Een briefje van Godfried Bomans
aan Pieter Spooren sj

Op 31 januari 1963 overleed plotseling in een Amsterdams ziekenhuis pater Jan van Heugten, in 1890 geboren in het Brabantse Asten. Vanaf 1929 tot 1956 is hij de legendarische moderator van de katholieke studentenvereniging Sanctus Thomas Aquinas geweest, een pastorale taak die hij pratend, denkend, maar vooral luisterend vervulde naast zijn letterkundige werkzaamheden als hoofdredacteur van Boekenschouw, een tijdschrift dat boekrecensies publiceerde.

Onder de vele studenten met wie hij in de loop der jaren contact onderhield bevond zich de populaire Nederlandse publicist en causeur Godfried Bomans (1913-1971). Elf dagen na het overlijden van Van Heugten schreef deze in De Volkskrant een column over de door hem geadoreerde jezuïet onder de titel De studentenpater, later verschenen in zijn bundel Beminde gelovigen. Daarin zijn onder meer de volgende passages te lezen: ‘Men kwam op een eigenaardige manier bij hem binnen. Nadat men aan de pastorie van de Krijtberg gebeld had, ging de deur vanzelf open en trad men in een kale ruimte, waar het naar wierook, sigaren en de spruitjes van de vorige avond rook. Hier bevond zich een luikje en daarin verscheen het hoofd van een broeder. Deze broeder rook altijd naar bloemkool, onverschillig wat er die dag gegeten was. Hij taxeerde u met een korte blik en zei dan: “Pater Van Heugten zeker?”

Bomans weidde vervolgens op aansprekende wijze uitvoerig uit over de pastorale aanpak van Pater Van Heugten, en eindigt met de volgende alinea: “Zulke mensen zijn zeldzaam. Wat zij wekken is een gevoel van eigenwaarde en het is hier, dat het apostolaat van deze man gelegen heeft. Hij zei weinig, maar hij sprak des te meer. Men keek in een spiegel en zag zichzelf weerkaatst in een omvang, die zowel groot als bereikbaar was.”

Vijf dagen nadat zijn column verschenen was, schreef Bomans vanuit zijn woonhuis in Bloemendaal een briefje aan de Nederlandse broeder Pieter Spooren (1926-1996), waarin flarden van deze impressie doorklinken. Hoe het contact tussen beiden tot stand gekomen is, weet ik niet, maar vermoedelijk heeft Spooren aan Bomans gevraagd naar de identiteit van broeder portier. Het typische briefje is te aardig om onbekend in het archief verborgen te blijven liggen. Het luidt als volgt: “Geachte Broeder Spooren, Ik kwam bij Pater v. H. in de jaren 1933-1937. U kunt hieruit afleiden, hoe de Broeder heet, want ik weet zijn naam niet. Misschien leeft hij niet meer, en is hij van de geur van bloemkool tot de geur van heiligheid overgegaan. U toewensend, dat U in deze speurtocht uw spooren verdienen zult, verblijf ik, met vriendelijke groeten, Godfried Bomans.”

Afgaande op de catalogi van de Nederlandse Provincie betreft het broeder Maarten Melis (Elshout 1878-Den Haag 1949), die zijn taak van portier wist te combineren met allerlei andere taken in huis, een waar factotum, zoals er velen geweest zijn.

Paul Begheyn s.j.

Godfried Bomans aan Pieter Spooren sj >>

Geschiedenis van het archief >>
Handelingen van de Hollandse Zending >>
Versjes en vegen uit de pan >>
TYPEN en STEREOTIEPEN >>
Een onbekende brief van Ignatius >>
Jan Toorop en de jezuïeten >>
Broeder Pieter Schooneman, de laatste Hollandse missionaris in Peru >>
Vriendschap met Jezus >>
Het notitieboekje van Antoon van Lommel >>
Het ‘Boelen-boek’ >>
Jezuïetentoneel in Nederland vóór 1773 >>