Klinkt deze openingszin van de Geestelijke Oefeningen niet heerlijk provocerend? Bezit ze in haar haast juridische droogheid niet de kracht om iemand recht te doen veren, misschien niet direct uitbundig maar eerder opstandig, meer eigen aan onze tijd? Als “openingszin” is ze bedoeld om wakker te schudden, te doen op-staan en open-staan. Ook al zou de zestiende-eeuwse ‘letter’ opstandig kunnen maken, laten we het kind niet met het badwater weggooien en de spirit van deze tekst even proeven.
En toen kwam ik dat beeldje tegen. Een prachtbeeld, waar ik “u” zou tegen willen zeggen. Soms heb je dat met kunst, dat niet jij maar een kunstwerk je letterlijk voor de voeten loopt. Metaforisch kun je van een ontmoeting spreken, wanneer het kunstwerk zo´n effect op je heeft, dat je er méér mens door wordt. En dat merk je vlug, in je dagdagelijkse omgang met anderen. Kunst waar je “u” tegen kan zeggen sluit nooit op maar kan zó op je inwerken dat je bruist van “openingszin”.
(Scroll ook met de cursor over de verschillende delen van het beeld.)