Een leven dus met veel voldoening en een schat aan bezittingen, materieel en immaterieel.
Echter dat gevoel, dat verlangen naar iets werd te sterk om te negeren, werd een onrust die irriteerde. In gesprekken met vrienden, door begeleiding en gebed werd duidelijk wat mijn roeping was, wat de stem van God zei, wat het was dat God voor mij wilde: een leven in verbondenheid met Hem. En niet door opnieuw te beginnen, niet door weg te gooien of te verontachtzamen wat is geweest, maar daar net op voort te bouwen: ten diepste ervaar ik dat verlangen Jezus heel tastbaar naar anderen toe te brengen - als priester - en dat met anderen, waar en wanneer dan ook - als Jezuïet - te doen.
De ervaringen binnen het noviciaat, in gebed, gemeenschapsleven en zeer divers werk, hebben dit, met vallen en opstaan, steeds duidelijker gemaakt en bevestigd. Wat ik wil, wat ik verlang, is met die Jezus meegaan naar de ander, om te vertellen, te begeleiden, de ander dat te geven wat ikzelf ook ontvangen heb: het antwoord op de vraag wat God van en voor mij wil.
<< terug