Jos Van den Broeck (1922-2003)
|
-
Bloemlezing
-
-
-
-
-
- En leven en dood,
- wij dragen ze
- in dezelfde schoot.
-
- Belofte van graan,
- gezaaid en vergaan
- in de voren.
-
- Het losse meel
- is gemalen koren.
-
- Uw zwijgen
- kan nooit leegte zijn,
- ik zou versmachten.
- Het zal herfst
- en winter zijn,
- sterven aan mijzelf
- en vruchtbaar wachten,
- deemoedig wachten.
-
- Zijt gij dood in mijn hart,
- Gij God van levenden
- of overkomt Gij mij in de leegte
- van mijn onmacht
- en in de ontredderend-trage tijd
- die, als een sakrament,
- mijn hart ontruimt,
- verruimt,
- tot zuivere behoeftigheid
- aan U,
- mijn Heer en God in eeuwigheid.
-
- Een God die weerloos is,
- die deemoedig is.
- Een God van licht en duisternis
- van dood en van verrijzenis,
- die God en niemand anders is.
- Verwachting, God, mijn ergernis.
-
- De tocht naar het licht
- gaat over klaarten, gaat doorheen duister,
- een verlangen soms schuchter gefluisterd
- soms krachtig een morgenlied.
- De laatste strofe ken ik nog niet.
- Maar gekend is Uw Naam
- "Ik zal er zijn" is Uw Naam.
- Gij zult er altijd zijn, blijft Uw Naam,
- voor mij, voor alle leven.
- Zodat Uw Naam
- Hoop en verwachting mag zijn.
-
- Tussen vertwijfeling en hoop
- moet ik de dageraad bevrijden,
- en de verrijzenis belijden
- uit de nacht van pijn en dood,
- tussen vertwijfeling en hoop
- Uw liefde onderscheiden.
-
- Maak mij vrij
- voor het licht
- dat Gij sticht
- op dit feest.
- Uw aangezicht,
- is het mij
- ooit zo dicht
- geweest.
-
- Wat is gewoner
- dan wat brood
- voor uw vrienden gebroken
- met uw afscheidswoord ...
-
- Vér dragend gebaar
- vér over uw dood.
- Het voedt ons leven
- naar u gebroken
- voor ieder als brood.
-
- Vernacht bij ons.
- De avond valt -
- En breek Uw Woord
- van liefde als Brood.
- Ga nooit meer van ons voort.
-
- "Maar met dat al is het reeds
- de derde dag dat die dingen gebeurd zijn." (Lc 24, 13-35)
-
- Geen nutteloze nacht gaat verloren
- voor een mens die wacht en waakt,
- als zaad in de voren ontvankelijk naakt.
-
- Wij worden geboren-herboren een leven lang:
- met de pijn belofte te zijn,
- met de vreugde van de rijpende vrucht.
-
- De tergend-trage-tijd, onvervangbare levenskracht,
- werkt in zonder gerucht.
- En God is eeuwigheid.
-
- Zal ik zijn
- een vertwijfelde
- uit angst
- om te leven ...
- zal ik begeven
- op de rand
- waar het nieuwe begint...
- Gooi u
- verloren.
- De liefde
- wint.
-
- Beminnen
- is van binnen
- het vergrijzen
- de aftakeling
- de dood
- overwinnen
- en zijn leven
- draagkracht geven
- voor eeuwig,
- omdat Gij er zijt
- en altijd zult zijn.
- Gij wekt mijn hart.
- Wij zijn de hartslag
- van éénzelfde bestaan.
-
-
- Ik zoek het leven ...
-
- De korrelzware halmen wegen.
- Het graan belooft ons brood.
-
- Met voedsel kunnen wij niet voort.
- Ons hart heeft ook nog hogere nood.
-
-
- Dagelijks brood
- onvervalst water
- leven en dood
- brengen mij
- elke dag nader
- tot het heldere licht
- van Uw aangezicht.
-
-
- "Als ik kijk
- naar de sterren." (Psalm 8, 4)
-
- Hoger
- dan regenbogen
- en brozer
- dan rozen
- hangen er
- sterren
- over de nacht.
-
- Plots is er een
- die lacht
- van ver, zo ver, en
- maakt mij
- zacht.
-
- En ik wacht
-
- Er zijn nog geen voorbije jaren.
- Ik tel geen maanden, zelfs geen dagen.
- Er is alleen het innig nu
- waarin ik wil verwachting U
- in mij mag dragen.
-
- Geluk is een woord
- zonder adem
- tenzij
- Uw adem
- in mij
- leven verwoordt.
-
- Bij 'Sustained'
-
- Door Wie gedragen
- en in Welke hand!
- En Die mijn vragen
- ondervangt
- en wat mijn hart
- verlangt.
-
- Het is het groen, het water en de bomen
- die ons Gods liefde zingen,
- de vogels die er gaan en komen,
- waarvan wij luidop dromen.
- De mensen die mij en U omringen,
- het lief en leed, ons overkomen;
- het zijn de dagelijkse dingen.
-
- "Ik heb U gezien
- met eigen ogen
- Uw kracht en Uw licht."
-
- Het blijde licht
- dat aan U mij bindt
- in al mijn onvermogen,
- mijn zinnen verblindt,
- mij dwingt te zien
- vanuit mijn binnen.
- Met levende ogen
- wil ik U zien
- en U beminnen.
-
- psalm 84
-
- Onzeker gericht
- gaan mijn dagen.
- Soms
- ketst wat hoop
- een genster licht -
- in het dovende duister
- bijna niets.-
- En ik tast verder,
- in mijn hart
| |