Franciscus Xaverius (1506-1552)
|
-
Gebed tot Jezus
- O God, mijn God, ik houd zoveel van U!
- Maar ik bemin U niet opdat Gij mij zoudt redden;
- of om het eeuwig vuur waarmee Gij
- diegenen straft die niet van U houden.
- Gij hebt mij heel en al
- omhelsd aan het kruis,
- Gij hebt de nagels ondergaan,
- de lans, zoveel smaad,
- talloos lijden, en de dood.
- En dit alles omwille van mij
- en mijn zonden.
- Hoe zou ik U dan niet beminnen,
- o allerliefste Jezus?
- Niet opdat Gij mij in de hemel zoudt redden
- of opdat Gij mij niet voor eeuwig zou verdoemen;
- evenmin uit hoop op welke beloning dan ook;
- maar, zoals Gij van mij gehouden hebt,
- zo ook houd ik van U en zal ik van U blijven houden:
- alleen omdat Gij mijn Koning zijt
- en alleen omdat Gij God zijt.
|
|
Grootmoedigheid
- Heer, leer me de ware grootmoedigheid
- leer me U te dienen zoals Gij
- het graag hebt:
- te geven zonder te berekenen,
- te vechten zonder vrees voor wonden,
- te zwoegen zonder naar rust te verlangen,
- te werken zonder naar loon te vragen,
- altijd er op uit zijn Uw wil t doen.
|
|