Eerste homilie van pater Adolfo Nicolás
nieuwe Algemene Overste
van de Sociëteit van Jezus
zondag 20 januari 2008
Dankviering de dag na de verkiezing,
in de Gesú-kerk te Rome

In de eerste plaats zou ik willen zeggen dat dit niet bedoeld is als een boodschap aan de hele wereld. Het gaat over een gewone homilie; een biddende overweging over de lezingen van deze dag voor ons, jezuïeten, hier bijeen op deze namiddag.
De eerste lezing uit de profeet Jesaja geeft een korte beschrijving van onze zending in de wereld aan ons, christenen. De profeet Jesaja zegt ons dat we allen geroepen zijn om te dienen, et dat het daarom is dat we hier zijn: dienen. Het is een duidelijke boodschap over onze zending als jezuïeten, christenen, Gods volk. God maakt van ons dienaars en zo daar ligt Zijn geluk in. In de Spaanse versie van deze eerste lezing lezen we dat God fier is over zijn dienaar, terwijl er de Italiaanse versie ons over God zegt dat hij “tevreden is”. Ik geloof dat de Italiaanse versie nauwer aansluit bij de Bijbelse betekenis. Hoe meer we dienaars worden, hoe gelukkiger God is. Ik denk dat het goed is dit beeld te bewaren als we straks terugkeren.
De kranten en tijdschriften hebben de voorbije dagen heel wat van de clichés opgerakeld over de Zwarte Paus, de Witte Paus, de macht, ontmoetingen, discussies … Dat alles is zo oppervlakkig, kunstmatig. Dat zijn maar de kruimels voor diegenen die zin hebben in politieke spelletjes. Dit is niet voor ons.
De profeet Jesaja zegt dat God behagen stelt in dienst. Dienen, daar komt het op aan: de Kerk dienen, de wereld, de mannen en de vrouwen rondom ons, en het Evangelie. De heilige Ignatius heeft ook over ons leven op meer beknopte wijze geschreven: in alles liefhebben en dienen. De onze Heilige Vader, Paus Benedictus XVI, herinnert er ons aan dat God liefde is; hij brengt ons naar de kern van het Evangelie.
Een beetje verder beschrijft de profeet Jesaja ons de kracht van de dienaar. De enige kracht van de dienaar is God. Er bestaat voor ons geen andere bron van kracht: niet in de uitwendige kracht die je kan aantreffen in de politiek, in de zakenwereld, in de media, in de studies, in de eerbetuigingen en evenmin in de inwendige kracht van het onderzoek. In God alleen. Net zoals voor de armen. Onlangs sprak ik met een van jullie over iets dat me was overkomen toen ik werkte bij de immigranten. Het is een ervaring die me diep getekend heeft. Het gaat over een Filippijnse vrouw die het zeer moeilijk heeft gehad om zich aan te passen aan de Japanse samenleving, een vrouw die veel heeft geleden. Een andere Filippijnse vrouw kwam naar haar toe om raad te vragen en zei haar: “Ik heb veel problemen met mijn man, en ik weet niet of ik van hem moet scheiden dan wel of ik moet proberen om mijn huwelijk te redden …” Met andere woorden, zij vroeg raad over een eerder gewoon onderwerp. Zij antwoordde: “Ik weet op dit ogenblik niet wat ik je moet aanraden op dit moment. Maar laten we samen naar de kerk gaan om samen te bidden, want God komt de arme echt te hulp.” Deze uitspraak heeft me geraakt omdat ze waar is. De arme heeft enkel maar God om kracht te vinden. Voor ons is God onze kracht. De belangenloze en onvoorwaardelijke dienst vindt de bron van haar kracht in God alleen.
In de lezing van vandaag spreekt de profeet Jesaja vervolgens over gezondheid. Onze boodschap is een boodschap van gezondheid, van heil. Een beetje verder legt hij het accent op wat me het meest getroffen heeft, namelijk dat onze God, ons geloof, onze boodschap en onze gezondheid zo groot zijn dat ze niet kunnen opgesloten worden in een doos, in een groep of een gemeenschap, zelf niet in een religieuze gemeenschap. Het is een universele boodschap omdat het een boodschap is van een enorme omvang, een boodschap die je niet kan herleiden tot meer bescheiden dimensies.
Vandaag zijn we hier samen met alle volkeren. Iedereen is hier vertegenwoordigd. Maar er zijn voordurend nieuwe volkeren die opkomen. Ik vraag me nu af welke die “volkeren”, die niet geografische gemeenschappen, die mensengemeenschappen zijn die vandaag om onze hulp vragen: de armen, de mensen aan de rand, de uitgeslotenen. In onze gemondialiseerde wereld stijgt het aantal van diegenen die uitgesloten zijn uit alles. De uitgeslotenen zijn verzwakt omdat onze samenleving enkel maar plaats inruimt voor wat groot is, niet voor het kleine. Misschien zijn al diegenen die benadeeld en gemanipuleerd worden, misschien zijn dat wel voor ons die “volkeren”: de volkeren hebben nood aan de profetische boodschap van God.
Gisteren, na de verkiezing, eens de eerste schok over was, kwam het ogenblijk van de broederlijke steun. Jullie hebben me allemaal met veel vriendschap gegroet en mij jullie steun en hulp betuigd. Een van jullie heeft me in de oren gefluisterd: “Vergeet de armen niet!”. Misschien was dat wel de belangrijkste groet, net zoals wanneer Paulus zich richt tot de kerken van zijn tijd als hij hen vraagt om hulp voor de armen van Jeruzalem. Vergeet de armen niet: zij zijn onze “volkeren”. Het zijn de volkeren voor wie heil nog een droom is, een wens. Het is misschien al aanwezig midden onder hen, maar ze weten het nog niet.
En de anderen? De anderen zijn onze medewerkers indien ze ons perspectief delen, indien ze hetzelfde hart hebben als datgene dat Christus ons gegeven heeft. En indien hun hart nog groter is en hun visie nog ruimer, wel dan zullen wij hun medewerkers zijn. Wat telt is de gezondheid, het heil, de vreugde van de armen. Wat telt is de werkelijkheid, de hoop, het heil, de gezondheid. En wij willen dat dat heil en die gezondheid een uitbarsting mogen zijn van heil voor allen overal. Dat is het waar de profeet Jesaja het over heeft: iedereen moet bereikt en geraakt worden door het heil. Een heil volgens het hart, de wil en de Geest van God.
We gaan nu verder met onze Algemene Congregatie. Misschien is het wel hierover dat we zullen moeten onderscheiden. Waarop moeten wij, op dit ogenblik van onze geschiedenis, onze aandacht, onze dienst, onze krachten richten? Met andere woorden, wat is de kleur, de toonaard, het beeld van het heil vandaag voor zovele volkeren die er nood aan hebben, die niet geografische volkeren van mensen die vragen om gezondheid? Het zijn er velen die vragen om een heil dat wij nog moeten vatten. Ons openen voor deze werkelijkheid is de uitdaging, de oproep van dit ogenblik.
En we richten ons tot het Evangelie. Zo alleen kunnen we echte leerlingen zijn van het Lam van God, die onze zonden draagt en ons leidt naar een nieuwe wereld. En Hij, het Lam van God, heeft zich geopenbaard als Dienaar, diegene die de profetieën van Jesaja vervult, de boodschap van de Profeten. Zijn identiteit als Dienaar zal er het teken van zijn, de afdruk van onze eigen zending, van de oproep waaraan we deze dagen proberen te antwoorden.
Laten we samen bidden voor deze wijze van het voelen van de Zending van de Kerk, opdat dit moge ten goede komen aan de “volkeren” en niet aan onszelf. Aan deze “volkeren” die nog ver van ons verwijderd zijn, niet geografisch maar menselijk, op existentiële wijze. Moge de vreugde en de hoop die het Evangelie ons geeft een werkelijkheid zijn waarmee we trapsgewijs mogen werken, met veel liefde en belangeloze liefde.
Adolfo Nicolás, sj