Hij stemde ermee in dat anderen zouden maaien, wat hij en collega’s hadden gezaaid. Na zijn pensioen bleef hij als contactpersoon van oud-leerlingen met de mensen van de school verbonden. Ook toen hij tenslotte minister, en later emeritus, werd in het door hem al vele jaren als vakantieadres bezochte St. Aloysiushuis in Den Haag (1989-2005). Naast zijn hoofdtaken in zijn leven was hij een aantal jaren Congregatie-directeur. Op lokaal en nationaal vlak hechtte hij er zeer aan om zeer trouw contacten te onderhouden met collega-vakleraren in het kader van St. Bonaventura. In zijn vrije tijd bekwaamde hij zich in Italiaans en Russisch. Dat laatste bracht hem ook eens in Moskou. Jarenlang onderhield hij met het oog op een minutieus bijgehouden postzegelverzameling maandelijks contact met collega verzamelaars. En vele jaren trok hij gedurende vakantiemaanden (1978 1997) met zijn auto namens de leiding van de Provincie langs verspreid wonende medebroeders in Duitsland en Oostenrijk, om hen via een bezoek verbonden te houden met de medebroeders in Nederland. Zoals bij hem paste werd hij een graag geziene gast, bescheiden, belangstellend en hartelijk. In alle rust, zonder opsmuk, nuchter soms bracht Wil van Sprang mensen naar God. En daarin was hij met zijn zeer persoonlijk religieuze erfgoed een ware discipel van de Heer. Onverwacht is hij heengegaan in het Berchmanianum (2008).