In memoriam

Frits van der Ven

1930 – 2010

‘Blijf kiezen voor het goede. Voor recht en trouw aan elkaar. Blijf elkaar als mensen vasthouden, èn probeer aandachtig en zorgvuldig met het mysterie van God verbon-den te blijven. Blijf kiezen voor een menswaardig leven en je zult een diepere zin gaan ervaren.’ En citerend uit woorden van Etty Hillesum: ‘Dit ene wordt mij steeds duide-lijker, God, dat jij ons niet kunt helpen, maar dat wij jou moeten helpen. En door dat laatste helpen wij onszelf, God’.  Dit In   Memoriam, beginnend met eigen woorden van Pater Frits van der Ven, helpt ons de ogen van onze ziel te blijven richten op die diepere achtergrond van zijn actieve, rijk geschakeerde leven. Actief naar vermogen tot aan zijn dood!

In de Sint Jan van Den Bosch gedoopt op de dag van zijn geboorte (1930), Fredericus, Antonius, Aloysius, en 7 jaar later gevormd, groeide hij op als derde zoon in een groot en levendig katholiek gezin te midden van een groeiend aantal broers en zussen. Ze woonden boven de kledingzaak van zijn vader. Na de basis-school stond zijn verdere opleiding via de Handelschool geheel in het teken opvolger te worden. Als zodanig was hij vanaf 1949 een aantal jaren werkzaam.  Over het feit dat hij na de Schola Carolina te Den Haag in 1955 toch intrad bij de Jezuïeten te Grave (N.B.) laat hij zelf horen: ‘Ik heb dit vroeger geweten, maar alles wijst zo de andere kant uit. In de familie hadden wij geen priester, de zaak kon mij goed gebruiken’. In de daarop-volgende verkorte SJ-studieopleiding, onderbroken met een jaar surveillance, heeft Frits moeten knokken om aan het vereiste niveau te voldoen. Zijn priesterwijding vond plaats in 1963 te Maas-tricht, alwaar hij vlak daarop ook zijn eerste apostolische taak kreeg toebedeeld. Hij werd assistent, later directeur van de  Berchmans Compagnie / Sociëteit (1964-1971)’. De laatste jaren daarvan waren ‘spannend’. Hij zegt: ‘op het laatst was ik nauwelijks veel meer dan een manager, die aan de werkelijke zaken niet meer toekwam. Toen ik dat ontdekte, besloot ik te stoppen ... Ik ga Pastoraal-theologie studeren!´ Niemand zou in vroegere jaren dat laatste ooit over Frits gedacht hebben.

Een aansluitend sabbatjaar, gevuld met enkele cursussen rond pastoraat voor studenten, een klinisch pastorale training, en bezoeken aan ruim 20 universiteiten in de USA, Mexico en Canada vormde samen een belangrijke bijdrage aan een groeiende deskundigheid. Aansluitend volgde hij het tertiaat, afgesloten met de laatste geloften (1974). Zijn eigen inborst om dicht bij het reële leven van mensen te staan, vond in de Verenigde Staten een meer aangepaste omgeving, dan de nogal academische oriëntatie die we vinden bij opleidingen in eigen land. Frits zijn levensgeschiedenis laat zien dat hij ‘het nodig had’ om, telkens na ongeveer 3 jaar, daar aan de overkant van de oceaan terug te keren, voor verdere studie over geestelijke leiding, pastoraal werk, of om op verhaal te komen.

Na het sabbatjaar volgen nog ongeveer 9 jaren van verblijf in Maastricht. Vanuit twee stichtingen voor pastoraat onder studenten van universiteit of hoge-scholen, namelijk in de vorm van een ‘Maastrichtse studentenekklesia’, en via pastoraat in de City-kerk tezamen met andere medebroeders, wijdt hij zich aan de meer persoonlijke vorm van pastoraal onder die groepen. Terugkijkend op die twee periodes in Maastricht vindt hij beeldende woorden: ‘Het is wel een beetje geluk. Zo klein als we zijn hebben we ‘het Leven in de brouwerij’  gehouden; die gistende brouwersketel van Gods volk onderweg’. ‘Onvergetelijke jaren! Tien jaar avontuur met werkende jonge mensen en met studerende jonge mensen. Uiteindelijk van studentenvereniging tot basisgroep uitgegroeid’. Maar dat het  hem ‘teveel’ had belast bleek aan het einde uit een hartinfarct (1980) en maan-den voor de nodige rust. Rond zijn verjaardag dat jaar: ‘Op die dag heb ik in een viering voor studenten laten weten, dat het mij niet meer gegeven was als studentenpastor te blijven werken. Ik voelde me toen als Abraham met Izaäk op de berg. Al langer had ik als Abraham begrepen dat, als je voor elkaar Vader van gelovigen moet worden, je ver van huis moet …’.

Vanaf begin september 1984 begint opnieuw een belangrijke en tweede periode van zijn leven, nu in Amsterdam. Hij is beschikbaar voor priesterlijke functies, het geven van geestelijke leiding, medewerker pastorale begeleiding aan de Katholieke Theologische Universiteit aldaar en na de fusie in Utrecht (1989-1995). Met name toverde hij tezamen met vrienden het ‘oude’  Ignatiuscollege om tot Ignatiushuis, als directeur, later medewerker, van dit Jezuïetenwerk. Hij wordt ook lid van de Roepin-gencommissie van de Nederlandse S.J.-Provincie. Ondanks een zwakkere gezondheid blijft hij zich naar vermogen op creatieve wijzen inzetten voor projecten van pastoraal en persoonlijke contacten. Het kan ook niet anders! Velen, met name ook jong-volwassenen, weten hem te vinden en plukken vruchten van zijn toewijding, zijn creativiteit, en zijn niet aflatende inzet. Uit zijn hele leven blijkt: hij was geen mens voor een menigte.  Er brandde in hem een niet te blussen vuur van liefde voor nabije en herkenbare mensen. Zijn 25-jarig priesterjubileum viert hij ‘thuis’ in de St Jan van Den Bosch, ‘moederschoot van ontferming en geloof’ voor hem. Toen werd de Evan-gelie-passage gelezen van de vrienden, die hun lamme collega op heel bijzondere wijze voor de voeten van Jezus wisten te leggen (Mc. 2,1-12). In zijn beschouwing bleef Frits met grote nadruk staan bij het openbreken van het dak. Volgens hem moesten er heel wat daken opengebroken worden om de weg vrij te maken naar Jezus, die zonden kan vergeven, en kan zeggen tegen mensen, tegen mij: Sta op! Het moge tekenend zijn dat deze passage op zijn verzoek ook gelezen werd bij de viering van zijn Uitvaart.

Maar ook kwamen zijn beperkingen meer naar voren. Zijn pastorale aanpak werd steeds meer individueler, zodat hij ervan uitging dat door hem genomen initiatieven vanzelfsprekend zouden worden overgenomen door andere mede-broeders om er een meer blijvende en duurzame gestalte aan te geven. De laatste jaren had hij veel van zijn levensenergie moeten inleveren. Was hij vele jaren een sjouwer voor de Heer geweest, nu begon hij langzamerhand een vutter te worden. Om de zoveel tijd moest hij aandacht geven aan zijn gezond-heid, in Nederland of in de USA, soms verbonden met ziekenhuisopname vanwege operaties. Onder zijn broers en zwagers deden zich enkele sterfgeval-len voor. Hij verdeelde zijn aanwezigheid tussen Amsterdam en de USA en Canada.  Ondanks dat alles bleef het hem gegeven om tot het laatst steeds op zijn inspirerende wijze merkbaar aanwezig te kunnen zijn. Naar aanleiding van een tekst van Jesaja overdacht hij het volgende: ‘Wil het leven creatief voor je blijven, geef dan niet op. Vergeet nooit dat,  waar jíj staat, niemand staat. Wat jíj kunt zeggen kan niemand anders zó zeggen. En of de plaats waar jij staat een heilige plaats is, dat bepaal je zélf. Wel wordt je daartoe opgeroepen, je staat er niet alleen voor. Maar als dat dan ook gebeurt, dan hoor je in de kring over iemand zeggen: wat een eindeloos mens. Dan is er iets van God doorge-broken …. Het gras mag dan verdorren en de mensen als bloemen verwelken, toch blijft de situatie onomkeerbaar als je je maar bewust bent van de kracht die in je schuilt. Dat is het woord van God aan jou!’ (1987). En enkele maanden later: ‘Soms, als ik naar verhalen van mensen luister, hoor ik, in wat ze zeggen en niet-zeggen, het verhaal achter het verhaal. Vaak luidt dat::  Hoe ver moet ik gaan? Ik hoor daarin dat we verantwoord bezig willen zijn; dat het gaat om zingeving van ons leven. Met name komen die vragen naar voren bij het aanlopen tegen de grenzen van ons bestaan. Als er van dit soort moeilijke vra-gen op je  afkomen, en je het dierbaarste dreigt te verliezen, doe dan geen onmogelijke dingen, maar blijf kiezen voor het goede. Blijf kiezen voor een menswaardig leven. Je zult een diepere zin gaan ervaren’ (1988).

Bij zijn uitvaart werd van harte gezegd: ‘deze gezel van Jezus geloofde in wat hij zag. Hij zag soms veel meer in mensen dan ze zelf ooit hadden gezien. Geloof en liefde doen wonderen. Liefde vergeeft en maakt nieuw leven mogelijk. Geloof zegt: Sta op! Dag aan dag van de augustusmaand 2010 dromden vrienden en vriendinnen samen gedurende de laatste weken van zijn leven, totdat Frits uiteindelijk. moe gegeven en moe genoten, zichzelf als een gelukkig mens uit handen gaf aan God op de 21e van die maand. Geroepen tot onze vreugde! Deze woorden had Frits in 1963 gekozen als motief op het prentje van zijn priesterwijding.


IHS > gezellen van Jezus > In memoriam