Plaatsen die anderen niet bereiken

De Nederlandse provinciaal Jan Bentvelzen

blikt terug op de 35ste  Algemene Congregatie

Twee maanden Rome: het zal vele lezers als een feest in de oren klinken. Twee maanden vergaderen: het zal velen een beproeving lijken. Ik was bang dat het een beproeving zou worden, maar het was een feest. Rome is een heerlijke stad. Overal kom je geschiedenis tegen, maar tegelijkertijd leeft de stad, zodat je nooit het gevoel hebt in een museum te wandelen. Iedere vrije minuut gebruikte ik om de stad te verkennen. Ik woonde, net als de Vlaamse provinciaal, op een kwartiertje afstand van het generalaat waar de vergaderingen plaats vonden, vlakbij de St. Pieter. Dat betekende ’s ochtends over een zojuist schoongespoten en ’s avonds over een maanverlicht St.-Pietersplein van en naar huis wandelen. Je kunt je slechter woon-werkverkeer voorstellen.

Verscheidenheid

Het aantal Vlaamse en Nederlandse deelnemers was zeven. Naast de twee provinciaals en de gekozen leden Jan van de Poll en Nicolas Standaert waren er de president van de conferentie van Europese provinciaals Mark Rotsaert, de aftredende algemene overste Peter-Hans Kolvenbach, nu als missionaris lid van de Provincie van het Nabije Oosten, en de in Rome wonende Georges Ruyssen die als vertaler dienst deed. Die vertalers hadden we wel nodig om een Babylonische spraakverwarring te voorkomen. De 225 deelnemers kwamen namelijk uit alle delen van de wereld. Vier talen waren officieel toegestaan (Engels, Spaans, Frans en Italiaans) en dat was voldoende voor alle aanwezigen om zich verstaanbaar te maken. De verscheidenheid bleek ook uit de onderwerpen die door de verschillende continenten aan de orde werden gesteld en door de wijze waarop daarover werd gesproken. Zo ging de belangstelling van India en Zuid-Amerika vooral uit naar de sociale gerechtigheid, was West-Europa bezorgd over het atheïsme en materialisme en ging de aandacht van Afrika naar het opbouwen van een kerkelijke infrastructuur. Die verscheidenheid was te verwachten. De eenheid viel daardoor des te meer op. Al spoedig was de gemeenschappelijke jezuïtische geest voelbaar aan de wijze van bidden zowel als discussiëren.

De toon werd gezet door de wijze waarop volgens de Constituties de Algemene Overste gekozen moet worden. Dat proces vindt plaats in een sfeer van gebed en eerlijk zoeken naar de juiste persoon, zonder campagne, ambitie of uitsluiting. Over het resultaat heeft u uitgebreid kunnen lezen in het vorige nummer. Op dezelfde wijze hebben we geprobeerd de andere onderwerpen te bespreken. Dat heeft zijn neerslag gevonden in zes decreten: over aanpassing van de bestuurswijze in de Sociëteit, over samenwerking met anderen, over de gehoorzaamheid, over de identiteit van de jezuïet in de huidige tijd, over de zending van de jezuïeten in de huidige tijd, en een antwoord op de brief die paus Benedictus XVI ons had gezonden, waarin hij zijn verwachtingen ten opzichte van de jezuïeten uitsprak.

 Medewerkers

 De samenwerking met anderen is een onderwerp dat de laatste tijd steeds belangrijker is geworden. Dat heeft een theologische en een praktische reden. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is de rol van de leken sterker naar voren gekomen in de Kerk. Tezelfdertijd is het aantal jezuïeten met een derde teruggelopen. Om onze scholen, retraitehuizen en andere werken draaiend te houden en de ignatiaanse spiritualiteit levend zijn veel medewerkers nodig. Die zijn er ook. Maar wat mogen zij van de jezuïeten verwachten en wat kunnen jezuïeten vragen van hun medewerkers? Wanneer is een werk nog jezuïtisch te noemen? Het decreet voorziet niet in de eerder voorgestelde mogelijkheid tot geassocieerde leden van de Sociëteit, maar beveelt aan om ignatiaanse netwerken te vormen, waarbij de Gemeenschappen van Christelijk Leven een bevoorrechte plaats innemen.

De reflectie van de Algemene Congregatie over de identiteit en de zending van de jezuïeten zelf in de huidige tijd vindt men terug in de overige decreten. Onze roeping is het niet om ons uit de wereld terug te trekken. We vinden God in de wereld en wel vooral aan de grenzen of zoals de paus het tijdens de audiëntie uitdrukte: ‘op fysieke en spirituele plaatsen die anderen niet bereiken’. Daar moeten we ijveren voor de juiste betrekkingen met God (waarbij de Geestelijke Oefeningen van Ignatius een zeer effectief middel vormen), met de medemensen (waarbij we worden uitgenodigd om de globalisatie met de ogen van de armen te bekijken) en met de schepping (ecologie). Natuurlijk kan de identiteit van de jezuïet niet los worden gezien van de gehoorzaamheid. Ignatius schreef al in 1553 aan de jezuïeten in Portugal: ‘We kunnen het verdragen dat andere religieuze gemeenschappen ons overtreffen in vasten en andere verstervingen, maar het is mijn verlangen dat zij die de Heer willen dienen in de Sociëteit uitmunten in de volmaaktheid van hun gehoorzaamheid.’ Deze onderwerpen komen aan de orde in het decreet over de gehoorzaamheid en in het antwoord op de brief van de paus. Het zal nog wel even duren voordat de decreten in druk verschijnen. Tegen het einde van de Algemene Congregatie werden we door paus Benedictus XVI in particuliere audiëntie ontvangen. Zijn toespraak was zeer hartelijk en we voelden ons gesterkt in onze roeping om te werken in dienst van de Paus en de Kerk.

Jan Bentvelzen SJ

Provinciaal NER

Decreten 35ste AC >>
Laatste nieuws >>
De beste links >>
Wie is Adolfo Nicolás sj? >>
AC 35 in beeld >>
Toespraak Benedictus tot AC 35 >>
Brief Benedictus aan AC 35 >>

Adolfo Nicolás nieuwe Generaal >>

Verslag ontslag Kolvenbach >>
Samenstelling 35ste AC >>
Constituties over verkiezing Generaal >>
Portret Generaal door Ignatius >>
Provinciale congregaties in Nederland en Vlaanderen >>

Bidden met AC 35 >>

 


IHS > Jezuïeten wereldwijd