In 1528 ging een groep van zeven studenten in Parijs zich “vrienden in de Heer” noemen. Onder de bezielende leiding van één van hen, Ignatius van Loyola, zou hieruit later de Sociëteit van Jezus groeien, de Orde die ruimer bekend staat als de “jezuïeten”.

Waarin ligt de betekenis van deze grote figuren uit de begingeschiedenis van deze Orde voor mensen aan het begin van het derde millennium? In dit boek willen verscheidene auteurs uit binnen- en buitenland rond deze vraag nadenken. Het is geen historisch boek geworden, maar wel een theologisch-spirituele reflectie rond de kerngedachten van de ignatiaanse spiritualiteit. Dit thema wordt benaderd vanuit drie grote invalshoeken : vriendschap, onderscheiding en zending. De eerste “vrienden in de Heer” leren ons een diepe spanning waarderen tussen persoonlijke geestelijke ervaring enerzijds en een zeer concrete, wereldwijde gemeenschapsopbouw anderzijds.

Zo wil dit boek voor de lezer een veelkleurige verkenning en verdieping betekenen van een spiritualiteit die springlevend blijft en ook vandaag een levenskrachtige uitdaging vormt voor vele christenen, jezuïeten én niet-jezuïeten.