Gedurende de eerste officiële bijeenkomst van de 35ste AC, gehouden op 7 januari 2008, heeft pater Peter-Hans Kolvenbach, SJ, Algemeen Overste van de Sociëteit van Jezus, volgende toespraak gehouden tot de electoren.
Met de zegen van de Heilige Vader dd 20 juni 2005 en na een positieve stemming verkregen te hebben van de Assistenten Ad Providentiam en al de Provinciale Oversten van de hele Sociëteit aangaande de ernst van de redenen om terug te treden, leg ik thans voor aan het oordeel van de Algemene Congregatie mijn ontslag als Algemene Overste van de Sociëteit van Jezus.
Zoals vermeld wordt in artikel 362 van de Aanvullende Normen: “Pater Generaal wordt weliswaar voor het leven gekozen, niet voor een beperkte duur, maar het staat hem toch vrij, in geweten en volgens recht, zijn ambt neer te leggen om een gegronde reden, die hem blijvend onbekwaam maakt voor de werkzaamheden van zijn taak.” meen ik dat de Sociëteit van Jezus het recht heeft om bestuurd en bezield te worden door een jezuïet in het volle vermogen van zijn geestelijke en lichamelijke vermogens, eerder dan door een gezel wiens krachten voortdurend verminderen om reden van zijn leeftijd weldra 80 jaar oud - , en om reden van de gevolgen van die leeftijd, in het bijzonder wat betreft zijn gezondheid. Ook al vermelden de Constituties en de Normen dit niet, zou ik hier graag aan toevoegen dat de verkiezing van een nieuwe Generaal aan de Sociëteit Gods genade van vernieuwing zal schenken, of, om het uit te drukken met de woorden van de heilige Ignatius “ “una nueva devoción”, “nuevas mociones”.

De discussie en de stemming over het ontslag zullen plaats vinden op de vooravond van de vier dagen van “murmurationes” die zullen worden bepaald door de commissie “de statu Societatis”. De beslissing van de Algemene Congregatie zal op een minder formele en meer broederlijke wijze worden meegedeeld aan de hele Sociëteit. Tot hier de kwestie van het ontslag.
14 januari was de dag die door de stuurcomité was aangeduid voor de officiële bespreking en de stemming over het verlangen van Pater Generaal om af te treden. Als voorzitter heeft pater Valentín Menendez de kiezers uitgenodigd om aan de vier Assistenten Ad Providentiam verduidelijkingen te vragen aangaande de redenen die Pater Generaal aangaf voor zijn ontslag. Aan het einde van de vragen was er een korte tijd van persoonlijk stil gebed vooraleer over werd gegaan tot de stemming.
Na een pauze kwam Pater Generaal, die naar buiten was gegaan gedurende de stemming, terug naar de aula. Pater Valentín informeerde hem van het resultaat van de stemming die de respectvolle instemming uitdrukte van de Congregatie met de redenen die Pater Generaal ertoe gebracht hadden om zijn ontslag aan te bieden. Vervolgens dankte pater Menendez, in naam van de Congregatie van de Sociëteit, pater Kolvenbach de 25 jaar die hij aan het roer van de Sociëteit heeft doorgebracht met volgende woorden:
Nu de 35ste Algemene Congregatie uw ontslag heeft aanvaard, is het passend dat deze Congregatie die hier vandaag bijeen is in de naam van de hele Sociëteit u haar diepe dankbaarheid uitdrukt voor uw zo belangrijke dienst aan de Kerk en aan de Sociëteit, vanuit de zending die de Heer u gegeven heeft.
Vooreerst willen wij u zeggen hoezeer we gesticht zijn door de wijze waarop u uw ontslag heeft aangeboden, namelijk in die vrijheid van de geest die het Evangelie en de Oefeningen kenmerken. Inderdaad, het voorbeeld dat u ons vandaag geeft is heel verschillend van wat men doorgaans aantreft in een wereld waar het typisch is dat men zich vastklampt aan macht, machtsposities en prestige en er voor vecht. Ons charisma en onze wetgeving zijn niet enkel goed omdat zij mooie idealen aanreiken, maar in het bijzonder omdat er mensen zijn die erin slagen om ze te belichamen en om ze te beleven.
Meer in het bijzonder zijn we u erkentelijk voor de wijze waarop u de Sociëteit heeft bestuurd in de nasleep van de moeilijke pauselijke interventie van 1981. Van toen af aan heeft u de Sociëteit weten te leiden met sereniteit. U heeft het evenwicht weten te vinden tussen trouw aan de Kerk en trouw aan onze manier van doen zoals die uitgedrukt wordt in onze Constituties en in de meest recente Algemene Congregaties. De woorden die we te horen kregen in de homilie van kardinaal Rodé, die het denken van de Kerk weergeven, drukken duidelijk de achting uit die de Heilige Stoel heeft voor u en voor uw leiderschap van deze voorbije jaren.
We zijn ook erkentelijk voor het charisma van verbondenheid dat u en uw bestuur voor ons heeft betekend, in het bijzonder in het licht van de alsmaar toenemende pluraliteit en culturele diversiteit in de Sociëteit. U heeft die vrijheid van de geest die typisch is voor onze wijze van handelen beleefd te midden van culturele diversiteit, van verschillende wijzen van aanvoelen en denken en in verschillende historische contexten, en tegelijkertijd heeft u de eenheid van het gezamenlijke lichaam van de Sociëteit in stand gehouden. U heeft die eenheid behouden door respectvol te zijn voor anderen, door middel van uw wijze en evenwichtige raad, en door uw inspirerende aanwezigheid in elke provincie.
Het vertrouwen dat u in uw bestuur heeft betuigd, niet alleen aan uw curie-staf, maar ook aan al de Provinciaals, heeft een broederlijk kader van samenwerking tot stand gebracht. Dit ruime kader heeft werkelijk het hele lichaam van de Sociëteit beïnvloed en drukt uitstekend een van onze idealen uit, namelijk dat we allen samen gezellen van Jezus zijn.
Moge onze Schepper en Heer u belonen voor uw trouwe dienst van bijna een kwart eeuw. Bovendien vragen we de Heer dat hij u verder mag blijven zegenen in welke nieuwe zending Hij u ook geeft, tot Zijn grotere eer.
In de naam van de 35Ste Algemene Congregatie en in naam van de hele Sociëteit, en uit het diepste van ons hart zeggen wij u: heel hartelijk dank, pater Kolvenbach! We zijn fier op u en op de dienst waarvan de Heer verlangd heeft dat U die gedurende deze moeilijke maar zo boeiende jaren verleende.
De laatste woorden van Pater Menendez werden gevolgd door een lang en warm staand applaus van al de gedelegeerden voor pater Kolvenbach.

Met de humor die hem kenmerkt dankte pater Kolvenbach de gedelegeerden voor de elegante wijze die jullie gevonden hebben om me de laan uit te sturen. Vervolgens, om terug te komen tot de ernstige dingen, zei hij als volgt, met de hem eigen soberheid en helderheid:
Beste paters en broeders,
De Algemene Congregatie heeft vandaag geoordeeld er wel aan te doen om mijn ontslag als Algemene Overste van de Sociëteit van Jezus te aanvaarden. Aan het eind van deze dienst van bijna 25 jaar, wil ik eerst en vooral de Heer danken die om de woorden van de heilige Ignatius te gebruiken mij waarlijk gunstig gezind is geweest in Rome bij het besturen van een Sociëteit die hij opgeroepen heeft tot de dienst van Zijn meerdere eer.
Ik ben ook heel dankbaar voor het voorrecht zoveel vrienden in de Heer te hebben ontmoet en begeleid. In hun zo talrijke en verschillende roepingen hebben zij altijd laten zien dat zij echte dienaars zijn van de Zending van Christus.
Geen enkele jezuïet mag zich uitgesloten voelen van dit diepe gevoel van erkentelijkheid. Nochtans zou ik in het bijzonder diegenen willen danken die mij in de Generale Curie dag in dag uit vele jaren lang hebben geholpen in het dragen van mijn verantwoordelijkheden voor de Sociëteit en zo ook al de hogere oversten verspreid over de hele wereld.

Ik heb voordien reeds de kans gehad om de Heilige Vader mijn grote dankbaarheid uit te drukken voor zijn apostolische richtlijnen die het mogelijk gemaakt hebben voor de Sociëteit om onze zending verder te zetten “onder de standaard van het kruis en onder leiding van de Plaatsvervanger van Christus op aarde”.
Laten we de Heer dankbaar zijn dat, niettegenstaande een ontstellende verscheidenheid van personen en culturen, van verlangens en werken, onze eenheid van hart nooit in het gedrang is gekomen, en dat, niettegenstaande een toenemende kwetsbaarheid, de Sociëteit het vermogen behoudt van apostolische dialoog met de uitdagingen die de moderne wereld ons stelt bij het verkondigen van de Goede Boodschap.
Op de vooravond van de verkiezing van mijn opvolger en van de talrijke beslissingen die de Algemene Congregatie zal moeten nemen, maak ik graag het gebed tot het mijne waarmee de heilige Ignatius zijn brieven besloot: “Moge het de Heer onze God welgevallig zijn in Zijn oneindig grote goedheid om ons Zijn overdadige genade te schenken opdat wij zijn meest heilige wil zouden kennen en volledig uitvoeren.”
Op deze wijze is een einde gekomen aan 24 jaar en 4 maanden ministerie van doelbewuste zorg en beheer van de wereldwijde Sociëteit van Jezus door pater Kolvenbach.