In memoriam

Jo de Koning

1940 - 2008

Het leven van Broeder Jo de Koning werd bij zijn uitvaart op een bijzonder treffende wijze samengevat, parafraserend op woorden uit het Marcus-evangelie: ‘Wie het mensenleven van Jo volgt kan ontdekken hoe het stap voor stap is gegroeid en gerijpt. Hij slaapt, hij staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe (Mc 4, 26 – 28). Geboren in de Zuid Limburgse mijnstreek als middelste van2 kinderen werd hij na het basisonderwijs op de ambachtsschool timmerman, net als zijn door hem bewonderde vader. Zijn zuidelijke aard kwam naar voren wanneer hij uitbundig kon genieten, en ook in de humor die hem eigen was. Een feestje hoorde er voor hem van tijd tot tijd bij. Met zijn vaak stille aanwezigheid straalde hij een dieper verlangen uit om, net als zijn vader, dienstbaar te zijn. Ondersteund en geholpen door anderen bracht dat verlangen uit zichzelf vruchten voort.

In Grave ingetreden als broeder (1960) volgden jaren van ‘opleiding ter ondersteuning’ in verschillende huizen van de provincie. Daarna nam hij in Nijmegen deel aan een voortgezette vakopleiding, aan cursussen algemene vorming en aan verder onderwijs. Dat werd afgerond met het diploma 5-jarige handelsavondschool. Ontkiemen en opschieten

Vervolgens begon een periode van 35 jaren waarin hij als jezuïet lid was van de leefgemeenschap ‘Het Hooge Steen’ in Langenboom. Aanvankelijk bleef hij gedurende de week taken behouden in het Berchmanianum ten dienste van de provincie (1972 – 1980). Zijn laatste geloften legde hij af in 1976 in de handen van pater Simon Maas. Die geloften sterkten in hem het besef, dat er mensen zijn die naast hem willen staan en de toekomst tegemoet treden. Binnen de leefgemeenschap rekende men eerst heel sterk op zijn noeste aanpak bij werk met zijn handen in het onderhoud van tuin en gebouwen. Het zijn voor hem jaren geworden van opschieten en tot bloei komen in velerlei opzichten.

Hij heeft altijd met grote dankbaarheid teruggekeken op die jaren. In die jaren hebben de leden van de gemeenschap om hem heen gestaan. Met hulp van de genade, aanwezig in het diepe oorspronkelijke verlangen, kon de beklemming doorbroken worden, die verbonden was met zijn zelfbeeld maar een domme en eenvoudige broeder te zijn. Hij ondervond geleidelijk dat hij, sprekend vanuit zijn hart, andere mensen zonder opdringerigheid deelgenoot kon maken van de vruchten van zijn eigen innerlijk. En ook hoe je de rijkdom van andere mensen vrij in jezelf kon binnenlaten. ‘Groeien in het omgaan met mensen’ was de titel van een van zijn artikelen in SJ-1982.  Daarin ontdekte hij bij zichzelf nieuwe talenten. Hij bleek een kunstenaar te kunnen zijn. Zijn sculpturen ‘doorbreken’ zijn zwijgzaamheid en openbaren bewondering en geloof. Gedichten door hem gemaakt getuigen van ontwikkelde taalvaardigheid en innerlijke gerichtheid op het leven.  In zijn tweede levensfase, vanaf 1982, wisselt hij zijn hoofdtaken binnen het huishouden in voor een opleiding, en daarna de praktijk, van deeltijd-bejaardenverzorger in het Oost-Brabantse Mill. Tevens is hij secretaris van het buurtschap, en jarenlang betrokken bij het plaatselijke jongeren-pastoraat. Zijn eenvoud en belangeloze inzet gaven ook daaraan de kleur van ‘genade’. Uitbloei, en uit zichzelf vruchten voortbrengend

Naar menselijke maat op een te vroeg tijdstip moest hij de neergang van zijn vitaliteit gaan ervaren. Geleidelijk ging hij het langzamer aan doen. Mensen rond de gemeenschap en leden van zijn familie lieten horen dat op te merken. Ook in die ervaring ontwaarden ze bij hem een diepte van niet voorbijgaande aard. Vruchten uit de aarde, rijp graan. Een voorvoelen van naderende rijke oogst ?

Vanaf 2007 was hij definitief huisgenoot op het Berchmanianum in Nijmegen. Aldaar is hij onverwacht in 2008 overleden. Zijn laatste gedicht luidt alsvolgt:


Bergen

Langzaam loop ik

de berg op

mijn weg zoekend

over het pad

dat voor mijn

voeten ligt. 

De wind waait

om mij heen

en streelt door

mijn haar

en neemt mijn

gedachten mee.

Steeds hoger kom

ik en voel

mij vrij worden.

Mijn ogen zien

in eindeloze verte

het groen der bomen.

Boven mij drijven

de wolken voorbij

en wordt de hemel

als een blauwe

koepel die zich

over mij heen buigt.

Alleen sta ik

boven op de berg

maar voel mij

niet alleen.

Ik voel mij verbonden

met de aarde.

Vrij kijk ik

in de ruimte

die om mij is,

voel de lucht

op mijn huid

en ben gelukkig.

Met de wolken

drijven gedachten

mijn geest binnen

en nemen bezit

in mijn hart,

zoeken geborgenheid.

Mijn ogen leren

zien en onderscheiden.

Mensen komen

mijn hart binnen,

ik leer ze herkennen,

bakens in mijn leven.


IHS > gezellen van Jezus > In memoriam