Provinciale congregaties in Nederland en Vlaanderen,
Een stand van zaken
In januari 2008 komt in Rome de 35e Algemene Congregatie van de Sociëteit van Jezus bijeen, onder andere om een nieuwe Algemene Overste te kiezen. Ter voorbereiding vergaderden de Nederlandse en de Vlaamse Provincies, in Denekamp in november en in Drongen in december. De provinciaals beantwoordden enkele vragen.
Hoe staat de Nederlandse Provincie ervoor?
We hoeven er geen doekjes om te winden dat we een vergrijzende Provincie zijn. Het aantal leden bedraagt nog 130, maar de meesten daarvan zijn van de pensioengerechtigde leeftijd of ruim daaroverheen. Een derde deel van de Provincie woont op het Berchmanianum, ons bejaardenoord. Er zijn nog 25 leden van de Provincie onder de 65 jaar. Gelukkig gaan de meeste jezuïeten niet achter de geraniums zitten als ze 65 jaar geworden zijn. Wat de werken betreft hebben we nog twee parochies, de Molenstraat in Nijmegen en de Krijtberg in Amsterdam; er werken ook jezuïeten in andere parochies. In Amsterdam staat ook het Ignatius - huis, waar we trachten een brug te slaan naar de hedendaagse cultuur. Dat gebeurt door cursussen en lezingen. Dat gebeurt ook door mensen kennis te laten maken met de ignatiaanse spiritualiteit, die zo geschikt is voor de hedendaagse mens: God vinden in het dagelijks leven, midden in de wereld, je eigen weg vinden door te luisteren naar de stem van God in je hart. Ook in Delft, waar nog enige paters werken aan het Stanislascollege, wordt veel aandacht besteed aan de ignatiaanse spiritualiteit.
|
|
|
|
|
Wie is Adolfo Nicolás sj? >>
|
|
|
Toespraak Benedictus tot AC 35 >>
|
Brief Benedictus aan AC 35 >>
|
|
Adolfo Nicolás nieuwe Generaal >>
|
Verslag ontslag Kolvenbach >>
|
Samenstelling 35 ste AC >>
|
Constituties over verkiezing Generaal >>
|
Portret Generaal door Ignatius >>
|
Provinciale congregaties in Nederland en Vlaanderen >>
|
|
Bidden met AC 35 >>
|
|
Aan bijna alle seminaries is een jezuïet verbonden, de secretaris-generaal van de bisschoppen - conferentie is een jezuïet en er zijn een paar jezuïeten docent aan de pauselijke universiteit in Rome. De directeur van de Jesuit Refugees Service in Europa is ook een Nederlandse jezuïet. Gezien de leeftijd en het aantal jezuïeten wordt er dus nog aardig wat werk verzet. We hebben dit jaar ook een novice en er zijn nog drie scholastieken in opleiding. Het mag dan niet erg rooskleurig zijn, de boom leeft en bloeit en heeft zelfs nieuwe loten.
Wat gaat u vanuit de Provincie meenemen naar de Algemene Congregatie?
Gelet op het grote aantal jezuïeten dat werkt op het gebied van de spiritualiteit en retraites verzorgt, verwondert het niet dat de Provinciale Congregatie veel aandacht aan dit punt heeft besteed. Dat is dus een van de resultaten die meegenomen worden naar Rome. Een ander punt is de samenwerking met leken, ook op het gebied van het doorgeven van de ignatiaanse spiritualiteit. Dat speelt ook in andere landen en niet alleen in de landen waar het aantal jezuïeten terugloopt. Onze ervaringen in deze nemen we zeker mee naar Rome.
Jan Bentvelzen SJ
Provinciaal NER
Hoe staat de Vlaamse Provincie ervoor?
Als je naar de cijfers kijkt, vallen de veroudering en het geringe aantal jonge medebroeders op. Ga je echter na waar de Vlaamse jezuïeten allemaal mee bezig zijn, dan kom je onder de indruk van de enorme inzet. Wij zijn aanwezig in het geestelijk en pastoraal werk, de opvoeding, de sociale sector en het intellectueel onderzoek. In Drongen en andere plaatsen zijn nieuwe initiatieven gegroeid, waarbij liturgische vieringen aan christelijke vorming worden gekoppeld.
De missieprocuur onderhoudt talrijke banden met vooral Congo en India. Heel wat Vlaamse medebroeders zijn ingeschakeld in de internationale werking van de Sociëteit, als docent aan vormingshuizen in Rome en Parijs, als medewerker van de initiatieven van de Europese jezuïeten in Brussel, enz. Ook van een kleiner aantal actieve jezuïeten kan een behoorlijke uitstraling uitgaan, als zij in hun roeping gelukkig zijn en op de juiste plaats worden ingezet.
Wat gaat u vanuit de Provincie meenemen naar de Algemene Congregatie?
Onze zending in Vlaanderen wordt gelukkig voor een groot stuk meegedragen door competente en bezielde lekenmedewerkers. Daarom wensen wij dat er verder wordt nagedacht over de betekenis van het “ignatiaans apostolisch netwerk” waar al op de vorige Algemene Congregatie over gesproken is. Welke beleidsstructuren en vorming zijn er nodig, opdat een dergelijk apostolisch netwerk van jezuïeten én leken op een vruchtbare wijze kan functioneren? Daarbij moet de eigen roeping van de leek gerespecteerd worden, maar ook die van de jezuïet. Ons religieus leven volgens de weg van de drie geloften en de Constituties van de Sociëteit moet én voor onszelf én voor de Kerk en de maatschappij relevant zijn, anders zullen wij geen nieuwe leden aantrekken. De komende Algemene Congregatie heeft ons wellicht iets te zeggen over hoe wij jezuïet kunnen en misschien wel zouden moeten zijn in de huidige wereld.
Jan Koenot SJ
Provinciaal BSE