In memoriam

Leo van der Drift

1922 – 2010

Velen hebben het tot hun genoegen mogen ervaren: op Leo van der Drift kon je rekenen. Hij was een trouwe persoon, maar liep er tijdens zijn lange leven niet mee te koop. In contacten met hem mochten mensen dat van jongs af aan ervaren. In dienst van zijn naaste was hij geen man om op te vallen. Het liefste bleef hij op de achter-grond. Maar op die achtergrond functioneerde hij als geen ander. Terecht vinden we deze karakterisering terug op zijn bidprentje, voorzien van een uitstekende foto van deze milde en toegewijde medebroeder. We leerden hem kennen en ervaren als een rustige en gelukkige mens.   Leonardus Marie van der Drift werd op 8 januari 1922 te Delft geboren als jongste zoon in een katholiek gezin met ‘n oudere broer en drie zussen. Vader van der Drift was architect. Na het behalen van het eindexamen HBS B (1939) op het Aloysius College in Den Haag, dat hij dagelijks per fiets bereikte, en een tweejarige aanvulling van humaniora op de Schola Carolina aldaar, kon hij zijn roeping gaan volgen en te Grave (N.B.)met zijn noviciaat beginnen. Zijn verdere opleiding liep langs klassieke structuren: junioraat in Nuenen, filosofie in Nijmegen, surveillant op het pas opgerichte college met internaat te Groningen/Haren (1947-1950), en theologie in Maastricht alwaar hij in 1953 tot priester werd gewijd. Gedurende bijna al deze jaren deed de orde beroep op zijn muzikale talenten en was hij dirigent.

Wellicht voor hem onverwacht, startte hij zijn actieve apostolische leven opnieuw in het noviciaatshuis Mariëndaal: als socius van de novicenmeester  Paul Smits van Waesberghe (1955-1957), en als minister van het huis. Met zijn merkbare trouw aan de orde ondersteunde hij het ‘binnentreden’ van de novicen in onze wijze van leven. Daarna kwamen de jaren van deelname aan het bedrijfsapostolaat in Rotterdam (1957-1965). Hij trof daar een aantal medebroeders die, al improviserend, op zoek waren naar nieuwe vormen van pastorale contacten met mensen in de wereld van moderne arbeid. Aan het nieuw gebouwde centrum aan de Mathenesserlaan, dat voor deze hard werkende medebroeders vaak het ‘centrum van hun afwezigheid’ was, gaf hij als een goede vader zijn zorg: als minister, consultor, econoom van het huis en schrijver van de huiskroniek. Geholpen door kennis van het Italiaans, kon hij binnen deze sterk wisselende en improviserende werksoort ook financiële bijdragen leveren aan de Stichting Bedrijfsapostolaat met name voor de buitenlandse arbeiders afkom-stig uit Italië en Spanje. Zijn betrouwbare aanwezigheid schiep zekerheid temidden van veel onderzekerheden in het leven van deze ‘allochtonen’.

In 1965 viel het besluit om hem de verantwoordelijkheid toe te vertrouwen voor de Missieprocuur, eerst  aan de Graafseweg te Nijmegen (1965-1987), en later op het provincialaat in Den Haag (1987-1995). Vanuit deze taak raakte hij dieper verbonden, zowel met de ontwikkelingen elders overzee, in de ‘missiegebieden’ van Indonesië en het Nabije Oosten, als met de structurele kanten van ontwikkelingen en daaraan aangepast beleid in de eigen Nederlandse Provincie. Met eigen woorden formuleerde hij die overgang als volgt: ‘In deze open gekomen taak ben ik niet ‘ingerold’; nee, zeg maar: ik ben er ‘ingeduwd’. De toenmalige provinciaal riep me bij zich en stelde me op de hoogte. Ik heb toen wel 17 redenen opgegeven om duidelijk te maken dat ze mij niet moesten hebben. Maar anderen, die voorgedragen waren, kregen geen vertrouwen vanuit Java. En dat vertrouwen is voor het uitvoeren van die taak erg belangrijk’. Al weer die combinatie van trouw en betrouwbaarheid!

Van medebroeders ondervond Leo van der Drift veel waardering voor de wijze waarop hij aan zijn taak vorm gaf. Om enkele getuigenissen te bewaren: ‘Hij had altijd een hartelijke aandacht voor ons allen en voor de concrete situaties waarin we werkten’. ‘Leo van der Drift? Een en al attentie1 Als je bij hem binnenkwam kreeg je de indruk dat hij op jou alleen had zitten wachten’. De Provinciaal van de Indonesische Provincie meldt: ‘Ofschoon ik hem pas sinds kort heb leren kennen, ben ik zeer onder de indruk geraakt van de bekwaamheid en toewijding van zijn inzet voor de missie. Ik begreep meteen, waarom vele leden van mijn provincie met gerust hart hun zaken aan hem toevertrouwen’. Een Pater uit Semarang schrijft: ‘Als scholastiek op de filosofie, als secretaris/econoom van Semarang, als rector van het Groot-seminarie in Yogja, als econoom van onze Provincie, ken ik hem sinds 20 jaar. Hij is voor mij een Vader, een Leraar en een Vriend. Elke maand was er wel een brief van enkele kantjes. En dat ging heus niet altijd over geldzaken. Hij bemoedigde en gaf raad op het gebied van het apostolaat. In oprechte dankbaarheid mag je weten, zo formuleerde hij, dat de kracht, die je in jezelf voelt afnemen, is overgegaan in de kracht van de missie die je hebt gediend’.

Meer dan een kwart eeuw heeft hij deze verantwoordelijke taak vervuld. Vergeleken met die van zijn voorgangers Sondaal en van Kempen, had deze een heel andere dimensie gekregen. Geen missietentoonstellingen meer of vertellen van missieverhalen van overzee. Het was de tijd van spanningsvolle verhoudingen tussen Nederland en Indonesië, van concentratie van aanpak zoals in het gezamenlijke missietijdschrift BIJEEN. De procurator voor de missie trad minder voor het voetlicht. De Procuur voor de missiewas niet langer een centrum bruisend van activiteiten. Op het adres van de Claverbond in Nijmegen zorgde Leo met enkele heel trouwe en gewaardeerde medewerkers voor coördinatie en dienstverlening aan onze missionarissen in hun apostolisch werk waar ook ter wereld, en ten dienste van groeiende jonge kerken op diverse andere plaatsen. Tijdschrift-abonnementen, medicijnen, boeken, vliegtuigtickets, welkom-heten op het vliegveld, bemiddeling in allerlei zaken, contacten met de medische wereld. En daarnaast het trouwe beheer van de Claverbond en haar leden, de administratie van kleine en grote giften, behandeling van ingediende projecten. In stilte was het Claverbond-huis een zeer vertrouwd adres waar Leo altijd was te vinden, dag en nacht.

Leo had een uitgesproken talent om gedurende al die jaren een uitgebreide kennis op te bouwen van het persoonlijk wel en wee van alle medebroeders-missionarissen inclusief de omstandigheden waaronder zij leefden. Ongecompliceerde contacten met verlofgangers, veelvuldig briefcontact, verhalen over apostolische successen en teleurstellingen, en promptheid bij hemzelf om te reageren, dat alles heeft hem tot een vertrouwenspersoon van velen gemaakt: een adres met een lage drempel, een visitekaartje dat garant stond voor eerlijke gastvrijheid. En diezelfde nuchtere hartelijkheid mochten vele leden van de Claverbond ondervinden middels de korte telefoongesprekken of dankbriefjes naar aanleiding van vragen om informatie of het ontvangen van vele kleine giften. Samengevat in enkele uitspraken van medebroeders vanuit Indonesië: ‘In Pater van der Drift vind ik twee eigenschappen verenigd die hem tot een bijzondere mens maken: In de omgang met geld is hij ‘zakelijk’, in de omgang met mensen ‘menselijk’. Hij ontving mij altijd met een lichte glimlach en stralende ogen’. ‘Minutieuze zorg voor de ‘kleintjes’, bezorgdheid dat onze jonge provincie zich niet zou overtillen aan dure projecten, dat was kenmerkend voor zijn visie’. ‘Je kunt open en eerlijk praten en hij is een goede luisteraar. Bij elk afscheid was de vriendschap gestegen en intiemer geworden’.

In 1988 viel het beleidsbesluit om de Missieprocuur/Claverbond over te brengen naar de Amaliastraat in Den Haag. De activiteiten konden alleen in afgeslankte vorm veiliggesteld kunnen worden indien daarbij de medewerking van lekenkrachten verkregen werd. Een aantal jaren later ging de Indonesische Provincie zelf voor een aantal taken zorg dragen, terwijl ook het aantal missionarissen vanuit de Nederlandse Provincie duidelijk kleiner werd. Overblijvende taken werden ondergebracht bij het economaat in Den Haag zodat de leiding van de provincie in Nederland zorg en aandacht daaraan kon geven, verankerd in een kleine structuur.

Voor de belangrijke diensten, die Leo in de langdurige vervulling van zijn taak heeft bewezen aan de Indonesische en Nederlandse Provincies, werden jegens hem uitdrukkelijke woorden van grote waardering en dank uitgesproken. Ondanks zijn aanvankelijk probleem bij het aanvaarden ervan heeft Leo mogen ervaren hoe Gods genade zich vertaalde in zijn nuchtere en hartelijke benadering ervan.

Dat is hem bijgebleven ook gedurende het laatste deel van zijn leven, toen de rust weerkeerde die hem eigen was. Leven in stilte en teruggetrokkenheid. Doen waarin hij zin heeft, veel lezen. Tijd voor gebed. Een aantal jaren was hij overste van de communauteit, huiseconoom, bibliothecaris, beheerder van ’t Eiland in Hoogmade. Hij beëindigde zijn taak als bestuurslid van de Stichting Sint Claverbond. Maar ook: verlies door de dood van familieleden. Vanaf 2000 diverse gezondheidsklachten die uiteindelijk in 2004 verhuizing naar het Berchmanianum noodzakelijk maakten. Daar kwam zijn welbestede leven tot een einde in het begin van 2010.

Leo was onder ons een uitstekende, goede en betrouwbare dienaar; in het kleine ben je trouw en betrouwbaar geweest, over veel zal de Heer je aanstellen. We geloven dat hij nu deelt in de vreugde van de Eeuwige.


IHS > gezellen van Jezus > In memoriam