Eén gevoel komt hierbij het sterkst naar boven, namelijk het gevoel van dankbaarheid. Dankbaarheid naar God, de mensen en de dingen die me in het leven omringen. In dit leven moet ik me niet bewijzen, noch hoef ik mijn grenzen te overschrijden. Ik mag als mens voor God zijn, diegene die ik “nu” ben. Mensen uit mijn familie- en kennissenkring, anderen die slechts heel even mijn levenspad hebben gekruist of zij met wie ik samenleef en -werk laten me dit tot op vandaag ervaren. Door zo trouw te blijven aan mezelf en aan mijn “levensgeschiedenis” krijgt mijn leven als jezuïet meer en meer diepgang.
Maar hiermee is mijn levensverhaal uiteraard niet af, telkens opnieuw zal ik het moeten leren onderschrijven en af en toe is dat niet zo gemakkelijk. Je botst wel vaker op het één of ander dat je liever anders gezien had. Maar door mezelf te situeren ten opzichte van God, de mensen en de dingen die me gegeven zijn leer ik, om het met de woorden van Johannes te omschrijven, de waarheid beter kennen en deze waarheid zal me steeds meer tot een vrij mens maken.(Joh 8,32)”
Leo De Weerdt sj
Derde jaar in Frankrijk