Roberto Bellarmino sj

(1542-1621-)

Theoloog, Italië

Het juk van de Heer

O Heer,

Zoet en vriendelijk en vol barmhartigheid,

Wie zal U niet van ganser harte dienen,

Als hij ook maar enigszins begint te proeven

Hoe liefelijk uw vaderlijke heerschappij is?

Wat vraagt Gij, Heer, van uw dienaren?

Neemt mijn juk op, zegt Gij.

En hoe is uw juk?

Mijn juk, zegt Gij, is zoet

En mijn last is licht.

Wie zal niet met het grootste genoegen

Een juk willen dragen

Dat niet drukt maar koestert,

En een last die niet bezwaart maar verkwikt?

Terecht hebt Gij er dan ook aan toegevoegd:

En gij zult rust vinden voor uw zielen.

En wat is uw juk

Dat niet vermoeit, maar rust geeft?

Dat is dit eerste en hoogste gebod:

Bemin de Heer uw God met heel uw hart.

Wat immers is gemakkelijker,

Wat is zoeter en bekoorlijker,

Dan te houden van de goedheid en schoonheid en liefde.

Want dat alles zijt Gij,

Heer mijn God.