“Toch was er een verschil. Was hij namelijk met zijn gedachten bij dat van de wereld dan vond hij daar wel veel behagen in, maar liet hij het ten slotte vermoeid los dan voelde hij zich dor en ontevreden.
Bedacht hij daarentegen hoe het zou zijn om enkel plantaardig voedsel te eten en om ook al die overige gestrengheden te verrichten waarvan hij gezien had dat de heiligen die hadden gedaan, dan vond hij niet alleen troost zolang hij daar in gedachten mee bezig was, maar bleef hij ook tevreden en opgewekt nadat hij ze had losgelaten.”
“Maar hij schonk daar geen aandacht aan en kwam er niet toe dieper in te gaan op dat verschil, totdat hem op een keer de ogen een beetje opengingen en hij zich over dat onderscheid begon te verwonderen.
Toen begon hij erover na te denken en op grond van zijn ervaringen kwam hij tot het inzicht dat sommige gedachten hem in droefheid achterlieten, andere daarentegen in blijdschap.
Zo leerde hij beetje bij beetje de verschillende aard kennen van de geesten waardoor hij bewogen werd: de een van de duivel, de ander van God.”
Verhaal van de pelgrim, nr 8