Dat veranderde toen ik die zomer deelnam aan de pelgrimstocht van Loyola naar Javier, jaarlijks georganiseerd door de Vlaamse provincie. Ik wist op voorhand dat het niet bij een vrijblijvende, sportieve wandeling zou blijven, want er zou gedeeld worden over leven en geloof. De tocht kwam op het juiste moment: ik was op zoek naar een manier om God terug een plaats te geven in mijn leven, terwijl ik Hem enkele jaren tevoren nog, behoorlijk bewust, en zelfs fervent, had afgewezen. De inleidingen tijdens de tocht lieten me kennismaken met de figuur van Ignatius, en met hem een andere, voor mij totaal nieuwe, manier om God te leren ervaren: een Persoon en een diepe, rijke Aanwezigheid in Jezus. De Bijbel ging voor mij in die tijd helemaal open.
“Walter, je doet ermee wat je wil, maar ik denk dat je een goed jezuïet zou zijn”. Aanvankelijk stuitte die opmerking van een van de begeleiders bij me op een gezonde dosis wantrouwen, maar ik had dit kleine zetje nodig om me op weg te zetten voor een rusteloze zoektocht van anderhalf jaar naar wat misschien wel een roeping kon zijn. De argumenten contra waren zo overtuigend: “Je bent te oud…niet slim genoeg…wat denk je dat het religieuze leven nog gaat betekenen over twintig jaar…ben je niet op de vlucht voor het “ware” leven…je hebt nu een prachtige job als leerkracht, waarom zou je dat allemaal opgeven…de prijs is te hoog.” Ik moest dat punt van innerlijke vrijheid nog bereiken, om verantwoordelijkheid op te nemen voor wat ik écht wilde, en dus God met mij.
Ik heb gekozen. Waarom dan deze weg? Er is de breedte van het engagement -sociaal, intellectueel apostolaat, de jeugd, dialoog tussen religies en confessies-, excellente vorming, de internationale dimensie van de Sociëteit van Jezus… Maar zelfs die aantrekkelijke overwegingen vallen in het niet, als je ze tegenover een verlangen naar God plaatst, en dat je het gevoel hebt met dit leven misschien iets van die God te kunnen vinden. Je gooit je in zijn handen, en laat je voeren: Hij weet wel waar het heen gaat.
<< terug