Joop Oort
1920 - 2009
Van geboorte (1920) was pater Joop Oort een echte maar wat in zichzelf gekeerde Amsterdammer. Tezamen met een jongere zus groeide hij op binnen een eenvoudige familie, welke deel uitmaakte van de parochie de Liefde. Joop behoorde bij de eerste leden van de verkennerij, opgericht door een van de kapelaans. Op het Ignatiuscollege behaalde hij in 1938 het diploma gymnasium B. Datzelfde jaar trad hij in de orde en begon zijn noviciaat in Grave (N.B.). Vanwege de oorlog vond de studie van de filosofie plaats in Eijsden (Z.Lmb.). Toen hij in 1944 surveillant werd op het internaat van het Nijmeegse Canisius kreeg hij daar te maken met de bezetting achtereenvolgens door de Duitsers en de Geallieerden, en voltrok zich het bombardement op de binnenstad. Vergeleken daarmee betekende de theologie in Maastricht een veel rustiger periode. Daar werd hij in 1950 tot priester gewijd.
Na afsluiting van die lange studie-periode moet de eerste taak als prefect op het Aloysiuscollege hem veel beter gelegen hebben. Studie paste minder bij hem dan organisatie en leiding geven zodat alles goed loopt (1952-1958). Vervolgens wachtte hem een taak in zijn vaderstad, als superior en pastoor van de Krijtberg (1958-1962). Zowel op het college als in Amsterdam leefde hij in een communauteit waar, naast het parochiewerk, ook andere vormen van apostolaat een plaats vonden. Daardoor vormde het parochiewerk tezamen met een of twee medebroeders een eigen ruimte.
Datzelfde model trof hij aan in Groningen, waar hij superior en pastoor werd in de Jozefkerk aan de Radesingel. Die jaren (1962 1967) noemt hij de mooiste periode van zijn actieve leven. Hij trof er een aantal medebroeders aan met duidelijke capaciteiten op diverse gebieden waarvan hij ontegenzeggelijk heeft geprofiteerd. Hij ondervond bovendien hoe zijn persoonlijke aard beter paste in de Noord-Nederlandse levenscultuur van de Groningers.
Tenslotte werd hij superior en pastoor in de Theresia-kerk aan het Westeinde te Den Haag. Feitelijk duurde die taak 18 jaren. Ook daar een kleinere communiteit met gemengde vormen van pastoraat. Aansluitend bij de na-conciliaire periode ging hij meedoen aan de Voortgezette Pastorale Training. Bovendien had de SJ-provincie ervoor gekozen om in de pastorie van de kerk van O.L.Vrouw aan de Elandstraat een duidelijk jongere gemengde groep medebroeders te vestigen om zo kansen te scheppen voor een nieuwere aanpak. ‘Vergeleken met Groningen moest ik in de Theresia tien jaar terugdraaien’, zo formuleert hij. Aan het tegen de achterzijde van de kerk aangebouwde woonhuis met onprettige indeling was vanwege een onduidelijke situatie vele jaren weinig gedaan. In die periode kreeg hij ernstige last van een hernia.
Rond 1975 verhuisde de pastorie en de communiteit naar twee woningen aan de Laan 31-33. Samen met Pater Hans Mulders heeft hij vele jaren vanuit die plek aan het parochiewerk vorm gegeven. Met zijn medebroeders daar heeft hij het persoonlijk contact erg belangrijk gevonden ondanks zijn eigen wat ingekeerde aard. ‘Vanwege de vele veranderingen leven er heel wat levensvragen onder eenvoudige mensen’. Ondanks het feit dat de Theresia deel is van een leeglopende binnenstad ‘hebben wij onze hadden vol. Je bent een soort huismoeder van een groot gezin. Je kunt alles aanpakken, maar je bent nooit klaar’.
Het zal niemand verwonderen dat Pater Joop Oort tijdens zijn 65e jaar de verantwoordelijkheden mocht neerleggen. Heel zijn actieve leven pastoor in een periode met vele veranderingen is een flinke levensopgave. Van 1985 1995 werd hij priester-assistent in de parochie Maria van Jesse aan de Burgwal te Delft, waar hij ook woonde. Geleidelijk aan moest hij vanaf die tijd diverse operatieve ingrepen ondergaan. Na die voor hem ‘prettige’ en ‘rustige’ jaren keerde hij naar de Laan in Den haag terug. Bij het sluiten van de pastorie verhuisde hij naar de communiteit in ’t Hoenstraat (2001 2004), en vond tenslotte de gewenste verzorging in het Berchmanianum in Nijmegen. Daar is hij tenslotte op 89-jarige leeftijd in de Heer overleden.
Een diocesaan collega-priester, en oud-leerling van het Aloysiuscollege, herinnert zich Joop Oort: ‘Als een prefect die iedereen en alles in de gaten hield. Hij personifieerde het gezag. Hij porde jou liever dan dat hij strafte. En dat deed hij in zijn preken en in zijn opmerkingen tijdens lerarenvergaderingen. Zo kon hij er voor zorgen dat voor sommigen van ons alles er weer heel anders uit kwam te zien’. Tegenover Joop Oort als 75-jarige vat hij samen. ‘U hebt een vonk in ons ontstoken, waardoor er alle vertrouwen bestaat dat onze geloofsgemeenschap haar tocht goed zal voortzetten. Daarvoor zijn wij U dankbaar!’