Jezuïetentoneel in Nederland vóór 1773

Op 24 juni 2008 heeft Goran Proot in de promotiezaal van het voormalige klooster van de grauwzusters te Antwerpen zijn proefschrift voorgelegd tot het behalen van de graad van doctor in de taal- en letterkunde aan de Universiteit aldaar. De plechtigheid verschilde nogal van wat ik in Nederland gewend was. De promovendus stond in een wit open overhemd vriendelijk twee uur lang zijn promotores te woord, nadat hij helder het onderwerp van zijn onderzoek had uiteengezet: Het schooltoneel van de jezuïeten in de Provincia Flandro-Belgica tijdens het ancien régime (1575-1773). Drie jezuïeten gaven acte de présence: Nicolas Standaert (BSE), Maurice Pilette (BML) en ik. Het proefschrift, waarvan nog geen handelseditie beschikbaar is, telt in de voorlopige uitgave 472 bladzijden en een CD-ROM met een inventaris van alle teruggevonden toneelstukken, die in de negentien colleges van de Vlaams-Belgische Provincie in de ‘oude Sociëteit’ werden opgevoerd. Proot heeft berekend dat er in de hele Provincie tussen de 12.000 en 15.000 stukken zijn opgevoerd op de colleges van de jezuïeten. Van de programma’s van deze ‘spektakels’ is slechts een fractie teruggevonden.

Na een inleiding over de jezuïeten in de Nederlanden en hun onderwijs tot aan de opheffing van de Orde in 1773, beschrijft de auteur de voorschriften over het schooltoneel, zoals die van hogerhand waren voorgeschreven. Hij komt daarbij te spreken over de inhoud van de stukken, de taal en de praktijk van de opvoering (waarbij ook sprake is van muziek, dans en balletten), en het publiek dat daarbij aanwezig was. Vervolgens gaat hij in op de typografische vormgeving van de programma’s en informatie die deze geven, onder meer over acteurs. Het meest indrukwekkende deel van deze dissertatie is de presentatie van het ‘corpus’ van de stukken, die in de colleges werden opgevoerd. Daarbij vormen bewaard gebleven programma’s en vermeldingen in primaire bronnen (b.v. jaarbrieven van de jezuïeten) en secundaire literatuur de basis.

Van de vier Nederlandse colleges presenteert hij de volgende gegevens: Breda (5 stukken), ’s-Hertogenbosch (25 stukken), Maastricht (41 stukken), en Roermond (37 stukken). Het grote verschil in aantallen tussen deze onderwijsinstellingen is voornamelijk een gevolg van de kortere of langere bestaansperiode van deze colleges op Nederlands grondgebied: Maastricht (1574-1773), ’s-Hertogenbosch (1610-1629), Roermond (1611-1773) en Breda (1625-1637). Van de vijf stukken, opgevoerd door het college van Breda, is geen enkel exemplaar teruggevonden; van de Maastrichtse stukken zijn er van 32 van de in totaal 41 stukken geen exemplaren bewaard gebleven; van de Roermondse stukken wist hij 21 van de 37 exemplaren op te sporen, terwijl van de Bossche stukken alle programma’s verloren zijn gegaan.

Van de 108 toneelstukken, opgevoerd op de vier Nederlandse colleges, zijn er 31 programma’s teruggevonden in acht collecties: Antwerpen, Stadsbibliotheek (1), Antwerpen, Universiteit (4), Brussel, Koninklijke Bibliotheek (4), Heverlee, Jezuïeten (4), Kortrijk, Stadsbibliotheek (13), München, Bayerische Staatsbibliothek (1), Münster, Universitätsbibliothek (1), Parijs, Bibliothèque Nationale (3). Opnieuw is hier de boekhistorische wet van toepassing: ‘Hoe meer exemplaren er waren, des te minder er zijn.’

Maar het Provinciearchief in Nijmegen blijkt aanvullingen te kunnen bieden op dit voortreffelijke standaardwerk over jezuïetentoneel in de Nederlanden. Na de wijding van de door broeder Pieter Huyssens ontworpen nieuwe kerk van het college van Maastricht op zondag 27 juli 1614 (de tiende zondag na Pinksteren) voerden respectievelijk de poesis en de retorica op de middagen van 28 en 29 juli een toneelstuk op onder de titel Le triomphe de l’Arche d’Alliance [De triomf van de ark van het verbond], waarvan de stof ontleend is aan de eerste zeven hoofdstukken van het eerste boek der Koningen. De wijding geschiedde door de hulpbisschop van Luik, Andreas Stregnart, die ook de Amandus-kapel jaren tevoren ingewijd had. De mis werd opgedragen door rector Jacob van Dijck, omdat de tachtigjarige bisschop reeds oververmoeid was van de plechtigheid van de kerkwijding. Alle geestelijken van de Sint Servaas en de Slevrouwe waren met de voornaamste burgers der stad daarbij aanwezig. In ons archief bevindt zich het enig bekende exemplaar van het programma. Daarop staat niet vermeld waar het werd gedrukt. Maar omdat Maastricht tussen 1601 en 1661 geen drukker binnen de stadswallen huisde, ligt het voor de hand dat het programma door Jan Ouwercx te Luik gedrukt werd, zoals een jaar later ook het geval was.

In een dossier met handschriften, afkomstig van het Maastrichtse college, bevinden zich ook enkele toneelstukken in manuscript. Het stuk Pamphilus uit 1761 wordt weliswaar bij Proot vermeld, maar zonder dat hij de titel of de inhoud ervan kende. Het toneelstuk, opgedragen aan de magistraat van de stad, werd opgevoerd in de zaal van de sodaliteit, gedurende drie achtereenvolgende dagen aan het eind van het schooljaar, vanaf twee uur ’s middags tot aan de avond. De eerste dag was de voorstelling uitsluitend voor de vrouwen bedoeld, de tweede dag voor de mannen, en de derde opvoering was voor de magistraat. Na de laatste voorstelling hield de rector een Latijnse redevoering en verdeelde samen met de leraren van de vijf klassen de prijzen onder het toeziend oog van de magistraat.

Andere handgeschreven toneelstukken in het Maastrichtse dossier zijn de Latijnse stukken Apoduiscus, Parthenophilus en Caroli Lotharingiae ducis gloriosa mors, en een Nederlands stuk zonder titel met uitsluitend vrouwenrollen. Bij geen van deze stukken staat het jaar van opvoering vermeld. Hetzelfde geldt voor een toneelstuk zonder titel, waarin als rollen onder anderen worden genoemd: Simo, Demipho en Davus. Tenslotte is er een Latijnse samenspraak van Sint Jozef met figuristae, wellicht een fragment is van een onbekend toneelstuk, dat mogelijk geschreven werd in het college van Maastricht.

Goran Proot verdient een plaats te midden van toonaangevende auteurs, die geschreven hebben over de geschiedenis van de jezuïeten in de Nederlanden.

Paul Begheyn s.j.

De redding van broeder Alfonsus >>
Jezuïetentoneel in Nederland vóór 1773 >>
Jezuïeten en postzegels >>
Geschiedenis van een misverstand >>
11 aandachtspunten >>
De enige vrouwelijke jezuïet >>
The ultimate blog of jesuit humor >>
Vondsten in ons Nederlands archief >>
You tube en de jezuïeten >>
Hoeveel jezuïeten zijn er alles samen reeds geweest >>
Jezuïetenmoppen >>