Jos (Joop) Gadiot
1908 2011
Wanneer Pater Jos Gadiot, - Joseph Paul Antoine Marie waren in ’t Frans zijn doop-namen -, als honderdjarige aan zijn veel jongere medebroeder Joop van Banning zijn levensgeschiedenis vertelt, verwijst hij tenslotte naar de figuur van Simeon uit het begin van het Lukas-evangelie: ‘dan spreekt mij in deze ‘man op jaren’ geweldig aan zijn vermogen, om te zien wat de werkelijkheid is, terwijl een ander helemaal niet ziet wat er aan de hand is. … Soms lees ik een hele maand niets anders dan alleen mijn brevier en de krant. Het is een mysterie, dat je door iets aangesproken wordt. Je voelt je dan direct daarbij betrokken. Dat is wat anders dan of je goed kunt rekenen of juist niet’. In deze woorden van ‘belegen wijsheid’ tekent Jos, - voor zijn familie ‘Joop’ -, op welke grondhouding zijn lange leven, als mens, als priester en Jezuïet, heeft gerust: een krachtig katholiek geloven waarover hij vanuit zijn familietraditie mocht putten, en een openheid naar mensen die hij tegenkwam, met name ook naar hen, die bijzondere persoonlijke aandacht nodig hadden. Zijn leven lang was hij een scherpe observator die zaken graag ook op afstand wilde bekijken. Hij hoopte dan op een onderling gesprek omtrent de betekenis van wat hij waarnam. Via afstamming was deze Maastrichtenaar van geboorte geworteld in de beschaving en cultuur van Zuid-Nederland en, - eerder zelfs -, vanuit het Zuiden van Frankrijk.
Naast de ouders omvatte het gezin Gadiot-Marres als oudste een meisje, en daaronder de jongens Joop en Jules. De laatstgenoemde werd directeur van de ENCI. Vader was rechter te Maastricht, tevens technisch ingesteld, niet streng, maar wel met een sterk sociale intuïtie. Van hem heeft Joop een enorm gevoel voor rechtvaardigheid overgenomen. Jos liet zijn leven lang horen veel respect voor hem te hebben. Na de lagere school zat Jos gedurende zeven jaar op het internaat van Canisius in Nijmegen, en haalde er gymnasium B (1927). ‘Dan leer je ook exacte vakken, die ik voor de toekomst heel belangrijk vond’. Intussen verhuisde het gezin vanuit de Brusselsestraat naar een villa aan de Hubertuslaan. In dat ‘nieuwe ouderlijke’ huis heeft Jos zich nooit helemaal ‘thuis’ gevoeld. Datzelfde jaar trad hij binnen in de orde en doorliep hij een lange opleiding. Een onderdeel ervan was een onvoltooide studie scheikunde welke hij opgedragen had gekregen. Zijn studie liep nagenoeg ten einde op de theologie in Maastricht toen hij daar tot priester werd gewijd in de kerk aan de Tongersestraat (1939).
Hierna volgden twee perioden van ‘basis-zielzorg’: te Amsterdam (1942-1947) in de Residentie van de Rozengracht; en, meer ‘gericht’, in Rotterdam, vanuit de Residentie aan de Eendrachtsweg (1949-1958). Amsterdam omvatte de jaren onder de oorlog en onmiddellijk daarna, met alles wat dat toen met zich meebracht: kapelaan, predikant, catecheet, directeur van allerlei congregaties, zorg voor talloze ‘verenigingen’. In Rotterdam lag de nadruk op het geven van godsdienstlessen, op een taak als bedrijfsaalmoezenier, waar toen nog niet veel van terecht kwam, maar met name op de taak als moderator van de R.K. Studentenvereniging St Laurentius, terwijl hij tevens minister en huisconsultor was. Maar naar eigen zeggen ‘hebben mijn ervaringen van de interne verhoudingen binnen de orde vaak niet positief op mij ingewerkt. Je werd benoemd zonder dat er ook gesproken werd over een benodigde opleiding. De genade van staat, zo leek het, kreeg je vanzelf. Vreemd vond ik ook dat vooral de pastoor over alles beslissingen nam. Parochianen hadden zodoende bijna uitsluitend contacten met hèm’.
Jos Gadiot heeft gedurende dat lange leven een geweldig geheugen mogen behouden. Tot op hoge leeftijd nam hij met een kritische blik veel dingen waar, zelfs toen zijn gehoor en visuele waarneming minder werden. Ook toonde hij vaak een uitgesproken gevoel voor humor, en blijkt hij niet aan veel dingen gehecht te zijn geweest. Zijn familie waardeerde hem bijzonder om zijn vrolijkheid. Zijn interesse onder mensen ging naar iedereen uit. Hij was geen partijganger. Mensen vonden hem authentiek. Hij liet zich niet gauw beïnvloeden.
Gedurende geheel zijn leven speelde muziek een grote rol. Bij het bespelen van zijn cello kwam voor hem de diepere dimensie van het leven tot uitdrukking. Voor hem was samen muziek maken ook een middel om zinvolle contacten met anderen te hebben. Tot op hoge leeftijd heeft hij nog cello kunnen spelen.
De meest indringende taak die hij opgedragen kreeg hing samen met zijn benoeming in de St. Jozef Residentie aan de Radesingel in Groningen: aalmoezenier-zijn in het Huis van Bewaring en in de Gevangenis / Rijksasiel Dr. van Mesdag, en moderator van de R.K.Reclassering aldaar (1958-1973). ‘Een ingewikkeld wereldje, die gevangenis’, liet hij wel eens horen. In feite werkte het als een soort voortzetting van de ervaringen, opgedaan als aalmoezenier van het kamp Vught voor geïnterneerden en gedetineerden vlak na de bevrijding (1947-1949). Daar had hij toen ook met succes gewerkt. Hij hield er een aantal langdurige contacten met mensen aan over. ‘Een gevangenis is eigenlijk een tehuis voor relatie-gestoorde mensen. Als priester stel je je dan de vraag: hoe verkondig je hier de menswording van Christus. Het antwoord is niet moeilijk: menswording beoogt juist dat, waarin wij het zwakste zijn’. Jos heeft zich heel goed thuis kunnen voelen in Groningen. ‘Wanneer je eenmaal het hart van de Groningers gewonnen hebt (en dat kon hij!) dan gaan ze voor je door het vuur’. Hij heeft daar apostolisch heel vruchtbaar kunnen werken. Hij kreeg zodoende eenzelfde ervaring als de Limburgers, wonend rond Roermond, Venlo, en noordelijker, die in 1945 door de Duitsers naar Noorden des lands werden getransporteerd, en daar werden ingekwartierd bij Groningers.
Eenmaal 65 jaar geworden, en vanuit zijn laatste aanstelling ‘op pensioen’, keerde Jos Gadiot terug naar het Limburgse diocees, alwaar relaties groeiden met de clergé uit het bisdom Roermond, mede via contacten met Mijnheer H. A. J. A. Verheggen, een Limburgse priester met een nationale taak voor het gevangeniswezen in Den Haag. Als gepensioneerde is hij eerst geestelijk verzorger geweest in Roer-mond, daarna als pastor werkzaam in het verzorgingshuis ‘Petrusberg’ te Sint Odiliënberg. In die periode (1974-1999) woonde hij eerst bij de Zusters van de Retraite aan de Kappellerlaan, vervolgens in een flat voor bejaarde priesters bij het Bisschoppelijk College, beide te Roermond, en tenslotte, tezamen met drie priesters in een tehuis te St. Odiliënberg. In juni 1999 wordt zijn woning het Berchmanianum, het Jezuïetenhuis voor bejaarden te Nijmegen. Daar roept de Heer hem in 2011 tot zich, die hij met verstand en hart gedurende 103 jaar heeft mogen dienen. Pater Jos (Joop) Gadiot is onder ons feitelijk een rechtvaardige en tegelijk vrome mens geweest.