Petrus Canisius (1521-1597)
|
-
GEROEPEN
-
Gij, Heer, licht van eeuwig licht, laat mij U mogen zien, oog in oog.
Laat mij ontdekken, wat de zin is van mijn roeping.
-
Leer mij, waartoe ik geroepen ben.
Help mij met uw genade en genegenheid, opdat ik mij met hart en ziel kan inzetten
-
voor het geluk en de heelheid van mijzelf en mijn medemensen.
Geef mij kracht, Heer, en richt mij op,
-
opdat ik mij volledig wijden kan aan wat vóór mij ligt,
-
want ik wil U volgen van zo nabij mogelijk.
Hoezeer zou ik willen dat mijn hart bezit was van U alleen,
-
die mijn rust, mijn leven en mijn redding zijt.
U alleen wil ik zoeken, U alleen liefhebben, met U innig verbonden zijn.
Wat zou ik buiten U verlangen?
Wat heeft alles voor zin als U er niet bent,
-
die als enige mijn ziel volkomen vervullen kunt?
Gij, licht van mij, roem van mij, wanneer zal ik U mogen zien?
Gij, mijn vrede, mijn rust, wanneer zal ik bij U zijn?
Gij, mijn troost, mijn hoop, mijn zekerheid, wanneer zal ik ontbonden worden
- en vrij U tegemoet vliegen om met de heiligen
U ten volle te kennen, lief te hebben en te prijzen?
Heer Jezus, ontferm U over mij.
Mijn schat, mijn alles, met heel mijn ziel vertrouw ik op U.
|
|