Wim Vulto
29 december 1922 30 mei 2008
Toen Wim Vulto in 1992 zijn apostolisch actieve leven mocht gaan beëindigen, en zich kon aansluiten bij de communauteit in Zeist, keerde hij weer naar de landelijke omgeving van Utrecht waar hij in 1922 het levenslicht zag. We hebben hem leren kennen als een soms stugge maar fidele vent en als een rondborstige pastor met een optimistische aanpak, die het liefst via meer traditionele vormen van pastoraal in direct contact stond met gelovige medemensen. Die contacten kwamen voort uit een traditioneel georiënteerd maar serieus beleefd eigen geloofsleven, waarin gebed en Eucharistie van jongs af aan een natuurlijke en centrale plaats hadden gekregen. Verschillende vormen van sport maakte reeds vanaf zijn 10e levensjaar deel uit van zijn dagelijks leven. Dat was nodig voor een goed levensevenwicht in lichaam en geest. De geestelijke belasting van leiding te moeten geven, en sterk verbonden te raken met lasten die medemensen te dagen kregen, konden bij hem gemakkelijk uitlopen op gespannenheid. Binnen die grenzen heeft zijn roeping tot het leven als Jezuïet zich kunnen ontwikkelen en groeien, nadat hij eerst toch ervoor gekozen had om voor huisarts te gaan studeren in Utrecht. Dat werd door de Duitse bezetter onmogelijk gemaakt. Na zijn opleiding en wijding tot priester te Maastricht in 1956 stond zijn eerste aanstelling in het door hem belangrijk geachte roepingen apostolaat. In 1958 werd hij in het Berchmanianum prefect en eerste directeur van het aldaar pas opgerichte juvenaat St. Jozef voor jongens, die erover dachten broeder te willen worden in onze orde. Direct pedagogisch en pastoraal contact met een jonge generatie, gecombineerd o.a. met godsdienstlessen op technische scholen. Die zending werd na zes jaar verwisseld met een zeer gevarieerde taak als kapelaan in de kerk eveneens van St. Jozef in de Stijn Buysstraat te Nijmegen. Ook daar gaf hij lessen godsdienst op niet-katholieke middelbare scholen. Dit alles stimuleerde hem om zich, naar zijn kunnen, op de hoogte houden van ontwikkelingen in pastoraal en theologie. Daarop volgde vanaf 1969 de periode dat hij kapelaan, en later enkele jaren pastoor, was in de parochie Onbevlekt Hart van Maria in Lisse. Die periode karakteriseerde hij later als: zijn grote liefde. Samengevat: met zijn beperkingen kwam hij daar ten volle tot zijn recht, ondersteund door zijn oudere medebroeder Nico Schilder.De aard van de hardwerkende mensen in de bollenstreek vond weerklank in zijn eigen levenshistorie en die van de mensen in zijn geboortedorp Schalkwijk. Gewone traditionele vormen van pastoraat werden er zeer gewaardeerd. Een aantal van hen wist Wim op te vangen wanneer overspannenheid dreigde. Daar maakte hij ook kennis met Marriage Encoun-ter als een vorm van huwelijkspastoraal welke uitstekend bij zijn persoon paste. Belangrijk was zijn aanwezigheid; de organisatie lag in handen van de gehuwden zelf. Zijn persoonlijke diepe religiositeit kon er spontaan tot zijn recht komen. In deze jaren ging hij vele jaren op vakantie met Harry Hoefnagels, enerzijds veel intellectueler, anderzijds in vorm van religiositeit een door en door Limburger. Ook die contacten hebben hem zeer verrijkt. Dat was minder het geval toen hij pastoor èn superior werd van de Molenstraat in Nijmegen. Bij zijn afscheid werd die periode door hem zelf gekarakteriseerd als zijn laatste liefde. Ondervond hij als opvolger van Wim Drion de situatie daar, vergeleken met Lisse, als een ‘terugwenteling van 180°’ ook de zorg voor de communauteit met veel ernstige zieken, de steedse omgeving, de ontwikke-lingen in zielzorgstructuren, en de sterke wens tot inspraak van jongere kerkbestuur-ders belaste de kwetsbare structuur van zijn persoon. Vandaar dat hij bij afwezigheid vaker te vinden was langs de Waal of in de groene ruimte van de Ooypolder. Die ‘dynamiek’ van de jonge bestuurders stimuleerde hij, mar zelf verdroeg hij die beweging als ‘onrust’, en werd in feite pastor in een districtsparochie. Als fundament onder dit leven lag bij Wim die trouw aan gebed en Eucharistie welke hij thuis in Schalkwijk heeft mogen ontvangen. Deze werd hem voorgeleefd door een ondernemende vader, die reeds in 1929 stierf, en door een Moeder met een groot geloof , een rotvast vertrouwen,en, opnieuw, een diepe devotie tot Sint Jozef. Serieuze ziekten troffen het gezin. Ook Wim zelf heeft moeten kuren. In de 30er en 40er jaren van de vorige eeuw heeft Gods genade deze mensen voelbaar ondersteund. Vanaf 1995 in het Berchmanianum heeft Wim naar vermogen de communauteit met zijn fideliteit ondersteund, totdat zijn ‘levenskaarsje’ en zijn ‘welbespraaktheid’ geleidelijk aan uitdoofden. In zijn jonge leven heeft Wim tot de Heer gezegd: Heer, waar houdt U verblijf? Deze antwoordde: Ga mee om het te zien? Wim Vulto is meegegaan, zijn leven lang. En hij ziet nu wie Jezus en de Vader zijn.