Het ‘Boelen-boek’

Iedere Nederlandse jezuïet kent de term ‘Boelen-boek’, maar weinigen weten daarvan de herkomst. De titel als zodanig komt op geen enkele uitgave voor, maar is een hommage aan de man die in 1916 anoniem een fraai in zwart en rood gedrukt album uitgaf onder de titel De Nederlandsche Provincie der Sociëteit van Jezus.

De aanleiding voor deze uitgave is onbekend, maar hiermee kreeg de Nederlandse Provincie een voorbeeldig naslagwerk in huis. Het bevatte vijf afdelingen en een Bijvoegsel: De Hollandsche Missie; De Nederlandsche Vice-Provincie; De Nederlandsche Provincie; Alphabetische naamlijst; Varia. Die laatste afdeling bevat diverse lijsten en overzichten: Generaals; Provinciaals en Socii; Consultoren der Provincie; Novicen-meesters en Socii; Provinciale Congregaties; Superioren aller Huizen; Leeraren; Wie in andere Provincies studiën deden; Wie in andere Provincies werkzaam waren of zijn; Wie, uit andere Provincies, werkzaam waren of zijn in de Onze; Wie vertrokken zijn naar de Ned. O.-I. Missie; Staties der Nederl. O-I. Missie; Het 3de Proefjaar; Jubilarissen; Overzicht; Merkwaardige Datums. In een Bijvoegsel volgen nòg twee overzichten: Nederlanders ingetreden in het Buitenland; De “Eerbiedwaardigen” en de “Dienaren Gods” S.J.

Omstreeks 1938 verscheen een herdruk in een ringband, in gestencilde vorm, waarin de verschillende afdelingen telkens voorafgegaan worden door een tabblad van dikker papier. Nieuw zijn een overzicht van de ‘Groei der Sociëteit en der Nederlandsche Provincie’, en meer gedetailleerde lijsten betreffende de missie in Nederlandsch-Oost-Indië . De redactie, die in Mariëndaal zetelde, merkte in het voorbericht op: “Vele rubrieken uit het oude ‘Boelen’-boek blijven dus hun waarde behouden. Men houde het derhalve in eere naast dit boek.” Een derde druk verscheen in 1966, eveneens in gestencilde vorm en ringband, technisch verzorgd door Pieter Spooren (1926-1996), en lange tijd bijgehouden door de in 1961 uit Indonesia teruggekeerde Kees van der Deijl (1898-1975). Hierin worden alleen de leden van de Provincie met hun belangrijkste data vermeld. De vierde druk, op de computer vervaardigd, verscheen in 2000 bij gelegenheid van het 150-jarig bestaan van de Nederlandse Provincie. Samenstellers daarvan waren Mientje Nillesen-van Druten en Chris Swüste, beiden destijds verbonden aan het kantoor van het Apostolaat van het Gebed in Nijmegen. Op 238 bladzijden worden in totaal 2576 Nederlandse jezuïeten vermeld.

Terug naar de naamgever van deze vier boeken: de Haagse jezuïet Jos Boelen (1840-1918), die drie broers in de Sociëteit had: Karel (1841-1889), Piet (1844-1927) en Ignatius (1849-1871). Jos, de oudste van de vier, was na studies in Culemborg, in 1859 ingetreden in Ravenstein, en had zijn reguliere opleiding gedaan in Vals (Frankrijk), Ravenstein, Culemborg en Maastricht, en tertiaat gevolgd in Drongen. Na zijn priesterwijding in 1873 was hij achtereenvolgens leraar te Culemborg (1875-1906), schrijver van Vondelstudies te Oudenbosch (1906-1908), schrijver in de Krijtberg (1908-1912) en het Ignatiuscollege (1912-1918) te Amsterdam, waar hij overleed.

Het eerste Boelen-boek heeft de secuur werkende pater Jos Boelen dus samengesteld in het Amsterdamse college, toen hij 76 jaar oud was.

Bij gelegenheid van zijn gouden jubileum als jezuïet in 1909 boden de Fratres (broers of medebroeders?) hem een fraai gecalligrafeerd huldeblijk aan, waarin de hebbelijkheden van de jubilaris op een geestige manier aan het licht worden gebracht. Het tweede couplet van deze Boelen-cantate, te zingen op de wijze van ‘In naam van Oranje’, en gekalligrafeerd op rood papier, luidt als volgt:

O neus van mijn feestling, wat zijt g’onverwrikt,

Wat staat gij manhaftig en pal!

Al hebt gij ook ladingen snuif opgeslikt,

Nooit komt zulk een vesting ten val.

Steeds wapperde ’t dundoek zoo rood en zoo blij

Alreê vijftig jaar zoo getrouw aan uw zij!

O krachtig symbool van victorie en plicht

Blijf sieren dat heldengedicht.

Toen ik onlangs in het Berchmanianum met Toon Bleker, op de vooravond van zijn 91e verjaardag, sprak over pater Boelen, diepte hij ogenblikkelijk uit zijn onuitputtelijke geheugen het volgende fragment uit een panlied op, waarin bezongen werd wat er zou gebeuren, als Jos Boelen de hemel binnengaat:

Alle eng’len aan het joelen,

klimmen juichend op hun stoelen:

‘Vondel, Vondel, daar is Boelen!’

Paul Begheyn s.j.

Jezuïetentoneel in Nederland vóór 1773 >>
Jezuïeten en postzegels >>
Geschiedenis van een misverstand >>
11 aandachtspunten >>
De enige vrouwelijke jezuïet >>
The ultimate blog of jesuit humor >>
Vondsten in ons Nederlands archief >>
You tube en de jezuïeten >>
Hoeveel jezuïeten zijn er alles samen reeds geweest >>
Jezuïetenmoppen >>