In één nacht maakte Giacometti een slank, elegant en stevig beeldje van een staande mens. Een opvallend stevig staande mens. Geen opstandige, maar een zelfbewuste opstand. Een nederig beeld dat niet opvallend de aandacht zoekt om te kunnen bestaan. Een rustig beeld, geen dode vervelende rust maar een bewoonde, wervelende rust. De metafoor van de staande mens is een diep christelijk beeld: ontelbare genezingsverhalen uit de evangelies vermelden hoe Jezus mensen recht doet staan. Het zijn telkens verrijzenissen, uit de dodelijke toestand waar iemand zo gemakkelijk in verzeild geraakt. De mens is geschapen om op te staan, recht te staan. Niet kromgebogen, incurvatus in se, in zichzelf gekeerd, op zichzelf gekeerd. Nee: rechtop, met de blik op de horizon, zoals dit beeld. “De glorie van God is de staande mens” zei Ireneus, bisschop van Lyon, in de tweede eeuw. “God onze Heer loven”, in de taal van Ignatius, is rechtop staan met de blik op morgen, niet voorovergebogen over je zorgen.