|
|
De alomvattendheid van God
- O mijn God,
- wat ben ik rijk, wanneer ik niets bezit dan U.
- Wat zie ik helder, wanneer ik niets zie dan U.
- Wat leef ik verstandig, wanneer ik niets ken dan U.
- Wat ben ik tevreden, wanneer ik niets smaak dan U.
- Ik zie alles, wanneer ik niets meer zie.
- Ik smaak alles , wanneer ik niets meer smaak.
- Ik hoor alles, wanneer ik niets meer hoor.
- Ik bezit alles, wanneer ik niets meer bezit.
- Ik ben alles, wanneer ik niets meer ben.
|
|
Tot de heilige Drieëenheid
- Wijsheid van mijn God, bestuur mij.
- Macht van mijn God, versterk mij.
- Goedheid van mijn God, vergeef mij.
- Geest van mijn God, verlevendig mij.
- Liefde van mijn God, ontvlam mij.
- Wil van mijn God, beschik over mij.
- Heiligheid van mijn God, heilig mij.
- Liefderijkheid van mijn God, troost mij.
- Majesteit van mijn God, vervul mij.
- Licht van mijn God, verlicht mij.
- Barmhartigheid van mijn God, red mij.
- Schoonheid van mijn God, onthecht mij.
- Zachtzinnigheid van mijn God, vermorzel mij.
- Vrede van mijn God, stort vrede in mij.
- rust van mijn God, verblijf in mij.
- Allerheiligste Drieëenheid, zegen mij
- in tijd en eeuwigheid.
- Amen.
|
|