Onderscheiden waar het op aankomt

Mark Rotsaert, s.j.
Zijn wij voldoende vrij om ons te laten bepalen door het Evangelie? Over die vrijheid gaat het immers. Groeien in vrijheid om des te beter te kunnen kiezen.
Een eerste stap in die groei zal zijn : ons bewust worden van wat ons nog allemaal onvrij maakt. En dat we nog onvrij zijn hoeft ons niet te beangstigen. Onze onvrijheden horen bij ons menszijn. Zo zijn er heel wat dingen in mijn leven, waarvoor ik niet verantwoordelijk ben, en die mij toch sterk bepalen : de cultuur waarin ik geboren ben, de familie waaruit ik voortkom, de studies die ik gedaan heb, enz … Ook zijn er een aantal ervaringen geweest, van kindsbeen af, die maken dat ik nu op bepaalde situaties zo of zo reageer : angstig, krampachtig, met opwinding, nonchalant, gelaten enz…. Allemaal dingen die maken dat ik ben wie ik ben.
De vraag is natuurlijk : hoe ga ik daarmee om? Hoe kan ik, met mijn onvrijheden, toch groeien in vrijheid, om beter te kunnen kiezen? Want misschien moeten wij nog vrij worden van onze eigen familie, van de denk- en leefpatronen die er heersen en waarmee we zijn opgegroeid. Niet omdat die familiale traditie noodzakelijk slecht zou zijn … Neen, maar we moeten er innerlijk vrij tegenover kunnen staan, en dan zelf zien of we in die familiegeest verder willen gaan of niet.
Vrij worden betekent ook : je niet afzetten tegen. Je zou eerder kunnen stellen dat je afzetten tegen (tegen om het even wat) vaak een vorm is van onvrijheid! Het is een teken dat je nog op een niet-verwerkte manier erdoor bepaald wordt. Vaak is het ook zo dat heel onze omgeving ons onvrij maakt : de collega’s op het werk, de kennissenkring, de buurt, het milieu waarin we leven … Hier ligt er een band met wat er breder op maatschappelijk vlak normerend is. En voor wie een weinig bewust christelijk wil leven, is het vlug duidelijk dat onze Westerse (consumptie-)maatschappij niet bepaald evangelisch is. Het “hebben” is er belangrijker dan het “zijn”, je moet je sociaal laten gelden (denk maar aan de zovele statussymbolen …); en als je te veel hebt en je hebt het zo dat je waardering afdwingt, dan ben je machtig, heb je macht over anderen.
Dat is zowat het “ideaal” van onze wereld, die daarmee alleen maar vaak heel vernuftig inspeelt op onze eigen behoeften en verlangens, op wezenlijke domeinen van ons menszijn : materie, minnen en macht. Het Evangelie spreekt in dit verband over “bekoringen” : de bekoring van hebzucht, eerzucht en heerszucht (zie bijvoorbeeld de drie bekoringen van Jezus in de woestijn, Mat. 4, 1-11).
Indien wij ons leven willen richten vanuit de boodschap van het Evangelie, dan zullen wij ook moeten leren ontdekken waar een aantal maatschappelijke patronen ons onvrij maken. Wellicht is niemand van ons vrij van zo’n maatschappelijke druk, en dikwijls doen we eraan mee zonder dat we daar eigenlijk voor gekozen hebben. Ook hier is een proces van bewustwording noodzakelijk. Ook hier moet er een stuk vrijheid groeien.
Maar vrij komen te staan tegenover je familie en tegenover je maatschappelijk milieu is tegelijk ook vrij komen te staan tegenover jezelf, want je bent een stuk van je familie, en je bent zelf ook een stukje van de maatschappij. En in dat proces van vrij worden tegenover jezelf is er een belangrijke stap die we niet mogen overslaan. Wil ik groeien in vrijheid, dan moet ik mij niet alleen bewust worden van wat mij nog onvrij maakt, ik moet mezelf ook leren aanvaarden. Mezelf aanvaarden zoals ik ben, met al mijn goede kanten en kwaliteiten, maar ook met mijn concreet gedetermineerd zijn, met mijn grenzen en beperktheid, met mijn onvrijheden. Misschien is een mens dan pas volwassen als hij zichzelf aanvaarden kan. Pas wanneer ik mezelf aanvaard heb is er echte groei mogelijk, pas dan kunnen de grenzen een beetje verlegd worden …
Dus mezelf aanvaarden om te kunnen groeien in innerlijke vrijheid.
Groeien naar innerlijke vrijheid toe, houdt in dat we leren afstand nemen van onze eigen oordelen en waardering, van onze eigen gevoelens en wensen. Maar “afstand nemen van” betekent nog niet “afstand doen van”. We moeten geen doen van eigen oordeel, van eigen voorkeur, van eigen wil. Wei zou dat kunnen? Maar we kunnen wel maken dat er ruimte komt voor andere oordelen en voorkeuren, we kunnen proberen niet vast te plakken aan eigen inzichten of goesting. We kunnen ons oefenen in loskomen, in afstand nemen van, in ruimte scheppen. Het betekent dat wij leren openkomen voor iets dat groter is dan onszelf, groter dan wij beide samen. Is er daartoe ruimte in ons leven? Zijn er momenten waarop wij samen kunnen danken voor wat ons gegeven is en wat wij niet zelf maken? Komen wij open voor het mysterie dat wij God noemen, wat wij niet kunnen grijpen of begrijpen maar dat ons grijpt en draagt? Zitten wij af en toe ook op die golflengte? Krijgt die dimensie van ons leven ook een kans?
Het is wel duidelijk : vrije mensen worden, is een opgave voor het leven. Maar tijdens een gelovig keuzeproces heb je er meer aandacht voor. Je probeert bewust te worden van de verschillende factoren die je beïnvloeden (familie, milieu, eigen inzichten en gevoelens), en je waakt erover dat ze in de beslissing niet de doorslag geven; die je van elders komen, vanuit je bezinnend omgaan met het Evangelie.
En of je nu groeit in innerlijke vrijheid of niet, kun je in zo’n keuzeproces vaak aan heet concrete reacties merken. Je wordt extra prikkelbaar tegenover de kinderen, of er treedt een zekere moedeloosheid op : we kunnen het ideaal toch niet aan. Of je vindt gewoon geen tijd voor stilte en bezinning. Of je gaat je feitelijk gedrag als norm hanteren in je kritiek op anderen. Of je raakt uit je evenwicht als je ziet hoe collega’s opgaan in (ijdele) prestaties. Of je neemt jezelf al te zeer au sérieux. Of je laat je opjagen door het werk. Het zijn teken van onvrijheid, waar je geleidelijk aan zelf moet achterkomen.
Vrije mensen worden, doe je niet in het luchtledige. Dat maken de zojuist aangehaalde voorbeelden wel duidelijk. Het gebeurt dag in dag uit, in het alledaagse leven. Vrij worden is dus geen oefening op zicht. Het heeft altijd te maken met ons concrete leven, hier en nu.
Als je op het spoor komt van een stukje onvrijheid bij jezelf, onthoudt dan de volgende tip : pak die onvrijheid niet te hardhandig aan. Het zou wel een energieverspilling kunnen zijn … Meestal moet je die onvrijheid niet rechtstreeks aanpakken. Het zou wel eens teken kunnen zijn dat je jezelf met die onvrijheid nog niet aanvaard hebt …
Kun je dan, moet je dan helemaal niets doe? Toch wel. Als je op het spoor komt van een stukje onvrijheid, dan moet je meestal niet tegen die onvrijheid vechten, dat is negatief en vaak weinig vruchtbaar. Probeer positief te werken. Werk aan positieve waarden, waarden die in de tegengestelde richting gaan als de richting waarin je onvrijheid je duwt.
Bijvoorbeeld : je merkt dat een bepaalde situatie op het werk je ergert en dat je reageert door je op te sluiten in jezelf. Wel, dan moet je proberen je te oefenen want vanzelf gaat het in zo’n situatie nu precies niet proberen je te oefenen in openheid, in het naar anderen toegaan, in het iets doen voor anderen, bv. In het gezin. De kunst zal hier zijn, kleine stappen te zetten. Want meestal heb je in zo’n situatie niet de moed om de grote stap te zetten. Een heel klein stapje zetten is zoveel belangrijker dan de grote stap niet zetten!
Een hulp om in vrijheid te groeien zal zijn dat je regelmatig omgaat met iemand die zelf echt vrij is. Dat is de bedoeling van het biddend omgaan met Christus in het evangelie.”