Leonardus Lessius (1554-1623)
|
Verlangen naar God
- Indien Gij, Heer, zó goed zijt als ik slecht ben,
- waarom bemin ik Uw goedheid dan niet méér?
- Waarom bemin ik dan een druppel
- of maar een half druppeltje goedheid,
- namelijk een of ander schepsel,
- en bemin ik niet de oceaan van alle goed,
- namijk mijn Schepper?
- Nu, van nu af bemin ik U,
- o Goed boven alle goed,
- waarin ik mijn behagen heb gesteld:
- o ongeschapen Goedheid,
- o mijn God,
- die ik verlang te beminnen
- in altijddurende eeuwigheid.
|
|