Gebed bij het aansteken van de kaars

voor het altaar van de heilige Ignatius

Rome, Gesú, 7 januari 2008


“Vader en Meester Ignatius,
die Gods wegen op een doordringende manier wist waar te nemen,
trouwe vriend van de Heer,
nederige dienaar van Christus en het evangelie
onder de standaard van het kruis,
die in de onderscheiding en het gebed
onvermoeibaar de grotere eer van God hebt nagestreefd,
die zo volgzaam waart in gehoorzaamheid
aan de Heer en aan Zijn bruid, de Kerk,
Gij, die rijkdom noch eer hebt nagestreefd,
maar verkozen hebt liever arm te zijn met de arme Christus,
veracht met de vernederde Christus,
opdat aan allen de heilige Naam van Jezus,
bron van alle heil, zou worden verkondigd,
wees onze voorspreker bij de barmhartige Vader,
opdat wij tijdens deze genadevolle tijd
Zijn goddelijke tegenwoordigheid zouden zoeken
en in alles vinden en Zijn allerheiligste wil zouden leren kennen.

Aan de eeuwige Koning van alles
vertrouwen wij deze zeer kleine Sociëteit toe,
die gesticht is, niet door menselijke middelen,
maar door de krachtige hand van Christus de Heer,
in Wie wij onze hoop blijven stellen,
opdat Hij wat Hij begonnen is,
zou willen bewaren en laten groeien
tot lof en eer van Zijn Naam
en tot hulp aan de mensen.
Aan u, Vader Ignatius
en aan de Sociëteit in de hemel,
vertrouwen wij onszelf toe,
opdat wij, bevestigd in het geloof,
gesterkt in de hoop
en bezield door de evangelische liefde,
in alles de Heer zouden kunnen beminnen en dienen
en elke dag ons opdrachtgebed zouden herhalen:


“Neem, Heer en aanvaard
heel mijn vrijheid,
mijn geheugen,
mijn verstand
en heel mijn wil.
Alles wat ik heb en bezit,
Gij hebt het mij gegeven.
Aan U, Heer, geef ik het terug.
Alles is van U,
beschik erover geheel volgens Uw wil.
Geef dat ik U mag liefhebben.
Die genade is mij genoeg.


Amen!”


IHS > Jezuïeten wereldwijd